Plus

In weer en wind langs de lijn van hun favoriete Amsterdamse amateurclub

Geen wedstrijd slaan ze over. Ze houden van hun club, vaak al meer dan vijftig jaar. Geen Ajax, geen eredivisie, geen drukke stadions. Gewoon in weer en wind langs de lijn van hun favoriete Amsterdamse amateurclub.

'Nu is het wel anders, maar de sfeer blijft mooi' Beeld Loek Buter

Zij aan zij staan ze langs de lijn, al decennia lang: trouwe supporters van amateurvoetbalclubs. Geen week slaan ze over. Soms zie je aan de kromming in hun benen dat ze in hun jongere jaren zelf achter de bal aan renden.

De spelers, vaak meer dan een halve eeuw jonger dan zij, kennen ze nauwelijks nog bij naam. Te veel verloop. En lastig te onthouden; uitheemse namen. En toch kennen de voetballers en supporters elkaar op een vage, terloopse manier.

Vervlogen tijden
De flankspelers zijn gewend aan het bemoedigende 'Goeie bal' dat hen vanuit een mondhoek wordt toegevoegd. Aan het opgewonden staccato: 'Achter je, achter je! Eén man, één man, één man! Pakken, pakken, pakken dan!'

Aan het gemopper, soms in termen uit vervlogen tijden: 'Niet zo breien, jongens.' 'Vizier op scherp, houd je kruit droog!'

Soms werpen ze een vlugge blik op de oudere mannen; hun trouwste fans. Een beleefd knikje, een duim omhoog of vriendelijk lachje als dank voor hun aanwezigheid.

Tijdens dode spelmomenten komen de verhalen van vroeger. Over toen je nog écht voetbal had, het stopperspilsysteem nog zegevierde en hun club nog betaald voetbal speelde.

Elke week weer
Een tachtiger met wandelstok: "Mij wilden ze ook nog eens verkopen." De ander: "Hoeveel wilden ze voor je geven? Twee tientjes?"

Over de tijd dat ze als jongens elk weekend na de wedstrijd op hun fietsje naar andere velden in de stad raceten. Kijken of ze nog ergens een mannetje te kort kwamen en konden invallen. Twee wedstrijden op een dag ging makkelijk. Soms drie. "En nu zaniken die jongens dat het te zwaar voor ze is."

Het is niet meer zoals het was, vinden de oude supporters. De nazit werd korter, de roemruchte kampioensfeestjes verdwenen, de elftallen vielen sneller uiteen en de kantine werd leger. Toch blijven ze komen, juichen ze vurig bij een doelpunt. Elke week weer. Ook in regen en storm, hagel en vrieskou. Omdat het voor altijd hun 'cluppie' is.

Lo Peetoom Beeld Loek Buter

'Aanmoedigingen roep ik niet'

"Als het had gekund, had ik nu nog gevoetbald. Op mijn 58ste ben ik gestopt vanwege versleten knieën. Ik bleef echter wel actief bij VVA/Spartaan. Ik was leider van de veteranen en heb veel vrijwilligerswerk gedaan."

"Elke zaterdag en zondag ben ik bij de vereniging te vinden. Zondag kijk ik naar het eerste en zaterdag naar een elftal waarin een jongen speelt die ik goed ken. Soms ga ik ook naar een uitwedstijd. Vaak zijn we er dan met een handjevol supporters. De tand des tijds. Vroeger gingen er veel meer mee. Vaste elftallen heb je ook niet meer. Als de spelers ergens vijf euro meer kunnen verdienen, gaan ze daarheen."

"Ons eerste elftal is dit jaar helaas gedegradeerd. Teleurstellend, maar ik ben ook een realist. Ik zag wel in dat dit team niet geschikt was voor de tweede klasse. Maar ik hoop natuurlijk dat ze dit jaar beter presteren."

"Inmiddels heb ik een paar duizend wedstrijden gezien. Meestal staan we met een man of vier langs de lijn. Aanmoedigingen roep ik niet. Daar ben ik te oud voor. Hoe ouder, hoe minder gek. "

"Ook draag ik geen clubsjaals of andere uitdossingen; dat is niks voor mij. Soms geef ik wel wat commentaar. Bij een pass die niet aankomt: 'Hé heb je oogkleppen op?! Waar ros je die bal nou heen?' Bij een goede geven we een applausje."

"Door een knieoperatie moest ik een paar wedstrijden overslaan. Ik mocht niet auto­rijden. Dat betekende dat ik niet naar VVA/Spartaan kon. Ik miste het echt. Mijn auto parkeerde ik uit voorzorg bij mijn dochter, zodat ik niet in de verleiding kon komen om tegen de doktersadviezen in tóch naar het veld te rijden. Ik ken mezelf..."

Lo Peetoom (71) voetbalde tot zijn 58ste bij VVA/Spartaan in Amsterdam-West en is al 54 jaar lid van de vereniging.

Jan van Ee Beeld Loek Buter

'Ik weet hoe het spelletje moet'

"Als jongetje van elf jaar nam mijn vader me mee naar Ajax-Blauw-Wit in het Olympisch Stadion. 1-1 werd het. Blauw-Wit speelde toen nog betaald voetbal. Zo is mijn liefde voor de club ontstaan. Ik heb vrijwel nooit een wedstrijd overgeslagen en ga ook altijd naar uitwedstrijden."

"Inmiddels woon ik in de Indische Buurt. Ik ben slecht ter been en zit in een scootmobiel, dus een Conexxionbusje brengt me op zaterdag naar het voetbalveld van Blauw-Wit/Beursbengels. Als het in de buurt is, kan ik er ook mee naar uitwedstrijden en anders ga ik mee in de spelersbus.
Ik kan niet meer buiten het voetbal. Dat is mijn hobby. Na de wedstrijd drink ik altijd een biertje met mijn voetbalvrienden. Jammer genoeg is er wel veel veranderd."

"In de gouden tijden stonden er een paar kratjes bier klaar als ze gewonnen hadden. Grote kampioensfeesten waren het. Dat is nu niet meer zo. Desondanks blijf ik de club trouw."

"Toen Blauw-Wit degradeerde, zat me dat helemaal niet lekker. Ik baalde enorm. De voorzitter heeft gezegd dat hij maar één ding wil en dat is kampioen worden. We moeten zo snel mogelijk uit die derde klasse. Het is Blauw-Wit onwaardig. Snel een klasje hoger. Wij horen in de tweede klasse te spelen!"

"Ik kan slecht tegen mijn verlies. Langs de lijn sta ik altijd te schreeuwen. Als iemand een vuile overtreding maakt, roep ik: 'Autosloper! Houthakker!' Als de spelers het slecht doen, geef ik commentaar: 'Hé klootzak, wat maak je nou?!' Daar moeten ze maar tegen kunnen."

"Nee, ik heb nooit gevoetbald, maar ik ken de spelregels en weet hoe het spelletje moet. En ik ben een Jordanees, dus ik floep alles er gewoon uit."

Jan van Ee (70) is 52 jaar lid van FC Blauw-Wit/Beursbengels in Nieuw Sloten en staat uit en thuis langs de lijn.

Joop Elzinga Beeld Loek Buter

'Na afloop nemen we een afzakkertje'

"We krijgen dit seizoen een nieuw clubhuis bij Zeeburgia. Er wordt veel verbouwd en veranderd. Met weemoed keek ik toe hoe de oude tribune werd afgebroken. Daar heb ik als veertienjarige jongen nog aan meegebouwd."

"Ook het hoofdveld is afgegraven. Wéér die weemoed. Ik heb daar zo veel voetstappen liggen. Het was een prachtige tijd."

"Nog steeds kom ik met plezier bij Zeeburgia. De club is een deel van mijn leven. Hij zit in mijn genen. Ik volg alle thuiswedstrijden. Naar de uitwedstrijden ga ik niet meer; dat wordt me te veel. Ik heb er al zoveel gezien als verzorger van het eerste elftal."

"Maar als ze thuis spelen, zit ik steevast met een stel vrienden op de tribune. Blij als ze winnen, de pest in als ze verliezen. Onderling geven we commentaar op het spel en op de scheidsrechter. Natuurlijk vooral als we het idee hebben dat hij tegen ons fluit. 'Wat haal je nu uit?!' roepen we dan. Of tegen een speler, als hij een mooie pass mist: 'Waar was je nou, man'"

"Ik herinner me dat er vroeger een aardappelkoopman van de Dappermarkt op de tribune zat. Hij had een stem als een misthoorn en riep dingen als: 'Vang op dat leder! Maak klein dat hok!' Het was tot ver buiten het veld te horen."

"In die tijd stonden er vaak tweeduizend mensen te kijken - rijen dik. Dat is nu wel anders. Maar de sfeer blijft mooi. Na afloop van de wedstrijd nemen we in de kantine een afzakkertje. Mijn vrouw komt hier dan ook naartoe voor een glas wijn. Het is een vaste gewoonte geworden."

Joop Elzinga (82) is zestig jaar lid van Zeeburgia in Amsterdam-Oost. Hij voetbalde van zijn twaalfde tot zijn 34ste in het eerste elftal. Sindsdien is hij supporter.

Leen Overweg Beeld Loek Buter

'De trainer wilde ons niet horen'

"Ik heb een blauw-zwart DWS-hart. Vroeger was het een groen-rood hart. Ik heb zeventien jaar gevoetbald bij SDW, Sterk door Wilskracht. Toen mijn zoon Leo ging voetballen bij DWS, Door Wilskracht Sterk, werd dat mijn club. Leo stopte na drie jaar, maar mijn vrouw Wil en ik zijn gebleven. We hielden van de amicale sfeer bij DWS."

"Na elke wedstrijd werd er een feestje gebouwd. Dat is nu allang niet meer zo, maar we zijn nog steeds trouwe supporters. Elke zondag kijken we met een vaste kliek naar het eerste elftal van DWS, het boegschip. Oók de uitwedstrijden."

"Meestal staan we tussen de dug-outs in, met rechts de tegenpartij en links de eigen mensen. Dat zorgt weleens voor wat woorden over en weer. Ik ben een keer ternauwernood een pak slaag misgelopen. 'Ik trek je kop eraf,' schreeuwde die man van de tegenpartij. Maar na de wedstrijd omhelsden we elkaar gewoon weer. Dat hoort erbij."

"Mijn kameraad Adje foetert veel en geeft erg gretig commentaar. 'Sodemieter die speler er toch uit!' roept hij tegen de trainer. Die kijkt dan met een kwaad gezicht achterom, niet wetend wie het gezegd heeft. Later heeft hij een touwtje van de dug-out naar het hek gespannen, zodat hij een eigen driehoekje op het veld had en onze opmerkingen niet hoefde aan te horen."

"We zijn nu eenmaal heel betrokken bij onze club. Als ze hun best hebben gedaan en toch verliezen, zijn we zwaar teleurgesteld. Dan zeggen we niet veel tegen elkaar als we terugrijden."

"Ik heb één favoriete speler: Marouame. Een kanjer is dat. Niet de beste voetballer van het team, maar hij knokt zichzelf helemaal leeg. Die komt totaal kapot het veld af, met het schuim op zijn mond. Dat vind ik het mooiste wat er is."

Leen Overweg (79) is 38 jaar supporter van DWS in Amsterdam-West. Elke zondag staat hij met zijn vrouw langs de lijn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden