Is het vervangen van historische geveltoppen geschiedvervalsing?

Historische geveltoppen van afgebroken huizen herplaatsen is in Amsterdam al een oude traditie. Veel panden ogen zo een stuk fraaier, maar is dit geen geschiedvervalsing?

In Amsterdam zijn 135 geveltoppen van gesloopte zeventiende-eeuwse panden herplaatst Beeld Mats van Soolingen

Op het Damrak wijst architect Theo Rouwhorst op het rijtje huizen dat met de voeten in het ­water staat. De voorkant van die huizen ligt aan de Warmoesstraat. Op Warmoesstraat 18 is een prachtige geveltop geplaatst.

Die geveltop stond oorspronkelijk vlakbij, op een pand aan de Prins Hendrikkade 37-38, dat werd gesloopt voor de nieuwbouw van het Victoria Hotel die in 1988 gereed kwam. De top van het pand werd zorgvuldig bewaard en uiteindelijk in 2005 herplaatst op het gerestaureerde pand aan de Warmoesstraat 18 (op de foto het vierde van rechts).

Het huis aan de Warmoesstraat is geen uitzondering. Amsterdam herplaatste 135 gevels van gesloopte zeventiende-eeuwse panden en een veelvoud daarvan aan monumentale fragmenten.

Opmerkelijk silhouet
Rouwhorst, oud-hoofd van de tekenkamer van Monumentenzorg, later Monumenten en Archeologie (M en A), schreef er het boek ­Bewaard voor Amsterdam, historische geveltoppen herplaatst (1945-2015) over.

"Wat de herplaatsing voor Amsterdam betekende is enorm," zegt Rouwhorst. "De oude binnenstad kent een opmerkelijk silhouet, dat geen enkele buitenlandse stad kenmerkt. De talrijke Amsterdamse gevels zijn net zo karakteristiek voor de stad als de Eiffeltoren voor Parijs."

Aanleiding voor het herplaatsen van de toppen was de grootscheepse sloop. Die begon met de Woningwet van 1901, toen de stad in het kader van 'krotopruiming' talloze pandjes afbrak. Decoratieschilder Herman Misset legde met niet-aflatende ijver de verdwijnende stad vast. Het was uiteindelijk bouwinspecteur Eelke van Houten die het initiatief nam geveltoppen te herplaatsen.

Terugrestaureren
Na de oorlog stond de stad er zeer slecht bij, door verwaarlozing, afbraak, gaten in de bebouwing , houtroof en leegstand. Daarna werd de oostelijke binnenstad, zoals de Weesperstraat, na 1952 deels afgebroken.

Bureau Monumentenzorg probeerde in hoog tempo met de geringe middelen die er waren huizen te herbouwen. Soms werd er een etage op gezet, soms werden ernstig beschadigde negentiende-eeuwse gebouwen helemaal teruggerestaureerd naar eeuwen daarvoor. En die bleven, hoe veranderd ze ook waren, rijksmonument.

En toen moest het grootste drama nog plaatsvinden, blijkt ook uit Rouwhorsts boek. De gemeente en de woningbouwverenigingen maakten in de jaren zestig futuristische plannen voor cityvorming met hoge gebouwen en snelwegen in het stadshart. Sloop plus nieuwbouw werd een werktuig van het vooruitgangsdenken. ­Kattenburg werd afgebroken, en de Jordaan en De Pijp wachtte eenzelfde lot, als de plannen niet zouden zijn bijgesteld.

Dichtgemetseld
Bij Monumentenzorg zagen ze het allemaal met lede ogen aan, vertelt Rouwhorst. "Ikzelf was na mijn studie betrokken bij de bouw van De Nederlandsche Bank op de plek waar het Paleis voor Volksvlijt had gestaan en waar in mijn ogen eigenlijk ook weer wat moois had moeten komen. Ik hield van oude gebouwen, dacht: ik moet iets doen, en ging naar Monumentenzorg."

Theo Rouwhorst Beeld Mats van Soolingen

Theo Rouwhorst

Architect, vroeger werkzaam bij Bureau Monumentenzorg en auteur van ­Bewaard voor Amsterdam (uitg. Stokerkade, €24,50).

Daar waren ze overigens net bezig met het opmeten van dichtgemetselde oude pandjes die gesloopt moesten worden voor de bouw van de Oostlijn van de metro. De lijdensweg van Rouwhorst leek geen einde te kennen. De Nieuwmarktrellen vormden echter een keerpunt. De sloop stopte, er werd steeds meer hersteld en nu telt de stad bijna 9000 monumenten, waarvan ruim 7500 rijksmonumenten.

Rouwhorst vindt dat allemaal heel positief. Dankzij de tradtie van het herplaatsen, restaureren, en (historiserend) (her-) herbouwen, ziet de stad er zo goed uit.

Het herplaatsen van geveltoppen is, aldus Rouwhorst, 'dus beslist geen geschiedvervalsing'. "Het zijn echte toppen op echte panden." Het verzet van sommige architecten werd volgens hem gevoed door het feit dat die liever met ­eigen nieuwbouw een stempel op de stad hadden willen drukken.

Informatie op de pui
Om aan het grote publiek duidelijk te maken wat er in de stad is gebeurd, vindt Rouwhorst wel dat meer informatie en verantwoording ­nodig is. "In Edinburgh doen ze het goed," zegt hij. "Ze melden op de pui van historische panden in het centrum wat eraan is vertimmerd."

Bezoekers van Amsterdam zouden zulke aanvullende informatie volgens Rouwhorst ook fantastisch vinden. Verantwoording in een boek is niet voldoende. "De toerist moet het ­allemaal vanaf de straat kunnen volgen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden