Plus

In de oorlog was schrijven de overlevingsstrategie van Philip Mechanicus

De Joods-Amsterdamse journalist Philip Mechanicus schreef in de oorlog dagelijks een verslag over het leven in kamp Westerbork. Zijn kleindochter speelt donderdag een voorstelling over haar in Auschwitz vermoorde grootvader.

Elisabeth Oets: 'Mijn moeder vond het beter als ik het pas op mijn achttiende zou lezen'Beeld Charlotte Odijk

Het verhaal van grootvader Philip Mechanicus was Elisabeth Oets (59), mezzosopraan, al van jongs af aan bekend. Zijn dagboek In Dépôt met de dagelijkse verslagen over kamp Westerbork, stond immers thuis in de boekenkast.

"Mijn moeder vond het beter als ik het pas op mijn achttiende zou lezen. Ik vroeg er verder niet naar. Ik voelde intuïtief als kind aan dat ik haar daarmee verdriet zou doen."

Haar moeder had haar wel verteld over haar kunstminnende vader, die haar vroeger meenam naar het Concertgebouw. "Ze vertelde dat iedereen hem kende en dat hij vaak voor een praatje even staande werd gehouden. Maar over de oorlog was ze heel gesloten."

Op haar achttiende pakte Oets, die bijna 25 jaar bij de Nationale Reisopera heeft gezongen, het dagboek op. Enkele jaren geleden besloot ze een voorstelling over haar grootvader te maken.

Magazijnknecht
"Mijn opa fascineerde me altijd. Hij kwam uit een straatarm gezin dat vlak bij het Waterlooplein woonde. Zijn vader was voddenkoopman en hij moest als kind uit een gezin van acht na de lagere school meewerken. Via zijn schoolmeester kreeg hij een baantje als magazijnknecht bij Het Volk en hij werkte zich uiteindelijk op tot chef van de buitenlandredactie van het Algemeen Handelsblad."

In 1941 werd Mechanicus ontslagen en een jaar later werd hij opgepakt. Via kamp Amersfoort kwam hij in Westerbork terecht. "Mijn groot­vader was van de een op de andere dag een minderwaardige soort geworden."

In Westerbork, waar hij anderhalf jaar verbleef, schreef hij dertien schriftjes vol. Hij nummerde de schriftjes met Romeinse cijfers. De eerste twee nummers ontbreken.

Overlevingsstrategie
In haar voorstelling Wachten Op Transport leest Oets fragmenten uit zijn dagboek voor terwijl op een scherm foto's van Mechanicus en zijn familie verschijnen.

Begeleid door pianiste Mi Ying Chen zingt Oets vijf liederen die door de Joods-Tsjechische componiste Ilse Weber in het kamp Theresienstadt geschreven zijn.

"Haar liederen gaan over angst, verlangen en afscheid. Het zijn precies de dingen die in het dagboek naar voren komen. Ik ben heel trots op mijn grootvader. Dat hij het heeft kunnen opbrengen om dagelijks over het kamp te schrijven... Het was voor hem waarschijnlijk ook zijn overlevingsstrategie."

Ze heeft er lang over getwijfeld of ze emotioneel sterk genoeg was om de voorstelling, die eerder elders in het land al is opgevoerd, op het toneel te kunnen brengen. "Maar het lukt me goed, al wordt het aan het einde van de voorstelling wel moeilijker. Het geeft me een goed gevoel om als volgende generatie dit verhaal door te kunnen vertellen."

Wachten op transport, 4/5 om 21.00 uur in het ­Holocaust Museum, Plantage Middenlaan 27

Elisabeth Oets: 'Dat hij het kon opbrengen om dagelijks over het kamp te schrijven...'Beeld Charlotte Odijk

'De walging vergeten'

Philip Mechanicus (1889-1944) was journalist van het Algemeen Handelsblad. Na de bezetting moest hij de krant verlaten. Hij weigerde een Jodenster te dragen en werd, kort na zijn bezoek aan zijn in Nijmegen onder­gedoken dochters Julia en Rita, in september 1942 gearresteerd.

Via de gevangenis aan de Amstelveenseweg ging hij naar kamp Amersfoort, waar hij ernstig werd mishandeld. In november ging hij naar doorgangskamp Westerbork.

Als een 'kroniekschrijver', zoals hij zichzelf noemde, beschreef hij het leven en de omstandigheden in het kamp: over de barakken waar ze als 'apen' op de stapelbedden van drie hoog zaten, het eten, het verliezen van waardigheid, de revue die de gevangenen voor de Duitsers opvoerden en de wekelijkse transporten naar het oosten. "Het leven is een loterij, hier een loterij zonder prijzen," tekende hij clandestien op in schriftjes die uit het kamp werden gesmokkeld.

24 augustus 1943: 'De wagons worden potdicht afgesloten (...)De trein zet zich in beweging. Voor de langwerpige luchtgaten hoog in de wagens verschijnen koppen van Joden en Jodinnen op een rijtje als in een poppenkast. (...) Naakte, wuivende armen met zwaaiende handen als zelfstandige levende organen steken uit de gaten.'

De achterblijvers voelen dat ook zij straks aan de beurt zijn. 'Er is geen ontsnappen meer mogelijk aan de klauw van de bruut.'

Het was een zware klus om van dag tot dag verslag te doen en in oktober 1943 verging hem de lust tot schrijven. 'De dagelijkse strijd tegen de walging van de samenleving, tegen het lawaai, tegen de banaliteit, tegen de platvloersheid kost veel energie. In het schrijven heb ik tot dusver een afleiding gevonden, die mij deze walging vaak deed vergeten.'

Toch pakte hij de pen weer op. Hij voelde het als zijn plicht. 'Voor hen die zich later een beeld willen vormen.'

Mechanicus kwam op 15 maart 1944 aan de beurt. Via Bergen-Belsen ging hij een half jaar later naar Auschwitz-Birkenau. Drie dagen na zijn aankomst werd hij daar, op 55-jarige leeftijd, doodgeschoten.

Zijn verslag verscheen in 1964 in boekvorm, getiteld In Dépôt. Het veelgeprezen boek werd 'een der meest volledige, persoonlijke documenten over het kampleven in de oorlog' genoemd.

Philip MechanicusBeeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden