Recensie

Inherent Vice: film noir in de wietdampen van de seventies (****)

Het hermetische werk van de Amerikaanse auteur Thomas Pynchon gold als onverfilmbaar en je zou kunnen zeggen dat daaraan een eind is gekomen nu Paul Thomas Anderson de roman Inherent vice ('Pynchon lite' volgens een criticus) uit 2009 heeft verfilmd.

Joaquin Phoenix (links) is privédetective, Josh Brolin rechercheur Beeld Warner Bros. Picture
Joaquin Phoenix (links) is privédetective, Josh Brolin rechercheurBeeld Warner Bros. Picture

Er zullen echter genoeg mensen zijn die na de tweeënhalf uur durende film - een film noir in de vermomming van een stoner­komedie met trekjes van een paranoiathriller uit de jaren zeventig - zullen denken dat die term onverfilmbaar nog niet zo slecht gekozen was.

Bij muziek is het een aanvaard idee dat je er naartoe kunt groeien; neem het laatste album van D'Angelo. Dat viel de eerste keer ook niet meteen op zijn plek (geniaal gefreak, dat wel), maar is inmiddels een vertrouwd geluid. Bij films is dat lastiger; moet je die in één keer helemaal doorhebben?

Aan de andere kant: wat doet plot er toe? Bij klassieke film noirs als 'The big sleep' en 'Chinatown' staat de complexiteit van de plot voor de ongrijpbaarheid van het wereldraadsel (en het mysterie vrouw).

Film noir
'Inherent vice' is een film met een schitterend exte­rieur, een film noir met Joaquin Phoenix als stoner private eye Larry 'Doc' Sportello, die door zijn ex (femme fatale Katherine Waterston) in een diabolische plot wordt getrokken als hij op zoek gaat naar haar minnaar, de verdwenen onroerendgoedmagnaat Mickey Wolfmann.

Dat leidt weer naar het geheimzinnige Golden Fanggenootschap, een stel tandartsen die zich in de drugshandel hebben begeven, en in een gebouw werken dat de vorm van een gouden slagtand heeft.

En dan is er nog iets met neonazi's, een doodverklaarde saxofoonspeler, de strijd tussen de LAPD en de FBI, een geheimzinnige cult en de eeuwige strijd tussen hippies en hardwerkende burgers. Dit alles gehuld in wolken marihuanarook.

Groovy seventies
Het jaar is 1970 en de locatie is Los Angeles. Paul Thomas Anderson komt hier weer op het terrein van zijn Boogie Nights in zijn sublieme ode aan de stijl, de muziek, de groove van de seventies. Op één of andere manier weet hij toch een melancholische toon te raken, waarbij het einde van het hippiedecennium in harmonie is met de pijn over een verloren liefde uit de summer of love.

Phoenix, die eerder in Andersons 'The master' speelde, is de sterke stonerdetective die - niet ongelijk aan 'The big Lebowski' - de rode draad vormt in een serie ontmoetingen met kleurrijke en uitzinnige figuren, die we mogelijk vanuit het perspectief van zijn benevelde brein zien.

Hoogtepunten zijn Josh Brolin als inspecteur Bigfoot, Benicio del Toro als zijn advocaat en Martin Short als tandarts Rudy Blatnoyd (over de namen van personages in Inherent vice kun je al uren doorgaan). En dan is er nog Katherine Waterston als Shasta Fay Hepworth, die de femme fatale een tamelijk onvergetelijk groovy karakter meegeeft.

Zeker nog een keer zien, al was het maar om meer tijd te hebben om de menulijst van het Chick Planet Massage-bordeel te bestuderen, dat ergens op de achtergrond hangt en waar we nog net konden zien dat een 'Pussy ­feast' $14,95 kost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden