J. Kessels is een ranzige Flodder voor (pseudo)intellectuelen (**)

Vergeet de plot, want die doet er niet toe. En dat is ook meteen het probleem van de verfilming van J. Kessels: the Novel.

J. Kessels begint veelbelovend als een grotesk, moddervet schelmenavontuur, maar loopt na een half uur vast.Beeld J. Kessels

Hoe maak je een amusante film van een pulproman? Regisseur Erik de Bruyn is het met de verfilming van J. Kessels: the Novel niet gelukt.

Dat zou zo maar aan de roman van P.F. Thomése kunnen liggen. Daarin gaat schrijver Frans, die met een enorm writer's block kampt, met de broer van het in zijn puberteit onbereikbare 'snackbarmeisje', over wie hij walhalladromen had, naar Hamburg om een Brabantse frikadellenexporteur op te sporen. Waarschijnlijk zit de man ondergedoken in de hoerenbuurt.

Kerouac en Bukowski
Frans' oude vriend J. Kessels, een kettingrokende zuipschuit die smelt bij sentimentele countrysongs, gaat ook mee. De drie beleven in de Hamburgse hoerenbuurt ranzige avonturen, die eindigen met een raadselachtig lijk in de kofferbak.

Vergeet de plot, want die doet er niet toe. En dat is ook meteen het probleem. Thoméses roman laat zich lezen als een Nederlandse parodie op de Amerikaanse road novel en hardboiled novel en het genre van het-leven-aan-de-zelfkant (denk Jack Kerouac en vooral Charles Bukowski).

Zelfbewuste ironie
Kessels en Frans zijn anders dan hun literaire Amerikaanse tegenhangers geen rebelse helden die grootse avonturen beleven, maar sneue antihelden bij wie het leven tot stilstand is gekomen. Daarmee staan ze stevig in de Nederlandse roman- en filmtraditie, want daarin wemelt het van personages die de wereld niet veroveren, maar ervoor wegkruipen.

Dat over de roman een dikke laag zelfbewuste ironie ligt, past ook in de Nederlandse traditie. Wat zouden Nederlandse films en romans zonder dit stijlmiddel moeten beginnen? Dat Thomése zich in J. Kessels: the Novel uitleeft in ranzige meligheid en melige ranzigheid is tot halverwege de roman amusant, maar daarna een vermoeiend meer van hetzelfde, met personages die geen ontwikkeling doormaken.

Dramatische motor
Dit probleem hebben regisseur Erik de Bruyn en scenarist Jan Eilander in hun verfilming niet opgelost. J. Kessels begint veelbelovend als een grotesk, moddervet schelmenavontuur, waarin het frituurvet van de muren druipt en de sigarettenrook de kijker tegemoet walmt, maar de komedie loopt na een half uurtje vast in een herhaling van zetten.

Het ontbreekt de film aan een dramatische motor, waardoor de vuilspuiterij van de sentimentele houwdegen Kessels (Frank Lammers) en de uitleggerige voice-over van Fedja van Huêt als de van achter zijn schrijftafel meegesleurde timide schrijver ('Ik was verzeild geraakt in een film noir die ik nooit had kunnen verzinnen') de kijker koud laten. Ook irriteert, net als in de roman, de zelfbewuste ironie, die uitdrukt dat de makers ver boven deze sneue types staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden