Recensie

In de verfilming van bestseller Ventoux winnen de jonge acteurs (***)

De verfilming van de bestseller Ventoux van Bert Wagendorp is tragikomisch. Er worden twee tijdlijnen met elkaar vervlochten, waarbij de jeugdige scènes het best werken, en de oudere generatie minder uit de verf komt.

De jonge hoofdrolspelers op de top van de fameuze bergBeeld Ventoux

De route naar de top van de Ventoux - de berg, de roman, het scenario, de film en binnenkort het toneelstuk - is lang. De bestseller van Volkskrant-journalist Bert Wagendorp kwam voort uit een vraag van regisseur Nicole van Kilsdonk en haar producenten om een scenario te schrijven over mannenvriendschappen binnen fietsclubjes, waarin een dappere poging wordt gedaan om de tijd stil te zetten. Het hele concept van vijftig-plussers die een klassieke col op zwoegen, is van zichzelf tragikomisch.

Zadelpijn
Van Kilsdonk zocht eigenlijk de manlijke tegenhanger van Zadelpijn, haar verfilming van de bestseller van Liza van Samsbeek, waarin een paar vriendinnen de geesten van het verleden ontmoeten op een fietstocht door Frankrijk. Maar goed, dit zijn mannen, vandaar die legendarische Kale Berg, een sterk verhaal dat klaar ligt om bedwongen te worden.

In Ventoux wordt de berg tweemaal beklommen, met een pauze van dertig jaar. Die eerste beklimming begint als een onbezonnen plan van een stel schoolvrienden, met in het midden het meisje Laura (Abbey Hoes), die als een donderslag bij heldere hemel op een dag het zwembad binnenwandelt. Deze eerste fietstocht eindigt met een fatale val, die dertig jaar later nog naklinkt. Als de jongens van toen elkaar weer tegenkomen, besluiten zij de tocht opnieuw te maken. Al was het maar omdat ze na al die tijd weer van Laura hebben gehoord, die voor het theaterfestival van Avignon een stuk heeft geregisserd.

Gevlochten
In Ventoux worden de twee tijdlijnen door elkaar gevlochten, waarbij de jeugdige scènes het best werken. Vooral de jonge acteurs Alex Hendrickx en Martijn Lakemeier (zijn zoveelste sterke rol) als elkaars tegenpolen zijn overtuigend. De makers maken schaamteloos, en effectief, gebruik van de muziek van de vroege jaren tachtig waarin The Jam, The Cure, The Stranglers en onze eigen Brood zonder moeite de weemoed van die langzaam verkleurde zomers laten binnenwaaien.

De oudere generatie (met Kasper van Kooten, Leopold Witte, Wilfried de Jong en Wim Opbrouck) komt minder uit verf, al was het maar omdat zij niet alleen het plot moeten rond krijgen (wat is er dertig jaar geleden gebeurd?), maar ook wat schetsmatig worden neergezet. Zo is er een subplotje waarin Leopold Witte een wetenschapper is die na het winnen van de Spinozaprijs ontmaskerd wordt als fraudeur, een knipoog naar nu. En dat is niet de enige overtollige bagage die de volwassen personages meeslepen.

Meeste ontroering komt van de oudere Laura, gespeeld door Maruschka Detmers, in diezelfde vroege jaren tachtig de muze van Jean-Luc Godard in Prénom Carmen (1983). Een idee dat je naar de strot vliegt zodra ze in beeld komt.

Uiteindelijk gaan de mannen, met hun uiteenlopende levenswandel, de strijd met de berg weer aan - de Mont Ventoux als de grote gelijkmaker - en speelt Wilfried de Jong, de enige acteur met een wielerlijf, iemand die Kasper van Kooten voor moet laten gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden