Plus Column

IS was nogal streng, zei hij in gebrekkig Engels

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Op het moment dat ik op het achtuurjournaal een Nederlandse Syriëganger spijt zag betuigen, spreidde op het grasveld voor mijn huis een jongen zijn kleedje uit. Meestal spelen daar kinderen, ooit stond er zelfs een trampoline, en regelmatig spreken verliefde stelletjes uit de Indische Buurt af op een van de bankjes aan de rand van het veld omdat ze zich er onbespied wanen.

Maar nu legde die jongen er dus een kleedje neer. Of nou ja, eigenlijk was het zijn jas.

Hij stapte er met zijn schoenen op, hief zijn handen naar de hemel en legde ze daarna plat op zijn borst. In diepe concentratie begon hij te murmelen. Ik kon niet horen wat hij zei, maar het begon waarschijnlijk met 'Allahu Akbar'.

Het was niet de eerste keer dat ik de jongen zag. Een dag eerder had ik 'm nog in zijn eentje zien zitten op een van de bankjes, en hoewel het niet de eerste keer was dat ik iemand in het wild zag bidden, had ik toch veel vragen. Wie hij was, waar hij vandaan kwam en waar hij heenging, bijvoorbeeld. Maar vooral: waarom hij tijdens het bidden zijn schoenen aanhield. Mijn opa zou het aan zijn hart krijgen als hij dat zag.

Intussen op het journaal vertelde de ex-IS-strijder, palestinasjaal voor zijn gezicht geknoopt, dat hij graag terug wilde naar Nederland. In 2014 sloot hij zich aan bij IS, maar hij had heimwee naar een normaal leven. Want IS was nogal streng, zei hij in gebrekkig Engels.

IS bleek niet de ware religie, ging hij verder, ze vermoordden mensen alsof het niets was. Ontsnappen was haast onmogelijk, ze hielden iedereen in de gaten. Arme jongen.

Het stemde me treurig, die jongen in Syrië. En ik had ook zorgen over de biddende jongen in de straat. Niet dat ik dacht dat hij zou afreizen (ik ben geen expert, maar een driedagenbaardje en een spijkerbroek leken me geen voorstadium van radicalisering), maar ik vroeg me af hoe de rest van de wereld naar de jongen keek.

Hoe mijn buren, die geen moslims in de straat gewend zijn - laat staan biddende - naar de jongen zouden kijken. Ik bedoel: als twee hangjongeren de straat hebben gevonden, gaat de buurtapp op mijn telefoon al knipperen en als ze langer dan een halfuur op een van de bankjes hangen, wordt de wijkagent ingeschakeld.

Toen zijn gebed klaar was, vouwde de jongen zijn jas op en ging hij op een van de bankjes zitten. Daar stak hij een sigaret op. Zijn gezicht verdween in het duister, alleen het brandende puntje van zijn sigaret was nog zichtbaar. Helemaal zen. IS zou nog een zware dobber aan hem hebben, vermoedde ik.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden