'Irfan E. bekende moord op fietsenmaker Temel Kobya'

Irfan E. (37), die verdacht wordt van het doodsteken van fietsenmaker Temel Kobya uit Nieuw-West, heeft de moord bekend tegenover een vriend.

De 49-jarige fietsenmaker werd op 15 maart doodgestoken in zijn winkel.Beeld Rink Hof

Dat zegt die vriend, de cruciale getuige in deze zaak. Volgens de man verscheen E. kort na de moord op de fietsenmaker in zijn woning. Hij zou onder het bloed hebben gezeten en de moord op Kobya hebben bekend.

Bovendien zijn dna-sporen onder de nagel, op de pet en op de stofjas van het slachtoffer gevonden. Deze komen overeen met het dna van de verdachte.

Tweede zaak
E. blijft voorlopig nog in de cel, zo heeft de rechter donderdagmiddag besloten tijdens een inleidende zitting. De rechtbank ziet teveel aanwijzingen dat de verdachte de fietsenmaker heeft omgebracht om hem vrij te laten. Bovendien bestaat de angst dat hij opnieuw de fout in zou gaan.

Door de getuigenis van de vriend is het Openbaar Ministerie ook een tweede zaak op het spoor gekomen. Irfan E. zou twee maanden tevoren al geprobeerd hebben iemand dood te slaan in Amsterdam. Ook deze daad zou E. aan zijn vriend in zijn appartement hebben opgebiecht.

In dit geval gaat het om een man die E. van zijn werk in de bouw kent. Op 19 januari zou hij bij hem zijn langsgegaan en hem meerdere malen op het hoofd en lichaam hebben geslagen met een hamer. De man liep een schedelfractuur en hersenkneuzing op.

Betrouwbaarheid
Naar aanleiding van de verklaring van de getuige heeft ook dit slachtoffer aangifte gedaan en E. aangewezen als zijn belager. Doordat deze tweede zaak aan het dossier is toegevoegd, zag de rechter genoeg reden om aan te nemen dat er risico op terugval is.

E. ontkent zelf op wat voor manier dan ook betrokken te zijn bij beide misdrijven. "U heeft de verkeerde voor u," zei hij donderdag tegen de rechter.

De advocaat van E., Yehudi Moszkowicz, probeerde de betrouwbaarheid van de hoofdgetuige in twijfel te trekken. Volgens Moszkowicz was het hem vooral te doen om de beloning van tienduizend euro die in het televisieprogramma Opsporing Verzocht werd toegezegd voor de doorslaggevende tip.

Als E. daadwerkelijk in zijn woning een moord heeft bekend, zo redeneerde Moszkowicz, waarom zou de getuige dan pas een maand later, na de uitzending op televisie, naar de rechter stappen?

Hechtenis verlengd
Ook vroeg de advocaat zich af waarom het eerste slachtoffer, dat in zijn woning met een hamer is aangevallen, pas aangifte deed in april, maanden na het voorval.

Moszkowicz wees erop dat dit slachtoffer, de getuige en E. elkaar kenden en suggereerde dat de getuige en het slachtoffer van de hameraanval er wellicht samen voor hebben gekozen E. als dader aan te wijzen.

Toch konden deze argumenten de rechtbank niet overtuigen. De hechtenis van E. is verlengd tot de volgende zitting, die voor 27 oktober is gepland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden