Column

In die roerige jaren zestig was Nederland meer Nederland dan nu

Theodor Holman Beeld Wolff

Ik kom onmiskenbaar uit een Nederlands-Indisch milieu. Vroeger wist iedereen wat je dan bedoelde. Tegenwoordig niet meer.

Mijn ouders waren oprechte kolonialen.

Die kolonialen hadden na de oorlog - en zeker na 1952, toen Indonesië onafhankelijk werd - alles verloren.

Elke handeling die zij in Indië hadden verricht - vooral mijn vader - was om iets groots tot stand te brengen. En nu hadden zij alleen nog Nederland.

Holland was meer dan belangrijk voor ze.

Alles wat Nederland typeerde was gewichtig: het koningshuis, het Wilhelmus, de driekleur. "We hebben die paar vierkante kilometer land uit handen van de Duitsers weten te houden," zei mijn vader.

Ofschoon hij aan de Birma-spoorlijn te werk was gesteld, was hij meer dan trots op zijn Nederlanderschap.

Als fanatiek lid van de generatie 'soixante-huitard' - althans, daar wilde ik graag bijhoren - wees ik dat 'gore nationalisme, dat de 'Blut und Boden-gedachte weerspiegelt' af, wat mijn vader groot verdriet deed.

Als hij zelfs zijn eigen kind niet onder de controle kon houden en hij een hele generatie het communisme zag omarmen, wat had die oorlog dan voor zin gehad?

Wanneer ik nu door het album van mijn geest blader, geloof ik dat in die roerige jaren zestig Nederland meer Nederland was dan nu.

Waren de jaren vijftig nog een voortzetting van de jaren dertig - tijdens de oorlog had elke ontwikkeling stilgestaan - in de jaren zestig vonden de koopman en de dominee nieuwe taken; voor mijn gevoel vond er toen een soort Verlichting-light plaats.

En daar zien we nu de reactie op.

Soms denk ik te begrijpen wat mijn vader voelde toen hij net zo oud was als ik nu. Progressieve jeugd die steeds meer een afschuw krijgt van de eigen natie; her en der wordt weer een loftrompetje gestoken voor het communisme, de overheid die men maar groter en groter wil.

"Het woord inlanders kan echt niet, pap."

"Als Multatuli het gebruikt, mag ik het ook gebruiken," zei vader.

"Het woord neger kan echt niet meer, pap."

Sociale censuur waar ik om de lieve vrede weinig weerwoord aan bied.

Mijn vader werd stiller en stiller. Hij zweeg zich naar de overbodigheid waar hij zich niet hoefde te schamen voor zijn tranen bij het Wilhelmus. Hij leek zo een voorschot op de dood te nemen.

Zijn wereld die Indië en Nederland omvatte, werd een huiskamer met een vrouw, een hond.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden