PlusFilmrecensie

J’accuse: koren op de molen van omstreden Roman Polanski

Kolonel Georges Picquart (Jean Dujardin) in J’accuse.

Staat de waarde van kunst los van de moraal van de maker? Kunnen we het werk los zien van de mens? Ja, natuurlijk kan dat, in theorie. Maar daarmee doen we dingen soms wel tekort.

Als een schrijfster schrijft over oorlog, is het relevant te weten dat zij een oorlog heeft meegemaakt. Als een popmuzikant liedjes schrijft over zijn gebroken hart, is het rele­vant te weten dat hij privé in scheiding ligt. En als een filmmaker een film maakt over een onterecht veroordeelde historische figuur, is het dus ook relevant dat die filmmaker (al dan niet terecht) ook zelf wordt opgejaagd.

Regisseur Roman Polanski deinsde er in eerste instantie niet voor terug om zijn persoonlijke band met het onderwerp van zijn nieuwe film J’accuse te benadrukken. Zo zegt hij in een interview met filosoof Pascal Bruckner, in de persmap uitgegeven bij de wereldpremière afgelopen september op het filmfestival van Venetië (waar Polanski zelf niet was): ‘Soms stuitte ik op ­momenten die ik zelf heb meegemaakt. Ik zie dezelfde drang om de feiten te ­negeren en mij te veroordelen voor dingen die ik niet heb gedaan.’

Even een stap terug, want J’accuse gaat uiteraard niet over Polanski zelf. De historische film draait om de ­Dreyfusaffaire in het Frankrijk van de late 19de en vroege 20ste eeuw. De film gaat óók niet over de Joods-Franse ­legerofficier Alfred Dreyfus (Louis Garrel) zelf, al opent Polanski het verhaal wel met diens veroordeling door een militair tribunaal in 1894: vanwege landverraad wordt hij levenslang naar Duivelseiland verbannen.

Joekel van een doofpot

In plaats daarvan staat kolonel Georges Picquart (Jean Dujardin) in de film centraal, die stuit op onregelmatig­heden in het dossier-Dreyfus. Als hij zich daarin vastbijt en de waarheid boven tafel probeert te krijgen, stuit hij al snel op een joekel van een doofpot en een beerput van ­institutioneel antisemitisme.

Polanski en zijn coscenarist, de Britse schrijver Robert Harris (met wie Polanski tien jaar geleden ook The Ghost Writer maakte), vatten Picquarts onderzoek in een vlotte, klassiek vertelde thriller. Terwijl Picquart zich steeds harder vastbijt in de piepkleinste details van de zaak, zien de krachten die hem tegenwerken juist alleen het grotere ­geheel en de gigantische maatschappelijke omwenteling die eraan komt. Die twee niveaus worden knap verweven.

Het verfrissendste is dat Picquart zelf ook niet zuiver op de graat is. In die groots opgezette openingsscène is hij toeschouwer van de veroordeling in een enorme menigte van soldaten. Tegen een collega schampert hij: “De ­Romeinen gooiden christenen voor de leeuwen, wij geven ze Joden. Dat is vooruitgang, toch?”

Het is al met al koren op de molen van ­Polanski, zoals de regisseur voor eerdere grote successen ook teruggreep op zijn biografie. Zijn enorme liefdesverdriet na de dood van echtgenote Sharon Tate vormde het gitzwarte wereldbeeld van Chinatown (1974). Zijn oorlogsverleden kleurde zijn prijswinnende Holocaustfilm The Pianist (2002).

Zo is ook J’accuse nauw verbonden met de geschiedenis van zijn maker. Dat is misschien wel het ongemakkelijkste, binnen de ruime hoeveelheid ongemak waarmee de film toch al is omgeven: hij is ook zo goed als hij is, niet ­ondanks maar juist vanwége Polanski’s omstredenheid.

J’accuse

Regie Roman Polanski
Met Jean Dujardin, Louis Garrel, Emmanuelle Seigner
Te zien via Picl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden