Column

Is het einde van het toeristenprobleem in de stad eindelijk in zicht?

Mano Bouzamour Beeld Het Parool
Mano BouzamourBeeld Het Parool

Amsterdam is een held rijker. Een drugsdealer strooit de stad vol met witte heroïne onder het mom van cocaïne. Daardoor gebruiken de toeristen, in Amsterdamse volksmond ook wel tyfusteringtoeristen genoemd, het witte wonderspul op de verkeerde wijze. Afgelopen weken zijn er drie doden gevallen. Zeventien raakten zwaargewond.
Is het einde van het toeristenprobleem in de stad eindelijk in zicht?

Waarom zijn de slachtoffers geen Amsterdammers? Een beetje Amsterdammer kent het verschil wel.

Hoe vaak ik tijdens mijn nachtelijke wandelingetjes door het centrum gevraagd ben of ik iets te koop had.

'Wadda ya mean?' vroeg ik dan.

Dan snoof diegene opzichtig of hij tikte met z'n vingertop op zijn neusvleugel.

Beledigd voelde ik me niet. Wel een beetje stom. Ik liep verdomme centen mis! Had ik maar wat paracetamolletjes op zak gehad, dan had ik ze met vlugge vingers verpulverd en in een opgevouwen notitieblaadje geleegd en aan ze verkocht.

Toen ik afgelopen vrijdag op weg was naar de Stadsschouwburg sierde niet een kerstboom, maar een matrixbord het Leidseplein: Be aware! Extremely dangerous cocaine is sold to tourists.

Ik moest optreden op de jaarlijkse Jonge Schrijversavond in de Stadsschouwburg. Het was een mooie avond. De zaal was afgeladen. Het publiek was enthousiast. Een belangrijke figuur in de Nederlandse literatuur was er ook. Hij ontving een prijs voor zijn oeuvre: de Gouden Schrijfmachine. Remco Campert zat naast mij.

Ik heb een selfie met hem gemaakt. Zonder dat hij het doorhad. Ik kreeg het vermoeden dat hij niet heel veel dingen doorhad die avond. Misschien had hij z'n gehoorapparaat uitgeschakeld om al het jeugdige gelul niet te hoeven aanhoren. Begrijpelijk.

Campert was in gedachten verzonken, zijn smeulende sigaretje fantaseerde ik erbij. Ik kon mijn ogen niet van de man afhouden. De ouderdomsvlekjes op zijn handen en huid, alsof een schilder ze er met wilde halen met zijn verfkwast op had gesmeten. Ik wilde de roos op zijn jasje voorzichtig wegvegen. Maar dat deed ik niet. 65 jaar lang publiceert hij al. Ik zat naast een literaire veteraan.

Er gebeurde nog iets bijzonders deze week. Ik mocht het eerste exemplaar in ontvangst nemen van Solomonica de Winters debuutroman. De boekpresentatie vond plaats in uitgeverij Prometheus. Mijn clubhuis. Ik heb er nog net geen matrasje in het ketelhok.

Ik heb 'Achter de regenboog' met veel bewondering gelezen. Zozeer, dat ik het zelfs meenam naar de sportschool. Tussen de behoorlijk brute bicepsoefeningen las ik het boek van het mooie meisje van zeventien. Zeventien! Nog geen ouderdomsvlekje of huidschilfer te zien. De mooiste vergelijking in het boek luidt: 'Over de hele stad lag een laagje sneeuw, zo donzig als een perzikhuid.'

m.bouzamour@parool.nl

Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden