Column

In de kerk waren veel dorpsgenoten op komen draven

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Hij was boer. Hij heette Bert. Hij werd Hoefnie ­genoemd.

"Bert wil je een bakkie?"

"Hoefnie."

Vroeger woonde hij samen op de boerderij met zijn moeder. Toen die was gestorven, liep hij naar de pastoor en zou gezegd hebben: "Haar ziel is bij God, haar lichaam is nog op de boerderij. Wat moet ik daarmee doen, mijnheer ­pastoor?"

Maar dat was vijftien jaar ­geleden.

Men hielp hem met de verkoop van zijn land, waardoor hij centjes genoeg had om niets meer te doen.

Wat hij in die boerderij deed, wist niemand.

"Bert, zal ik eens helpen met opruimen?" vroeg een buurvrouw.

"Hoefnie."

Ze lieten hem. Hij was niemand tot last. Ze hadden hem eens, op een warme dag, midden op het land zien liggen. Ze dachten dat hij dood was. Ze liepen op hem toe, en vroegen wat er was.

Hij lachte en wees naar de zon.

"Zal ik je naar de boerderij brengen, Bert?"

"Hoefnie."

Men zag hem ook vaak bij paarden en schapen. Hij sprak zachtjes tegen de dieren. Zodra hij een mens zag, staakte hij het gesprek. Ook met de jongens en meisjes die hij kende van de paar jaren onderwijs die hij had gehad, sprak hij niet. Wel glimlachte hij.

"Een zachte glimlach," zei een buurvrouw.

Bij Albert Heijn kenden ze hem ook. Hij kocht namelijk nooit iets anders dan een brood en één pot pindakaas.

Hij kreeg van zijn buren wel het een en ander. Wat vlees, ­eieren, soms wat overgebleven stamppot; ze hingen het aan zijn deur.

Twee jaar geleden, met Kerstmis, had men hem een paar keer om zijn boerderij zien lopen. Hij had de buren die hij zag gegroet, wat ze al opmerkelijk vonden.

's Avonds stond zijn boer­derij in lichterlaaie.

De brandweer had zijn gedeeltelijk verbrande lichaam op een stoel in het midden van de kamer gevonden.

Het werd snel duidelijk dat hij de boerderij zelf in brand had gestoken.
De reden? Die wist niemand.

Hij bleek nog ergens een nicht te hebben. Die organiseerde zijn begrafenis en ze leek zich voor hem te schamen. In de kerk waren toch nog veel dorpsgenoten op komen draven. Over de zelfmoord zweeg men.

"God bewaart ons in Zijn hand," zei de pastoor, "maar eergisteren heeft Hij Bertus opgepakt en aan Zijn borst ­gekoesterd als een lam. Dat hoefde niet, maar Bert heeft het vast fijn gevonden."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden