Plus

Ineens had Joëlle 32 halfbroers en -zussen

Joëlle (18) dacht vanaf haar achtste voortdurend aan haar vader, donor E19. Ze maakte liedjes en gedichten over hem, schreef brieven.

Joëlle Beeld Claudia Kamergorodski

Joëlle kon hem pas ontmoeten op haar zestiende, net toen twee halfbroers háár hadden gevonden en ze ontdekte dat ze minstens 32 halfbroers en -zussen heeft. 'Dit maakt me nu al een completer mens.'Mijn moeder huilde toen ze de brief las waarin ik fantaseerde over de eerste ontmoeting met mijn donorvader.

'Ik hoop dat je naar mij kijkt, misschien met een trots gezicht. Je kan trots op mij zijn hoor. Mijn moeders hebben hun best gedaan om van mij een goed persoon te maken. Dat is ze denk ik wel gelukt.' (MissingSide.nl, Joëlle, 19 november 2016, Een boodschap voor mijn nu nog onbekende donor).

Eerst durfde ik mijn moeders niets over mijn blog te vertellen. Het was iets persoonlijks, ik schreef over mijn gevoelens en vragen als donorkind. Ik hoopte dat ouders van andere donorkinderen het zouden lezen en inzien: 'Misschien gaat mijn kind hier ook doorheen.'

Donorkind
Mijn moeders ontmoetten elkaar eind jaren negentig. Tijdens de Gay Pride van 1998 praatten ze over hun kinderwens. Omdat vriendinnen kinderen hadden via een zaaddonor gingen ze naar de huisarts, die verwees ze door naar het AMC.

Ze kozen voor een zogenoemde B-donor, het kind kan dan later de gegevens opvragen, een A-donor is volledig anoniem. Mijn moeders vonden het belangrijk dat ik op zoek kon gaan naar mijn roots.

Volgens het AMC-protocol mochten ze niet zelf kiezen. Het ziekenhuis legde foto's en profiellijsten van mijn moeders en potentiële donorvaders naast elkaar - donor E19 leek de beste match.

Zondag 23 januari 2000 ontdekte mijn moeder dat ze zwanger was van mij. Mijn drie jaar jongere zusje Chenoa is van dezelfde zaaddonor en biologische moeder.

Ik wist van jongs af aan dat ik een donorkind ben en was er open over tegen anderen. Helaas was er weinig om open over te zijn, want ik wist niets van hem. Mijn moeders waren er niet van op de hoogte dat ze een donorpaspoort konden krijgen in het KID-traject (Kunstmatige Inseminatie Donorsperma). Pas op mijn twaalfde kon ik er een bij het ziekenhuis opvragen en op mijn zestiende kon ik een aanvraag indienen bij de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting om mijn donorvader te ontmoeten.

Frustrerend
Sinds mijn achtste dacht ik bijna elke avond aan mijn donorvader, ook al wist ik niet wie hij was. Ik hoopte dat het goed met hem zou gaan. Ik schreef hem brieven en maakte liedjes en gedichtjes over hem. Ook tekende ik gezichten in de hoop dat die op hem zouden lijken. Er waren periodes dat ik het er erg moeilijk mee had, dat ik er 's nachts niet van kon slapen.

Mijn moeders wisten wel dat ik nieuwsgierig was naar mijn donorvader, omdat ik erg veel vragen stelde en op Google zocht naar KID. Pas rond de puberteit vertelde ik hen wat het met me deed dat ik niets over hem wist.

Zodra ik twaalf was, vroeg ik het donorpaspoort op. Een geweldig moment; ik las over zijn uiterlijk, fysieke kenmerken, zijn opleiding, zijn jeugd en zijn persoonlijkheid. Dat ik nog tot mijn zestiende moest wachten voor een ontmoeting, was heel frustrerend.

Ik telde de dagen tot mijn zestiende verjaardag. Bij iedere kalende man die ik in Amsterdam zag, vroeg ik me af of hij het was. Later ontdekte ik dat hij vanaf mijn geboorte twee straten achter mijn oudtante woonde. Raar om te bedenken dat hij mij daar als kind kan hebben gezien.

Ik miste niet zozeer een vader - die had ik nooit, ik wist niet hoe het was om er een te hebben. Ik heb wél een deel van mijn identiteit gemist. Zo was ik nieuwsgierig of ik veel op hem leek.

Ik had al uitgevogeld aan de hand van het uiterlijk van mijzelf en mijn moeders en zusje dat hij bruine ogen en blond haar moest hebben, en zo stond het ook in het donorpaspoort. Mijn moeder is erg extravert, mijn zusje en ik zijn introverter. Als klein kind zaten we het liefst binnen. Bij mijn donorvader herken ik dat.

Ook mijn voorliefde voor het onderwijs; er zitten veel leraren in zijn familie. Ik leer voor onderwijsassistente en denk aan een pabostudie. Zijn broer is basisschoolleraar en zijn moeder gaf les op de zondagsschool.

Mijn moeders dachten dat ik geen halfbroers en -zussen had. Donor E19 was immers speciaal uitgekozen? Ze veronderstelden dat zij de enigen waren die zijn zaad kregen.

Met wat ik nu weet, ben ik het oudste meisje, tot nog toe hebben zich via Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting alleen maar oudere broers gemeld. In totaal zijn er minstens 32 halfbroers en -zussen.

Ik kan ze pas na hun zestiende leren kennen en alléén als zij ook op zoek gaan naar hun roots. Online zie ik mooie voorbeelden van Amerikaanse moeders die hun kinderen van dezelfde donor van jongs af aan samen laten spelen. Zo krijgen ze een relatie als broer en zus. Dat had ik graag gewild.

Beste kerstcadeau ooit
Op mijn zestiende deed ik direct de aanvraag voor een ontmoeting. Eerst controleerde Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting de donoradresgegevens en of hij nog leefde. Ik moest wéér geduld hebben. Vreselijk, ik hád al zo lang gewacht.

Mijn moeders vroegen mij of ik, achteraf gezien, niet liever een bekende als biologische vader had gewild. Het was zinloos daarover na te denken, dan had ik sowieso niet bestaan.

Tijdens dat nare wachten gebeurde iets heel moois. Op tweede kerstdag ontdekte ik dat twee halfbroers op mijn website waren beland door te googelen op donor E19.

Het was het beste kerstcadeau ooit. Bij onze eerste ontmoeting via Skype was er meteen een klik, zij hebben ook twee moeders. We wilden elkaar graag zien en dat gebeurde. Gelukkig wonen we allemaal in de omgeving van Amsterdam. Vijf uur lang praatten we elkaar bij over ons leven. Daarna berichtte de overheid dat mijn donorvader mij wilde zien.

Joëlle, met rechts haar halfbroer Noah en haar zus Chenoa, alle drie kind van donor E19. Beeld Claudia Kamergorodski

Ik ontmoette hem twee maanden later. Ik was heel zenuwachtig, hij ook, hij stotterde. Nu ik hem wat langer ken, merk ik aan zijn gestotter of hij zenuwachtig is. Ik ging als eerste alleen naar binnen, later volgde Chenoa. Als laatste kwamen mijn moeders, ze bedankten hem voor hun twee dochters.

Het was heel bijzonder om opeens de helft van mijn roots te zien. We hebben veel gemeen, zoals onze grote bruine ogen en een gedeelte van onze denkwijze. Mijn moeders waren wel een beetje bang voor welke plaats hij zou innemen.

Maar bij het foto's nemen, zeiden ze al tegen hem: 'Ga maar naast je dochters staan.'

Mijn vader vertelde meteen over zijn motieven. Als donorcodicilhouder en bloeddonor vindt hij dat je een ander met iets belangrijks moet helpen als dat een kleine inspanning is.

Een gezin stichten wilde hij niet, maar de gedachte aan biologische nakomelingen vond hij fijn. In het universiteitsblad las hij de oproep van het AMC naar spermadonoren.

Als student was de financiële vergoeding mooi meegenomen, maar niet dé reden. Je bent de rest van je leven met elkaar verbonden, ook al voed je de kinderen niet op, je blijft hun biologische vader.

Als ze je nodig hebben, moet je je verantwoordelijkheid nemen, vind ik als donorkind. En dat doet hij zeker. Hij respecteert onze wensen en laat ons de leiding nemen in wat wij willen - heel erg fijn.

Ik neem hem niets kwalijk, hij is een man die op dat moment in zijn leven iets goeds voor een ander wilde doen. Hij heeft ook via een wensmoederwebsite vrouwen geholpen. Ook mijn moeders neem ik niets kwalijk. Twee vrouwen met een kinderwens die ze met KID vervulden. Ik ben allang blij dat ze een B-donor kozen.

Gemeenschappelijks
Ik ken mijn vader nu bijna twee jaar, toch heb ik mijn volledige identiteit nog niet gevonden. Natuurlijk herken ik veel van mezelf in hem, maar de ontbrekende kant van mijn halfbroers en -zussen speelt ook een belangrijke rol. Ik ken nu vier broers. We waren afgelopen zomer allemaal op een barbecue bij onze donorvader thuis.

Elke keer als ik ze zie en iets gemeenschappelijks ontdek, voel ik zo veel vreugde. Deze contacten maken me al een completer mens. Maandelijks heb ik contact met mijn donorvader en we proberen elke verjaardag van mijn bekende halfbroers en -zussen samen te vieren. Met mijn ene halfbroer is het al zo vertrouwd, het is alsof ik hem al mijn leven lang ken. Ik praat met hem over dingen die ik niet eens tegen mijn moeders en zusje zeg.

Als ik ze allemaal ken, zal me dat veel rust geven. Het is vreemd te beseffen dat ik overal een halfbroer of -zus kan tegenkomen, ook tijdens het lesgeven straks.

Ons jongste halfbroertje of -zusje dat verwekt is via de kliniek is in 2010 geboren. Als hij of zij zestien is, is onze vader al 56. Meteen ook de leeftijdslimiet waarop het sperma van een donor kan worden gebruikt, hoorde ik op de afdeling voortplantingsgeneeskunde van het AMC.

Als van een 56-jarige donor het sperma wordt gebruikt, is hij al 72 als hij zijn jongste donorkind ontmoet. Veel te oud, vind ik, die leeftijdsgrens moet omlaag.

Leeftijdslimiet
Dan is er nog het leeftijdsverschil met de halfbroers en -zussen. Het grootste is nú al elf jaar, mijn halfbroers en -zussen die zijn verwekt via het AMC zijn tussen 1999 en 2010 geboren.

Ik pleit voor een leeftijds­limiet tussen halfbroers en -zussen. Als een man jong spermadonor wordt, kan er een verschil van ruim twintig jaar ontstaan. Omdat je dan in een totaal andere levensfase zit, is het lastiger om een familieband op te bouwen.

Het liefst zou ik willen dat de overheid komt met een donor- en donorkindregistratiesysteem naar Amerikaans voorbeeld. Betrokkenen maken online een profiel aan om zo desgewenst met elkaar in contact te komen. Het is mogelijk extra informatie te uploaden, zoals kinderfoto's of medische gegevens - zo weet je welke ziektes er in de familie voorkomen. Alleen al het zien van zo'n profiel kan donorkinderen veel rust geven. Door bijvoorbeeld te weten dat ze op hun vader lijken.

Ik hoop dat ik wensouders kan overtuigen om te kiezen voor een bekende donor of in elk geval een B-donor. Maak alsjeblieft geen gebruik van buitenlandse spermabanken. Door contact met donorkinderen die in zulke klinieken zijn verwekt, weet ik dat de meesten waarschijnlijk honderden halfbroers en -zussen hebben.

Met zulke grote aantallen bestaat er ook de mogelijkheid dat een halfbroer en -zus een liefdesrelatie krijgen, daar wil ik donorkinderen voor behoeden. Verder wil ik ouders laten nadenken over de vraag: 'Kies je voor het geluk van je kind of voor je eigen verlangen?'

Joëlles zoektocht

Omdat Joëlle graag in contact komt met al haar halfbroers en -zussen heeft ze de Facebookpagina Missing Side - kid of E19, de site Missing­Side.nl, het Instagramaccount my.donor.siblings.journey en staat haar documentaireserie Missing Side op YouTube. Ze staat geregistreerd in dna-databanken Family Tree dna, 23andMe, Ancestry en MyHeritage. Joëlle is vrijwilliger bij Stichting Donorkind, die er onder andere voor strijdt dat halfbroers en -zussen van zaaddonors elkaar leren kennen. Ze heeft daarvoor al verschillende matches tot stand gebracht.

Donorgegevens
Aanvankelijk zijn er in Nederland alleen ­anonieme zaaddonoren, de zogenoemde A-donoren. Vanaf 1990 bestaat ook de optie voor een B-donor. Het kind kan dan later gegevens opvragen. Sinds 2004 is de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting van kracht, anoniem zaad doneren is vanaf dat moment verboden. Fiom schat het aantal kinderen dat met behulp van A-donoren is verwekt op 40.000.

De Tweede Kamer besloot 4 december 2018 dat donorkinderen zich net als donoren gratis mogen inschrijven in de Fiom KID-DNA Databank om zo te proberen hun afstammingsinformatie te achterhalen. Voorheen betaalde je 250 euro aan inschrijfkosten. Heb je al betaald, dan kun je dat geld terugkrijgen. In het buitenland bestaat de mogelijkheid van een anonieme donor nog wel.

Belangrijke websites voor donorkinderen: www.donorkind.nl, www.fiom.nl en www.donorgegevens.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden