Plus

Is het nou gezond om tussendoortjes te eten of niet?

Op werk en school, in tankstations en supermarkten: overal zijn verleidelijke tussendoortjes. Slecht? Toch niet als ze 'raw' of 'organic' zijn? Hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell over ons - opgedrongen -snackgedrag.

Beeld Rein Janssen

Is het nou gezond om tussendoortjes te eten of niet? De een zegt dat je het bij drie maaltijden per dag moet houden, de ander zweert bij allemaal kleine hapjes. En als we dan besluiten om tussendoortjes te eten, wat kun je dan het beste nemen?

En wie heeft er tijd om 's ochtends voor een heel gezin stukjes paprika te gaan snijden en bakjes met humus te vullen? Op veel scholen zijn ongezonde tussendoortjes verboden, maar wat mag er dan wel?

Niet eenvoudig te beantwoorden vragen. Het begint al met het vage begrip 'tussendoortje'. Alles wat we eten tussen het ontbijt, lunch en avondeten is een tussendoortje.

En dat kan natuurlijk enorm uiteenlopen: van een koekje bij de thee of een handje druiven om tien uur 's ochtends tot een hamburger op het station om vijf uur of een patatje kapsalon om middernacht na een avondje stappen.

Niet lang geleden aten Nederlanders drie keer per dag en hooguit een stukje fruit in de middag. Nu worden we bestookt met het idee dat elk moment van de dag een snackmoment kan zijn.

Zo is er door marketeers bedacht dat kinderen rond tien uur een pauze met 'klein eten' moeten hebben en dat werknemers rond vier uur 's middags een kopje instantsoep nodig hebben.

Kiosken op stations, automaten op school of werk, benzinestations en hippe koffietentjes liggen vol aantrekkelijke tussendoortjes. En overwegend zijn dat suikerrijke ­repen of baksels dan wel hartige vetrijke snacks. Met weinig tot geen voedingsstoffen als vitamines, mineralen of vezel. Ze zijn er louter voor de lekkere trek.

Goudmijn
Maar is snacken per se ongezond? De wetenschap geeft niet erg veel heldere antwoorden. Dat komt omdat er ­zo veel manieren zijn waarop we kunnen snacken.

Of je je dagelijkse benodigde hoeveelheid voedsel nou verdeelt over drie maaltijden of over veel meer kleine hapjes maakt voor het beheersen van het lichaamsgewicht niet veel uit.

Het merendeel van de studies laat zelfs een wat gunstiger effect zien op allerlei risicofactoren voor ­type 2 diabetes en hart- en vaatziekten naarmate het aantal eetmomenten toeneemt. Bij het verdelen over meer porties over de dag krijg je bijvoorbeeld minder grote schommelingen in je bloedsuikergehalte.

Maar in de praktijk worden we dagelijks geconfronteerd met soms wel tientallen verleidelijke, ongezonde snack-aanbieders. Tussendoortjes zijn een goudmijn voor de voedingsmiddelenindustrie. Ze zijn alom tegenwoordig in het straatbeeld in de vorm van ketens die fastfood of gebak verkopen.

Ook in de supermarkten zijn ze onvermijdelijk: vele honderden soorten koekjes, koeken, candybars, chocolade­repen, borrelnootjes, chips en zoutjes. Een jaarlijks groeiend assortiment van energierijke dikmakers.

Vaak van grote multinationals als Pepsico, Mars, Nestlé en Mondelez. ­Giganten met een enorm marketingbudget. Veel van die snacks hebben ook een uitgesproken ongezond imago en de fabrikanten worden vaak gezien als de primaire veroorzakers van allerlei welvaartsziekten.

Als tegenhangers van de bekende snacks zijn er daarom nieuwe varianten die vooral gezondheid en duurzaamheid moeten uitstralen. Ogenschijnlijk verantwoorde tussendoortjes die je zonder schuldgevoel in je mond kunt stoppen. Met moderne (liefst Engelse) termen als 'Natural', 'Organic', 'Raw', 'Rude', 'Primal' en 'Vegan'. En meestal met de suggestie van fruit, noten en superfood.

Een paar voorbeelden: een reep met opschrift 'raw organic food cacao bites goji' weet in een 25 gram wegend reepje toch bijna 12 gram suiker te verstoppen. Ook in reepjes als 'Naked pecan pie' ('geen suiker toegevoegd'!) zit 12 gram suiker. Een haver- en dadelreep van 40 gram van Albert Heijn bevat bijna 19 gram suiker.

Even ter herinnering, de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert ons liever niet meer dan 25 gram toegevoegde suikers per dag te eten. Ook een glutenvrije reep met noten, gedroogd fruit, gepofte rijst en een yoghurtlaagje (50 gram) bevat 225 kcal en scheppen suiker.

Graaien in een snoepwinkel
Het zijn, kortom energierijke suikerbommen met een wat mooiere verpakking. En een doorgaans aanzienlijk hogere prijs. Zie in een wereld vol van dit soort verleidingen maar eens je energie-inname binnen de perken te houden. En om de nodige voedingsstoffen in voldoende mate binnen te krijgen.

Het is niet verwonderlijk dat Nederlanders wel een derde van hun dagelijkse energie uit tussendoortjes halen, maar tegelijkertijd een onvoldoende scoren op de inname van groenten, fruit, vis, vezel, peulvruchten, enzovoorts. ­Alleen al door die tussendoortjes te laten staan kunnen kolossale volksgezondheidsproblemen als overgewicht en obesitas in theorie worden opgelost.

Het Voedingscentrum raadt aan om maximaal vier keer iets kleins tussendoor te eten, maar dan hebben ze het niet over dit soort snacks. Ze bedoelen tussendoortjes als fruit, snackgroenten, een bakje yoghurt of een handje ongezouten noten. Saaier wellicht dan graaien in een snoepwinkel. Maar we hebben die calorierijke snacks echt niet nodig. Dat wordt ons aangepraat.

Onderzoek heeft uitgewezen dat het aanbieden van water, fruit en snackgroenten op school, thuis of de werkplek vanzelf leidt tot een aanzienlijk hogere fruit- en groenten­inname en tot een afname van 'lekkere trek' en een lagere inname van toegevoegde suikers.

Op veel basisscholen in Amsterdam wordt nu in de pauzes water, melk of thee gedronken in plaats van suikerrijke drankjes. En als tussendoortje eten kinderen groenten en fruit of eventueel een volkoren boterham.

Er wordt aangeraden traktaties gezond te houden en te beperken tot 75 kcal. Dat kan in eerste instantie wat problemen opleveren met sommige ­ouders, maar die zijn meestal tijdelijk van aard.

Zelfbeheersing
De voedingsmiddelenindustrie zou zijn formidabele ­capaciteit in research en development kunnen inzetten om in plaats van nieuwe variaties van suikerbommen een alternatief soort snacks te ontwikkelen die lekker, voedzaam en makkelijk zijn.

En die in plaats van veel suiker juist de benodigde eiwitten, vezel en andere essentiële voedingsstoffen bevatten. Ook de uitgekiende marketing en distributiekanalen kunnen daarvoor worden ingezet.

De overheid zou, net als nu bij schoolkantines, kunnen sturen op een aanbod dat voor het overgrote merendeel bestaat uit gezondere keuzes. Standaard uitsluitend gezonde keuzes aanbieden kan natuurlijk prima in overheidsgebouwen, zorg- en onderwijsinstellingen. Het is ­eigenlijk best raar dat dat nog niet gebeurt.

Ook het goedkoper maken van de gezondere keuze en het juist duurder maken van de ongezonde producten is een bewezen effectieve manier om mensen gezonder te leren snacken.

Zodat de scholier, werknemer of reiziger niet meer in een flits hoeft te kiezen tussen een candybar en een minstens even dure appel. Ons impulsieve brein kiest namelijk ­vrijwel altijd automatisch voor het eerste.

Moeten we die overheerlijke snacks dan helemaal uitbannen? Nee, maar beperk het eten ervan tot hooguit een paar keer per week. Dat is best lastig als we moeten vertrouwen op onze zelfbeheersing.

Het lukt het beste als ze niet voortdurend aan ons worden opgedrongen door hun voortdurende beschikbaarheid, aantrekkelijke prijs en ­indringende marketing. Het realiseren van een gezondere voedselomgeving vereist nogal wat moed in het ­beleid en in het bedrijfsleven. Wie durft?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden