PlusAchtergrond

Is het leenstelsel wél een obstakel voor mbo’ers die willen doorstuderen?

De invoering van het leenstelsel zou geen effect hebben op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Althans, dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag in een onderzoek onder scholieren. Maar mbo’ers lijken toch minder vaak door te studeren.

Beeld ANP

In het rapport stelt het CPB dat havo- en vwo-scholieren zich niet terughoudender zijn om te gaan studeren dan voor de invoering van het leenstelsel het geval was. Het hoger onderwijs zou met afschaffing van de basisbeurs in 2015 dus niet minder toegankelijk zijn gewordenOver de doorstroom van mbo’ers naar het hoger onderwijs staat in het rapport echter niets. En dat is opvallend, want juist over die groep bestonden grote zorgen ten tijde van de invoering van het leenstelsel. De doorstroom van mbo’ers naar het hoger onderwijs zou kunnen afnemen vanwege leenangst onder die groep. 

Uit de jaarlijkse Monitor Beleidsmaatregelen van onderzoeksinstituut ResearchNed, dat onderzoek doet naar het Nederlandse onderwijsstelsel in opdracht van de overheid, blijkt dat de doorstroom inderdaad minder is geworden. Waar tien jaar geleden nog zo’n 50 procent van de mbo’ers na het behalen van een diploma aan een hbo-studie begon, is dat sinds het studiejaar 2015-2016 (het eerste jaar van het leenstelsel) afgenomen tot ongeveer 41 procent. Dat percentage stabiliseert de afgelopen jaren wel.

Andere keuze

De afname van het aantal doorstromers is een van de argumenten die een toenemend aantal partijen in de Tweede Kamer – een ruime Kamermeerderheid inmiddels – aandragen om het leenstelsel aan te passen, dan wel af te schaffen. Dat een deel van de mbo’ers zich laat tegenhouden door het leenstelsel, is aannemelijk, zegt Anja van den Broek, wetenschappelijke directeur van ResearchNed. “Dat het leenstelsel iets te maken heeft met de afname van de doorstroom, komt naar voren uit de cijfers.” Maar het precieze verband is volgens haar lastig in kaart te brengen. Dat komt doordat een afgestudeerde mbo’er voor een andere keuze staat dan een havo- of vwo-leerling. 

“Afgestudeerde mbo’ers hebben, in tegenstelling tot jongeren die van de havo of het vwo komen, een diploma waarmee ze een al baan kunnen vinden,” legt Van den Broek uit. “De krapte op de arbeidsmarkt is de afgelopen jaren, vanaf ongeveer 2013-2014, toegenomen. Een reden voor de verminderde doorstroom kan dus ook zijn dat mbo’ers er vaker voor kiezen om na hun opleiding te gaan werken en via die weg een carrière op te bouwen. Voor havo- en vwo-leerlingen is dat geen optie, omdat ze nog geen vak hebben geleerd.”

Logische keuze

Dat het leenstelsel niet de enige reden is voor het dalende aantal doorstromers, beaamt ook lector Kansrijke Schoolloopbanen aan de HvA Louise Elffers. “In een onderzoek naar doorstromers in de regio Amsterdam kwam naar voren dat mbo’ers vaker bang zijn dat het hbo te moeilijk is. Als je vervolgens ook nog moet lenen voor een studie waarvan je niet zeker bent dat je die aankunt, kan dat je afschrikken.”

Een mbo niveau 4-diploma leidt op voor de arbeidsmarkt, dus ook dat is een prima optie, vult Van den Broek aan. “Als je ook via werk een financieel zekere toekomst kunt opbouwen, kan dat een logischer keuze zijn dan een vervolgopleiding.”

Wie die keuze maken, verschilt dan wel weer sterk per opleiding, ziet Elffers. “Ook daarin zijn mbo’ers een hele diverse groep. Voor sommige opleidingen geldt dat een hbo de baankansen aanzienlijk vergroot. Voor andere sectoren geldt dat minder.”

Perceptie van lenen

Naast de feitelijke financiële barrières om wel of geen vervolgopleiding te doen, kan ook de perceptie van geld lenen een rol spelen, meent Elffers. “Toen het leenstelsel net werd ingevoerd, zag je ook bij andere studentengroepen een daling van het percentage dat een vervolgopleiding koos. Jongeren moesten ineens méér gaan lenen dan voor 2015. Er deden soms ook spookverhalen de ronde over torenhoge bedragen die je maandelijks zou moeten terugbetalen. Na verloop van tijd nam die schok af en zijn studenten gewend geraakt aan het nieuwe stelsel.”

Maar de doorstroom vanuit het mbo is dus nog niet op het oude niveau. Waarom, dat moeten nieuwe studies, onder meer door ResearchNed, gaan uitvinden. Anja van den Broek benadrukt dat het lastig zal blijven om tot een eenduidige conclusie te komen. Maar het leenstelsel aanwijzen als dé boeman, vindt ze onterecht. “Ook het leenstelsel biedt, met een fors verhoogde aanvullende beurs, financiële garanties als ouders niet kunnen bijdragen aan de studie. En die beurs wordt, net als in het oude stelsel, omgezet in een gift als studenten hun diploma halen.”

Corona

De uitbraak van het coronavirus maakt het er niet simpeler op om de mbo’ers en de motivatie voor hun keuzes in kaart te brengen. “In het algemeen zie je dat wanneer de arbeidsmarkt krimpt, wat verwacht wordt nu er weer een crisis aankomt, mensen vaker kiezen om door te studeren,” zegt Louise Elffers. “Dus voor de mbo’ers die dachten ‘ik ga lekker werken als ik klaar ben’, kan dat betekenen dat ze nu alsnog kiezen voor een hbo-opleiding. Maar dat effect kunnen we pas over een tijd terugzien.”

Ze voegt toe dat onderzoek naar deze groep belangrijk blijft. “Als mbo’ers die graag door willen studeren dat niet doen vanwege het leenstelsel, dan is dat zorgelijk en moeten we bekijken wat we daaraan kunnen doen.”

Het leenstelsel: hoe zat het ook alweer?

In 2015 ging het leenstelsel voor studenten in. Waar studenten in het hoger onderwijs voor die tijd nog een basisbeurs kregen, die werd omgezet in een gift als aan bepaalde voorwaarden was voldaan, verviel die in het nieuwe stelsel helemaal. Hbo- en wo-studenten kunnen nu alleen nog een lening afsluiten. Wel is er voor studenten wiens ouders te weinig geld hebben om hen financieel te kunnen steunen een aanvullende beurs, die onder bepaalde voorwaarden omgezet wordt in een gift. 

Mbo-studenten krijgen de basisbeurs nog wel, maar als zij na hun opleiding willen overstappen naar het hbo, moeten ook zij dus gaan lenen als ze extra geld nodig hebben voor het bekostigen van hun studie. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden