Column

In zijn rugzak twee Evergreens en een zelfgemaakte bom

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Hij staat op de brug. Een doodgewone man. Roze polo, beige broek en legerkisten. Hij kijkt naar de botenparade en maakt nepselfies met de mensen die toevallig naast hem staan.

In zijn rugzak zitten twee Evergreenkrentenkoeken en een zelfgemaakte bom. Zijn vrouw zegt altijd dat hij niet handig is en twee linkerhanden heeft, dus wat zal ze straks woedend zijn als ze op het nieuws hoort dat hij een zelfgemaakte bom heeft gemaakt van een wekkerradio, een oude telefoon en wat tennisballenkokers.

Als zijn vrouw hem opbelt, gaat de bom af. Zo heeft hij het ingesteld. Haar godsgruwelijke bemoeizucht gaat een grote groep mensen fataal worden. Hij heeft overigens niets tegen mensen die niet hetero zijn, nee, hij heeft zelfs heel veel respect voor mensen die ervoor kiezen om wél gelukkig te worden. "Ik sta open voor alle vormen van liefhebben, alleen aan incest met lijken heb ik een broertje dood," zei hij een keer in de kroeg van zijn zwager.

Op de ijskast hangt zijn afscheidsbrief. Twee snack-gerelateerde koelkastmagneetjes houden de brief op zijn plaats. In films en series zie je vrijwel nooit gekras op afscheidsbrieven, die mensen schrijven kennelijk in één keer op wat ze willen zeggen, maar op deze afscheidsbrief is veel weggestreept en doorgekrast.

Er zit zelfs correctievloeistof op, wat qua symboliek natuurlijk een schot in de roos is. In zijn afscheidsbrief staat dat hij geen lone wolf is en dat hij de demonisering van het wolvenras überhaupt nooit heeft begrepen.

Hij voelt zich meer als die ene enkele sok in de wasmachine. 'Jullie begrijpen me vast niet, maar ja, je weet pas hoe hard het waait als je een hoed op hebt,' is zijn slotzin.

Hij staat nog steeds op de brug. De onopvallende man. Zijn alledaagsheid is zijn paard van Troje. Kauwend op een krentenkoek wuift hij naar de boten die onder hem door varen. Nog drie boten en dan stuurt hij een berichtje naar zijn vrouw dat ze hem even moet bellen. Iets over die wandelvakantie door Luxemburg. Dan belt ze gelijk terug.

In de verte laat een klein meisje haar piemelvormige ballon uit haar handen glippen. En dan hoort hij een stem. Hij draait zich om en staat oog in oog met de mooiste man die hij ooit heeft gezien. Als de geur van vers gemaaid gras zichtbaar zou zijn, zou de geur van vers gemaaid gras eruitzien als deze vent. De onopvallende man is zo verliefd dat hij de vlinders kan horen fluiten.

De volgende ochtend wordt hij wakker op de vierde etage van een grachtenpand. De grasman slaapt nog. Dan hoort hij een harde knal en loopt naakt naar het raam. Het regent grachtenwater. Hij is net op tijd om een verroest winkelwagentje op een geparkeerde auto te zien landen.

"Wat was dat?" vraagt de ontwakende man van gras.
"Wat was wat?"
"Die explosie?"
"Dat was ik. Ik pleegde een plofkraak op je hart."

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden