Column

In hoeverre moet je je aan een afspraak met een dode houden?

Een paar dagen geleden schreef ik over een vriend van mij die longkanker had.

Hij is nu dood.

We hebben nog wel 'over alles' gesproken - wat nu troostrijk is - en ook over het aanwezig zijn op een begrafenis of crematie.

Mijn vriend zei: 'Ik weet wat voor hekel jij hebt aan begrafenissen en crematies. Dus wil ik dat je niet komt.'

'Ach, doe niet zo idioot.'

'Nee, echt! Ik wil niet dat je komt. Het is onzin.'

'Ik kom niet voor jou; ik kom voor de anderen, jouw familie, onze vrienden. We willen ook elkaar troosten.'

'Onzin, ik wil niet dat je komt. Ik wil eigenlijk ook niet dat de anderen komen. Onzin. Ik ben dood. Snel opruimen en verder gaan.'

'En de troost?' vroeg ik.

'Dan ga je maar naar Andries Knevel of naar de Jacob Obrechtkerk... Verdorie, Theodor, ik wil niet dat je komt.'

We dronken nog een rode wijn en namen zo'n afscheid dat je eigenlijk niet in woorden mag weergeven.

Maar nu is hij dood. Zijn zoon belde. En nadat ik een ongebruikelijk groot aantal keren godverdomme had laten horen, vroeg de zoon: 'Zou je wat willen zeggen op de crematie?'

'Eh... je vader vroeg me...' Ik wilde 'weg te blijven' zeggen, maar wat zou dat onbegrijpelijk hebben geklonken en dus begon ik de zin opnieuw en zei ik: 'Goh, wat aardig van jullie om mij te vragen. Maar natuurlijk doe ik dat.'

In hoeverre moet je je aan een afspraak met de dode houden als je weet dat je zijn dierbaren een groot plezier doet door die laatste wens te negeren?

En hoewel de crematie pas over een week is - er moeten wat familieleden uit diverse buitenlanden komen - betrap ik me erop dat ik de hele tijd tegen de dode vriend aan het praten ben. Veertig jaar vriendschap in drie, vier minuten kan niet.

Toen twee jaar geleden mijn kleinzoon werd geboren, lag hij in het ziekenhuis. Hij kon nauwelijks praten, maar toch had hij een telefoon weten te bemachtigen.

'Opa,' zei hij - ik hoorde hoeveel moeite die drie letters hem kostten.

'Opa ja,' herhaalde ik.

'Opa,' herhaalde hij.

'Ja ja, lach maar,' zei ik, hoewel ik die lach niet hoorde.

'Opa,' zei hij nog een keer, en toen hoorde ik heel zacht een lach.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden