analyse

Is de grap van het Haga Lyceum geslaagd te noemen?

Het Haga Lyceum noemde het een 'burgerschapsevent': het bericht dat Arnoud van Doorn interim-directeur wordt was een 1-aprilgrap. Maar hoe kunnen media zich wapenen tegen leugens, en leent ieder onderwerp zich wel voor plaisanterie?

Cornelius Haga Lyceum Beeld anp

Het Parool tuinde er ook in. Net als het ANP, de NOS, De Telegraaf, AD, NRC Handelsblad: nagenoeg alle media meldden dat Arnoud van Doorn, de tot moslim bekeerde ex-PVV'er, interim-directeur van het Cornelius Haga Lyceum werd. Het was opmerkelijk, maar ook weer niet totaal onlogisch nieuws: Van Doorn is al nauw betrokken bij de omstreden islamitische school in Amsterdam-West.

Aan het begin van de middag, de krant was al naar de drukker, bleek waarvoor al werd gevreesd: het bleek te gaan om een 1 aprilgrap. "We danken de media die ons geholpen hebben om een (in Nederland) vanaf het jaar 1561 bestaande traditie levend te houden," stond in het triomfantelijke bericht op de website van school. Ook op de redactie van Het Parool klonken, ondank alle slagen om de arm in de berichtgeving, een paar onchristelijke en -islamitische krachttermen.

Pijnlijk
In een 1-aprilgrap trappen is voor iedereen pijnlijk, maar voor organisaties die aan het achterhalen van de waarheid hun bestaansrecht ontlenen is het extra gênant. Nieuwsredacties zijn in de weken voorafgaand aan de nationale grappendag extra scherp, niet zelden gaat er nog een waarschuwend mailtje rond: "Let op: 1 april komt eraan. Trap er niet in."

Het overgrote deel van de persberichten die pr-bureaus versturen in de hoop op gratis publiciteit gaat dan ook linea recta de prullenbak in, maar toch glippen er ieder jaar wel een paar grappen doorheen. Zo berichtte deze krant vorige week dat het GVB een bed & breakfast begint op een pontje.

Grapje!

Of de actie van het Cornelis Haga Lyceum als geslaagd kan worden beschouwd is de vraag. Zowel Van Doorn als bestuurder Soner Atasoy ontkende zondag en maandag meermaals dat het om een grap ging. Dat zou je botweg liegen kunnen noemen, maar ook af kunnen doen als journalistenleed. En zuurheid achteraf staat niemand fraai. De Telegraaf had het maandag over een door het Haga Lyceum 'geschonden erecode', wat de krant op de nodige hoon kwam te staan. Het is aan journalisten de taak om het hoofd koel te houden, zeker in tijden van nepnieuws. Maar tegen jokkebrokken is geen kruid gewassen.

Reputatie
Veel schadelijker is dat het Haga Lyceum, dat scherp in de gaten wordt gehouden door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) wegens banden met terrorisme, denkt dat dit een onderwerp is dat zich leent voor grappenmakerij. De kinderen zouden genoten hebben van het 'burgerschapsevent', zo schreef de school op haar website. Maar dat de reputatie van de school een nieuwe kras heeft opgelopen door de connectie met een salafist die onder meer veroordeeld is voor het verkopen van drugs aan minderjarigen, lijkt de bestuurders minder te deren. De school heeft lak aan de publieke opinie en staat met de rug naar de samenleving. Daar lijken de bestuurders zelfs trots op te zijn. De zorgen van politici over wat zich achter de blauwwitte muren van het schoolgebouw afspeelt zijn dan ook begrijpelijk.

Arnoud van Doorn Beeld anp

Wat wel en wat geen 1-aprilgrap is, is onduidelijk. Humor is sowieso een diffuus begrip: wat voor de één flauw is, vindt de ander hilarisch. "Maar zeker bij precaire onderwerpen zou de maker van de grap zich ook rekenschap mogen geven van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid," vindt Ronald Ockhuysen, hoofdredacteur van Het Parool. "Een omstreden salafist aanstellen als baas van een omstreden salafistische school voedt de toch al aanwezige anti-islamsentimenten in de samenleving."

Een variant hiervan hierop was de 'witz' van Esther Voet, die twee weken geleden bekendmaakte op te stappen als hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW). Ze zou naar Israël emigreren omdat in Nederland 'antisemitisme weer mainstream wordt'. Het bleek te gaan om een poerim-grap, een joodse traditie om elkaar in de maling te nemen. Maar toen ze dat bekendmaakte was de discussie over oplaaiend antisemitisme op sociale media al in alle heftigheid losgebarsten, met alle onfrisse escalaties die daar helaas mee gepaard gaan. Ockhuysen: "In de explosieve publieke debatten van heden ten dage kunnen enige luchtigheid en humor geen kwaad. Maar niet ieder onderwerp leent zich voor snakerij."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden