PlusReportage

In de rij voor verse asperges: ‘Trek er minimaal een uur voor uit’

Sinds de coronacrisis zorgen asperge-uitjes voor opstoppingen en files aan de rand van Amsterdam. Teler Paul Heger uit Lijnden heeft zelfs verkeersleiders en parkeerwachters moeten inhuren. ‘Alsof wij de enige in de wijde omtrek zijn die asperges verkopen.’

Beeld Dingena Mol

“Achteraan aansluiten, meneer,” roept een verkeersregelaar in een reflecterende ­veiligheidsjas. Tot ver op het parkeerterrein van Meer Asperges aan de Hoofdweg 132 in Lijnden staan mensen in de rij voor verse asperges. Bij de ingang herinneren twee opblaasbare asperges en een uitbundig wapperende Nederlandse vlag aan onbezorgde tijden. Maar al gauw dringt de nieuwe werkelijkheid zich op. ‘Houd afstand: 1,5 meter’ staat op een bord boven de ingang. Met gele strepen op de grond is de 1,5 meter afstand aangeduid. Tussen elke wachtende in de rij gaapt een groot gat. Dat noodzakelijke gat vergt zelf­beheersing en geduld, maar de meeste klanten berusten erin.

Nu en dan trekt een zuchtje van verlichting door de rij als iemand naar buiten komt met een tas vol asperges. Binnen is dan weer plek voor een ander.

Van achter plexiglas voorziet verkoopster Marina Janz (49) kordaat en doelgericht haar klanten van asperges. Na een bestelling werpt ze de verpakte bundel haastig op de balie en doet ze een pas ­achteruit, alsof het een explosief betreft. Nog niet zo lang geleden kwamen klanten ook voor de gezelligheid, dat extra praatje, die kop koffie. Nu moeten ze zo snel mogelijk weer weg.

“Zo, daar zijn we weer!” roept een vrouw. Opgewekt aanvaardt ze haar plek, zo’n 80 meter van de ingang. “Het is ­minder druk dan zaterdag zo te zien!”

Paaszaterdag 2020, bedoelt de vrouw. Die staat bij aspergeteler Paul Heger (58) vermoedelijk voor altijd in het geheugen gegrift. In de bijna 35 jaar dat hij met zijn ouders asperges kweekt en verkoopt, had hij nooit zoiets meegemaakt. Files, verkeersopstoppingen, een stampvol ­parkeerterrein, auto’s in de berm en langs de weg. Mensen die zich tot ver op de brug over de Hoofdvaart verdrongen, als in een rij voor de gaarkeuken. “Trek er minimaal een uur voor uit,” kregen ze te horen van klanten die eindelijk terugkeerden met een tas asperges.

“Paaszaterdag is altijd druk, maar deze toeloop was ongekend. Het was alsof wij de enige in de wijde omtrek waren die asperges verkochten,” zegt Heger. Hij had die zaterdag een extra kraam buiten staan. Zijn vader Wiel (84) was hem komen ­helpen. Toch was de drukte al snel niet meer behapbaar en liep het uit de hand.

De Limburgse familie Heger begon zes jaar geleden met het telen en verkopen van asperges in Lijnden.Beeld Dingena Mol
Na de gigantische drukte voor de paasdagen heeft Paul gele strepen aangebracht zodat de anderhalve meter afstand gewaarborgd kan worden.Beeld Dingena Mol

Handhavers

Om kwart over elf sommeerde de gemeente de familie Heger te stoppen met de verkoop, anders zouden zij een boete van 10.000 euro krijgen.

Het bloed stijgt Heger nog naar het hoofd als hij eraan terugdenkt. “Wat een stress. Je klanten wegsturen voelt zo tegenstrijdig, maar we begrepen ook goed dat het moest. We zijn de hele nacht bezig geweest om de volgende dag weer open te kunnen. Paaltjes plaatsen om linten langs de berm te spannen, per direct twee gecertificeerde parkeerwachters regelen, zodat we de coronamaatregelen konden handhaven. Er mochten nog maximaal 25 personen tegelijk op het terrein komen. Die ­ochtend kwamen de handhavers weer ­controleren en toen was alles in orde. We konden de verkoop hervatten.”

Inmiddels is de ergste drukte voorbij en heeft hij de parkeerwachters alleen nog op vrijdag en zaterdag nodig. Toch komen er nog altijd meer klanten dan normaal in deze periode. Dat heeft volgens Heger te maken met de coronacrisis. “Mensen zitten thuis. Ze kunnen niet uit eten en gaan zelf iets lekkers maken. Of ze zijn op zoek naar een gezellig uitje.”

Voor een asperge-uitje hoeven Amsterdammers sinds 9 april 2014 niet meer naar Limburg af te reizen. De familie Heger uit Velden begon zes jaar geleden met het telen en verkopen van asperges in Lijnden, tussen Amsterdam en Schiphol.

Een avontuur dat Limburgse dorpsgenoten de wenkbrauwen deed optrekken. “Asperges onder de rook van Amsterdam? Jullie zijn gek!” zeiden ze. Hoe konden ze hun fraaie geboortestreek vrijwillig vijf dagen per week verlaten voor die schreeuwerige Randstad? En dachten ze nu echt dat dat grootstedelijke volk daar ooit iets zou kunnen begrijpen van Limburgse asperges?

Paul en zijn ouders Wiel en Maria (83) Heger haalden daar hun schouders over op. Onder de bedrijfsnaam Wipa bestierden ze destijds al 28 jaar een aspergehandel in Velden. “We richtten ons toen vooral op de Duitse markt. Die raakte ­echter verzadigd. We wilden daarom ­verder uitbreiden.”

Heger richtte zijn pijlen op Holland, zoals hij het gebied boven de grote rivieren noemt. Hij kwam uiteindelijk terecht op de hoek van de Schipholweg en Hoofdweg in Lijnden. “We kenden de eigenaar, die daar al kassen had. Het stuk grond van 0,6 hectare bleek ideaal te zijn voor aspergeteelt. Zanderig en vol mineralen.”

Achtduizend kilo

Heger heeft 8000 kilo asperges op het veld in Lijnden staan. Daarnaast beheert hij in Velden nog 20 hectare in de kassen en buitenteelt. Hij verkoopt vooral aan particulieren en aan de Amsterdamse groothandelaren Van der Spijk en Rustenburg. “In smaak verschillen de asperges uit Lijnden niet veel van die uit Velden. Je zoekt een bepaald ras uit en kijkt hoe de grond is. Dat levert ongeveer dezelfde asperges op.”

Op het parkeerterrein staat een witte bestelbus met opengeslagen deuren. Werknemers lopen af en aan met blauwe kratten vol verse asperges uit Velden. Nog maar enkele uren daarvoor stonden ze nog in de Limburgse grond. Heger is elke ­morgen om zes uur op het veld om ze te steken. Na het oogsten worden ze gewassen, op maat gesneden en gesorteerd naar kwaliteit. “Ze gaan meteen daarna de koelcel in. Verser kan bijna niet,” vertelt Heger.

Voor het schillen van asperges beschikt de familie Heger over een moderne machine die ze razendsnel van hun schil ontdoet. “Tachtig procent van de klanten laat ze schillen.”

De prijs voor een kilo asperges varieert van 8 tot 12,50 euro, afhankelijk van de soort en of ze geschild zijn.

Heger merkt dat de vraag in de Randstad flink gegroeid is en dat de asperges ingeburgerd raken. “Het eerste jaar kregen we nog telefoontjes van klanten die de asperges niet goed vonden. Dan bleek dat ze ze niet geschild hadden en niet wisten dat dat nodig was. Anderen vroegen of de kop eraf moest – nee, juist niet! De kop is het lekkerst. Dat soort vragen krijgen we nu niet meer. Mensen weten inmiddels wel hoe ze ermee moeten omgaan.”

De familie Heger beschikt over een moderne machine die de asperges razendsnel van hun schil ontdoet.Beeld Dingena Mol
André, de broer van Paul, helpt tijdens de topdrukte mee.Beeld Dingena Mol

Aspergewijn

Het assortiment werd uitgebreid met onder meer aspergesoep, aspergekroketten en bitterballen, krieltjes en aspergewijn. “Die wijn importeer ik uit Frankrijk. Ik heb er zelf een etiket voor gemaakt. Hij past goed bij asperges,” zegt Heger.

In de winkel staan op ijzeren stellages tientallen netten met krieltjes opgestapeld. “Handig,” vindt Ria Lemmens (61). “Dan hoef ik niet meer naar de supermarkt.”

Door de toenemende vraag opende de familie Heger de afgelopen jaren extra ­verkooppunten in Zwaanshoek en Zoetermeer. Maria en Wiel Heger droegen zorg voor de verkoop in Lijnden. En dat niet alleen. Gastheerschap is hen niet vreemd; ze runden eerder twintig jaar lang café De Sport in Velden. In korte tijd ­wisten ze doorgewinterde Amsterdammers duidelijk te maken dat Limburgers weliswaar een zachtere tongval hebben, maar verder niet zo gek veel van hen verschillen. Al snel verzamelden zij een trouwe schare klanten om zich heen. ­Mensen die hen elk jaar met kerst een kaart sturen en verlangen naar de lente, als de aspergeverkoop weer begint.

Vanwege de coronacrisis staan Maria en Wiel dit jaar niet in de winkel. Hegers vriendin Marina en zijn broer André ­hebben de verkoop op zich genomen.

Paul ontvangt de laatste tijd elke week wel een paar smeekbedes van klanten die zijn ouders missen. “Kun je alsjeblieft regelen dat je pap en mam weer komen?” vroeg een mevrouw van 89. “Het kan écht niet,” zeg ik dan.

Heger kan ze bijna niet tegenhouden, want het liefst zouden ze gewoon elke dag komen. “Ze kunnen het niet loslaten. Mijn vader is dan ook op paaszaterdag nog even geweest, maar ik wil het niet meer hebben. Ik ben te bang dat ze het virus krijgen. Mam heeft vorig jaar een hartoperatie gehad en is daardoor kwetsbaar. En die 1,5 meter afstand gaat ze niet lukken. Pap hoort steeds slechter, dus komt vanzelf dicht bij je staan.”

Niet alleen zagen zijn ouders hun ­wekelijkse uitstap naar de Randstad ­verdwijnen, ook veel nieuwe plannen ­verdampten. “De bedoeling was om in Lijnden een loods neer te zetten met sorteermachines en waterbakken. We kunnen dan alles vanuit hier doen en hoeven niet meer op en neer naar Velden te rijden. Bij Zwaanshoek wilden we met een nieuw aspergeveld beginnen. Dat zal voorlopig niet gebeuren. Ik heb het verkooppunt daar ook tijdelijk moeten sluiten, omdat de uitbaatster doodsbang was voor het virus en de deur niet meer wilde openen. Maar laat ik niet klagen, we verkopen in elk geval nog wat en dat kan niet iedereen zeggen.”

Aspergeteler Paul Heger: ‘We doen het werk dit seizoen met zestien aspergestekers in plaats van veertig.’Beeld Dingena Mol

Poten en steken

Als gevolg van de coronacrisis is de helft van zijn velden nog niet klaar en 40 procent van de asperges niet gestoken. Het poten van asperges gebeurt met een pootmachine, waar acht personen op kunnen zitten. Zo kunnen twee rijen aspergeplanten in een keer worden gepoot. “Het is bij dat proces onmogelijk 1,5 meter afstand te houden. Poten kunnen we dus voorlopig niet,” zegt Heger.

Voor het aspergesteken zet hij al dertig jaar Poolse seizoensarbeiders in, maar die durven dit jaar vanwege het coronavirus niet naar Nederland te komen. “We doen het werk dit seizoen met zestien aspergestekers in plaats van veertig. Nederlanders die tijdelijk geen werk hebben, melden zich wel aan, maar houden er vrijwel allemaal na twee dagen weer mee op. Als je nog nooit asperges hebt gestoken, is het lastig om meteen kilo’s naar boven te halen. Het vele bukken, soms met de brandende zon op je kop, is zwaar. Ze haken dan al gauw af.”

Maar lichtpunten zijn er ook. Tuin­centrum Osdorp is sinds kort de asperges van de familie Heger gaan verkopen. “En we zijn in gesprek met een mogelijke partner die onze asperges online wil gaan aanbieden en rondbrengen. Vooral voor onze oudere klanten, die niet kunnen komen, zou dat een uitkomst zijn.”

Op het parkeerterrein is de rij geslonken. Ria Lemmens vult haar fietstassen en rijdt slingerend weg.

“Mensen houden zich goed aan de regels. We ervaren veel saamhorigheid en dat doet me goed. Mijn ouders krijgen bijvoorbeeld veel opbeurende telefoontjes van klanten. Ik hoop dat ze nog een lange tijd voor zich hebben, zodat ze volgend jaar weer in de winkel kunnen staan.”

Van de week kreeg Heger een hartroerend telefoontje van een vaste klant. “Een vrouw vertelde dat haar vader in het ­ziekenhuis lag. Hij is dol op onze aspergesoep. Ze vroeg of we die konden klaarzetten om mee te nemen naar het ziekenhuis. Natuurlijk deden we dat. Die kreeg ze van het huis, dat spreekt voor zich!” 

Het witte goud

In Nederland wordt op 3684 hectare grond asperges geteeld. Van de aspergevelden ligt 60 procent in Limburg; Noord-Brabant is de een na grootste aspergepro­vincie. Verspreid over Nederland liggen kleine aspergevelden, zoals die in Lijnden. Zij zijn goed voor 5 procent van de aspergehectaren.

In 10 jaar tijd nam de ruimte voor asperges in Noord-Brabant met ruim een kwart toe, in ­Limburg was dat zelfs met bijna de helft. Ook in andere provincies is een stijging te zien. Uitzonderingen zijn Zuid-Holland, Gelderland en Flevoland: daar was vorig jaar ­minder ruimte voor aspergeteelt dan in 2010.

(Bron: CBS)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden