In de Bijlmer: Kip gaat hier in grote massa's

Hoe is het om in de Bijlmer te wonen en te werken? Vandaag: op de markt met het Nijkerkse kippenboertje. Dit is het 28ste deel van een serie. Hoe gevaarlijk is het nu in de Bijlmer? Vanuit het standpunt van de kip gezien: levensgevaarlijk. In de Bijlmer zijn ze dol op kip. Neem het Nijkerkse kippenboertje. Vanochtend in alle vroegte vanuit Nijkerk naar Amsterdam gereden met in de vrachtwagen drieduizend kilo hele kippen, halve kippen en losse onderdelen: bouten, vleugels, nekjes, magen, soepvlees en loop­poten. En vanavond, als de hele ploeg weer terug naar de Veluwe gaat, is het allemaal weg, net als de vijfduizend eieren.

Het Nijkerkse kippenboertje heet eigenlijk Willem Worst. Willem streek in 1980 voor het eerst met zijn handel neer in de Bijlmer, en hij was meteen verkocht. De vraag naar kip was groot en met de klanten kon hij goed uit de voeten. Tegenwoordig doet hij het wat rustiger aan en neemt zoon Dirk van 26 de markt in Zuidoost voor zijn rekening: op zaterdag Ganzenpoort, op maandag en de donderdag de Amsterdamse Poort, op dinsdag en vrijdag Kraaiennest. En overal gaat de kip als een tierelier.

Willem junior staat op de Dappermarkt, ook met kip, maar dat is niet te vergelijken. De Dappermarkt is een gezelligheidsmarkt. In de Bijlmer gaat het om eten. Zoals Dirk het uitdrukt: om massa. ''Alles gaat hier in grote hoeveelheden. Een Nederlandse klant wil een kilo bouten, maar een Surinamer of Afrikaan loopt weg met tien kilo. Alles in stukken gehakt. Verder mag je er niks mee doen. Dat kunnen ze zelf veel beter.'' Aan dat laatste twijfelt Dirk niet. De vaste klanten komen wel eens aanzetten met een pannetje, om te proeven.

Nog zo'n verschil: de botjes. Nederlandse klanten willen graag filets. Zij vinden botjes lastig. De klanten in de Bijlmer willen juist botjes, omdat zij weten dat het de botjes zijn die het vlees zijn smaak geven. Vellen, daar houden ze dan weer niet van. Dirk zelf juist weer wel. ''De mensen willen hier vers, veel en goedkoop,'' vat hij de vraag van de markt samen. ''Als je dat kunt geven, komen ze elke week bij je terug.'' Lopers, de mensen die eindeloos de prijzen van de drie poeliers op de markt vergelijken, zijn er weinig.

Het is wel een andere wereld, de Bijlmer. Het allochtone deel van Nijkerkse bevolking beperkt zich tot een Surinaams echtpaar. Op de markt in Ganzenpoort en Kraaiennest zijn de marktlui vaak de enige witte mensen, in de Amsterdamse Poort is het meer gemengd. Dirk komt hier vanaf zijn zestiende en is het normaal gaan vinden. Nare dingen, afkloppen, heeft hij nooit meegemaakt. ''Er is veel verbeterd. Tien jaar geleden was het hier een getto. Nu is het bijna allemaal opgeknapt.'' Voor de handel heeft dat nooit gescheeld, gek genoeg.

Wat ook hetzelfde is, is de sfeer. De klanten in de Bijlmer zijn vrolijk, ook de ouderen. Als er gelachen kan worden, zal men het niet laten. En in de zomer zijn er de prachtige vrouwen die het geld voor de kip uit hun beha tevoorschijn toveren. Als de jongens uit Nijkerk dan wegkijken, worden er grapjes gemaakt. ''Once you go black, you never go back,'' wordt er dan geroepen. Dirk heeft daar geen verstand van. Hij heeft thuis een leuke vrouw, een kippetje uit Nijkerkerveen. (PATRICK MEERSHOEK)

Foto Amaury Miller

Kippenboer Dirk: 'De mensen willen hier vers, veel en goedkoop.' Foto Amaury Miller Beeld
Kippenboer Dirk: 'De mensen willen hier vers, veel en goedkoop.' Foto Amaury Miller
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden