Is er toekomst voor de Amsterdamse winkelstraat?

Geen wonder dat het 'saaie' midden uit de winkelstraat verdwijnt, oude patronen veranderen. Wat betekent dat voor het Amsterdamse straatbeeld?

Eva Gabeler
De V&D in de Kalverstraat. Beeld ANP
De V&D in de Kalverstraat.Beeld ANP

De toekomst van V&D staat al een paar weken in de schijnwerpers, een maand eerder was het kledingketen Mexx die op het randje van de afgrond balanceerde en van het cd-imperium Free Record Shop zijn sinds augustus een paar schappen over in ramsjzaak Boekenvoordeel. Iconen van vroeger verdwijnen langzaam uit het straatbeeld.

De vraag dringt zich op wat er over tien jaar nog over is van het Amsterdamse winkellandschap nu winkels uit het middensegment verdwijnen. En waarom zijn het nu juist deze ketens die het niet redden?
Buitengewoon hoogleraar marketing Cor Molenaar weet het wel. Sterker nog, hij roept het al jaren: ontwrichting van bestaande patronen.

Het trucje van Albert Heijn
Even terug naar de jaren zestig, want deze kaalslag kennen we ergens van. Destijds verstoorde Albert Heijn de voedselsector met enorme winkels in Nederlandse nieuwbouwwijken. Een trucje dat ze afkeken bij supermarkten in het buitenland. AH ging met die enorme vestigingen juist in buitenwijken zitten, terwijl De Gruyter en Simon de Wit stug kantoor bleven houden in steden. 'Een grote denkfout,' zegt Molenaar. Consumenten gingen boodschappen doen met de auto, die in opkomst was in die tijd. 'Daarvoor was parkeerruimte nodig, en die vind je niet in de stad.'

Een halve eeuw later staat de wereld voor een vergelijkbaar dilemma, volgens Molenaar. Hij schreef er een boek over: 'Kijken, kijken, anders kopen'. Dit keer is het niet de auto, maar opnieuw de technologie die winkeliers inhaalt en zorgt voor ontwrichting.

De consument is veranderd
'Tien procent van ons beschikbare inkomen gaat naar producten die tien jaar geleden niet bestonden, terwijl we niet meer verdienen.' Molenaar doelt op diensten zoals Spotify, mobiel internet en Netflix. Het gevolg is dat mensen hun koopgedrag aanpassen: Lidl in plaats van Albert Heijn, Primark in plaats van V&D. Daarnaast is de consument veranderd, die wil met mooie merken laten zien wie hij is en verlangt meer flexibiliteit: in arbeidscontracten, relaties en ook bij het winkelen. Klanten willen dat de winkelstructuur zich aan hen aanpast.

Logisch dus, stelt Molenaar, dat winkels in het middensegment zonder uitstraling en klantenbinding van de kaart worden geveegd. Neem V&D als voorbeeld. Want, huurkorting of niet, het warenhuis kan het vergeten als het zijn strategie niet aanpast. 'Je moet je afvragen wie je doelgroep is, waar die woont en de boel daarop aanpassen. V&D wil een winkel zijn voor iedere Nederlander, maar dat werkt niet meer. Sterker nog, als de keten verdwijnt, betekent dat niet zo gek veel voor het straatbeeld. Ja, het is jammer voor bepaalde klanten, maar de winkel zal snel vergeten zijn omdat het nu een winkel voor niemand is.'

En Amsterdam dan?
Het is duidelijk: winkelketens zonder plan dat aansluit op de flexibele consument, redden het waarschijnlijk niet. Maar wat betekent dat concreet voor het straatbeeld van Amsterdam? De belangrijkste conclusie is dat er veel winkels verdwijnen. Naar verwachting blijven er in heel Nederland zo'n 70.000 van de nu 120.000 winkels over. Het middensegment verdwijnt helemaal, de toplaag en onderlaag van de markt breiden uit.

Tegelijkertijd zal het winkelgebied een transformatie ondergaan. Mensen winkelen met een andere reden dan voorheen, daardoor gaat de samenstelling van een winkelgebied een grotere rol spelen. Molenaar maakt onderscheid tussen een verzorgende en een recreatieve functie. Neem het centrum van Amsterdam, dat duidelijk de laatste rol is toebedeeld voor dagjesmensen en toeristen. Hier zullen zich alleen maar meer grote internationale ketens vestigen, zoals Forever 21 en winkels met een duidelijke strategie zoals de Bijenkorf. Daarnaast houdt het centrum zijn grote regionale functie, waardoor er meer ambachtelijke slagers, groenteboeren en eenmanszaken zullen openen.

Winkelcentra buiten het centrum, zoals Amsterdamse Poort in de Bijlmer, dienen met hun verzorgende functie een lokaler doel. De mensen die daar wonen doen er hun dagelijkse boodschappen. 'Hier vind je een beperkt aantal mode- en schoenenwinkels, Kruidvat, Etos, Blokker en prijsvechters in de categorie van Action,' voorspelt de hoogleraar.

Vroeger open, later dicht
Maar dan ben je er nog niet, denkt Molenaar. Je moet zorgen dat klanten blijven terugkomen. 'En dat gebeurt niet door afprijzen, zoals je nu veel ziet.' Volgens Molenaar zouden horeca en winkels meer samenwerking moeten zoeken. Denk aan een kopje koffie bij de buurman nadat je nieuwe schoenen hebt gekocht, het bezorgen van bestellingen door gepensioneerden of mensen met een lichamelijke beperkingen uit de buurt. Andere openingstijden zijn ook een belangrijk punt. Grote kans dat winkelketens vroeger opengaan en later open blijven.

Voor ondernemers is het belangrijk om meer samen te werken en kennis te delen. Denk aan de 9 Straatjes, die op een gezamenlijke website uitdragen wat ze te bieden hebben. Ook winkeliers in de Haarlemmerstraat zijn een vergelijkbaar initiatief gestart.

'Sommige winkeliers vinden al deze veranderingen moeilijk te begrijpen. Ze gaan er niet in mee en doen wat ze altijd deden: om tien uur de deur openen, om zes uur sluiten en de kassa tellen. Dat zijn precies degenen die het niet zullen redden.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden