Plus

In de wachtkamer tot de puf eruit is

Lange wachttijden en verveling zijn slecht voor de integratie van vluchtelingen, blijkt uit onderzoek. En toch mogen asielzoekers in de noodopvang vrijwel niets doen. "Nederland snijdt zich in de vingers."

Vluchtelingen Zuidoost eind vorig jaar tijdens een Life Skills & Clinics, een project van de Ajax Foundation Beeld ANP
Vluchtelingen Zuidoost eind vorig jaar tijdens een Life Skills & Clinics, een project van de Ajax FoundationBeeld ANP

Mekonnen Ykeallo (49) vluchtte in 1994 naar Nederland, net als veel van zijn landgenoten uit Eritrea. Hij verbleef vijf jaar in een asielzoekerscentrum bij Hilversum. "Het was één grote ellende. Ik viel in een gat, wist niet wat mij te wachten stond," zegt hij. "We mochten niets doen, kregen één keer per week taalles door vrijwilligers en dat was het. We verveelden ons kapot."

Ykeallo mocht uiteindelijk vrijwilligerswerk doen in de plantsoenendienst. Hij sprak met zijn Nederlandse collega's, zo goed en zo kwaad als het ging, over hun dagelijkse sores, voetbal, politiek, familie. Hij leerde hierdoor de taal en het land kennen; een spoedinburgeringscursus in de plantsoenen van Naarden.

"Het heeft mijn integratie enorm bevorderd," zegt hij. Toen hij een verblijfsvergunning had, vond hij snel zijn weg in Nederland. Hij ging naar Amsterdam en opende Ethiopisch restaurant Azmarino in De Pijp.

Moedeloosheid
Ykeallo zou alle asielzoekers gunnen dat zij vrijwilligerswerk mogen doen. Maar voor de duizenden vluchtelingen die nu in de Amsterdamse noodopvang zitten, veelal uit Syrië en Eritrea, gaat dat niet op. Werken zit er niet in, hoogstens kunnen zij klusjes opknappen in hun onderkomen. Ze krijgen les in Nederlands, maar niet van professionals. Mag niet.

Nu de asielprocedure is verlengd van zes tot vijftien maanden, leiden verveling en onzekerheid tot moedeloosheid, depressiviteit en opstootjes in de opvang, blijkt uit een rapportage van burgemeester Eberhard van der Laan.

Allemaal verspilling van energie en talent, vindt Gerben Kroeser van Stichting Bevordering Maatschappelijke Participatie (BMP) uit Amsterdam. Deze organisatie interviewde 298 vluchtelingen die al langer in Nederland verblijven, over hun integratie.

"Uit hun ervaringen blijkt dat asielzoekers vol energie aankomen in ons land. Ze willen beginnen met een nieuw leven, aan het werk, de taal leren. Als wij niets met die energie doen, krijgen ze het gevoel dat wij hen niet zien zitten."

Achterstanden
Sociologe Linda Bakker deed voor haar promotie aan de Erasmus Universiteit onderzoek naar groepen vluchtelingen die eerder in groten getale naar Nederland kwamen: Afghanen, Irakezen, Iraniërs en Somaliërs.

Belangrijke conclusie: een lang verblijf in een opvangcentrum leidt tot mentale gezondheidsproblemen, zoals depressies en lethargie. Die zorgen weer voor grote achterstanden in hun integratie.

"Noodopvang en asielzoekerscentra zijn niet ingericht op integratie. Asielzoekers mogen niets doen, hebben weinig privacy en sommigen kampen met trauma's. Dat is een risico."

Ze pleit voor verandering: laat asielzoekers zo snel mogelijk Nederlands leren, erken de diploma's die ze in hun moederland hebben gehaald. Dan gaat de integratie jaren sneller. "Nederland snijdt zich in de vingers met de huidige aanpak."

Ze krijgt steun van Jaco Dagevos, bijzonder hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

"Het is belangrijk dat de asielprocedure zo snel mogelijk verloopt en als dat niet lukt moeten asielzoekers de mogelijkheid krijgen deze tijd zo goed mogelijk te besteden."

Armoede
Uit recent onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), waaraan Dagevos meewerkte, blijkt dat vorige groepen vluchtelingen grote achterstanden hebben opgelopen. Ze zijn vaker werkloos en hebben dus vaker een uitkering. Hun kinderen groeien op in armoede. Ze worden ook vaker verdacht van criminaliteit.

Afghanen, Irakezen, Somaliërs en in mindere mate Joegoslaven vormen, zo blijkt uit de cijfers, een sociale onderklasse. Groepen die eerder naar Nederland kwamen en buiten asielzoekerscentra bleven, integreerden veel sneller, blijkt uit het onderzoek van BMP.

"Chilenen die vluchtten na de val van president Salvador Allende en de bootvluchtelingen uit Vietnam, kwamen in gastgezinnen terecht. Asielzoekerscentra bestonden nog niet," zegt Saskia Moerbeek, directeur van BMP.

"Zij draaiden dan ook snel mee in de samenleving." Ook Iraniërs springen er gunstiger uit. Zo'n zestig procent heeft een baan en daarmee doen ze het beter dan Turken en Marokkanen in Nederland. Dat heeft vooral te maken met hun opleidingsniveau, dat is hoger dan dat van bijvoorbeeld Somaliërs.

Syriërs
De Syriërs, die de hoofdmoot vormen van de huidige vluchtelingenstroom, lijken net zo kansrijk als Iraniërs. Ze komen uit een ontwikkeld land, voor de oorlog althans, en zijn redelijk opgeleid.

"Bovendien zijn ze over het algemeen jong en flexibel, dus dat biedt kansen voor goede integratie," zegt Bakker. Desalniettemin houdt Nederland vast aan sobere opvang. "Ik zou het graag anders zien, maar kennelijk ligt het politiek gevoelig," aldus Bakker.

De soberheid is een politiek statement van het kabinet. Te veel taallessen en activiteiten zouden een aanzuigende werking kunnen hebben op nieuwe asielzoekers. Bovendien: het is lang niet zeker dat asielzoekers mogen blijven in Nederland, dus waarom investeren in mensen die weer terug moeten naar hun land?

Vaker toeval
Dagevos gelooft niet in het verhaal van de aanzuigende werking. "Ik denk niet dat mensen naar Nederland vluchten vanwege de situatie in de opvang."

Moerbeek van BMP onderschrijft dit. Uit de interviews met vluchtelingen blijkt dat zij vooral per toeval in Nederland aankwamen, onderweg naar andere landen als Amerika of Zweden.

"Mensensmokkelaars en hekken aan de grenzen bepalen momenteel waar asielzoekers terechtkomen, niet de situatie in de opvang." Bovendien lijken Syriërs veel kans te maken op een verblijfsvergunning, zegt Dagevos.

"Laten we dus geen tijd verliezen en snel investeren in deze mensen. We doen de Nederlandse samenleving op dit moment enorm tekort."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden