Plus PS

In de ban van de schelp: museum verzamelt schatten uit de zee

Het Schelpenmuseum in de Czaar Peterstraat is als een schatkamer. Oprichter Babet van Lier (51) wil de pracht en diversiteit van de natuur laten zien. 'Ik moet zeggen dat schelpen mij echt gelukkig maken.'

Van Lier voor de 17e-eeuwse Spaanse kast die zij erfde van haar tante. Het bleek een ideale vitrinekast. 'Zo draagt ze postuum nog een steentje bij' Beeld Renate Beense

Ze trekt het ene na het andere laatje open. "Kijk, dit zijn de cypraeidae. En dit de conidae. En moet je deze olividae zien, zo schattig. En de pectidinae, al die kleurtjes!"

Zwanenmossels, kegelslakken, olijfslakken, mantelschelpen, zachtglanzend en als kostbare juwelen geschikt. En dit is nog maar een klein ladenkastje in het nieuwe Amsterdamse Schelpenmuseum.

Vijf jaar geleden raakte neerlandica Babet van Lier definitief in de ban van de schelp. Op vakantie in de Franse Vendée, in het kustplaatsje Les Sables d'Olonne. "Daar hebben ze het Museum du Coquillage. Prachtig gebouw, hoge ramen, bogen, uitzicht op zee. Een schelpenmuseum met beneden een winkeltje. Het zag er zo spectaculair uit, ik dacht: daar moeten ze prachtige dingen hebben."

Maar het was gesloten. Dus gingen Van Lier en echtgenoot Teun Munnik, moleculair celbioloog, een paar dagen later terug.

"Het museum was inderdaad prachtig, zij het een beetje stoffig. Maar dat winkeltje was dus he-le-maal niets. Mijn fantasie was op de loop gegaan met wat je daar zou kunnen kopen, sieraden van schelpen, serviezen met schelpjes erop. Wat ze hadden waren van die op elkaar geplakte schelpjes die dan een eekhoorn moesten voorstellen, of een kikker."

Het idee van een eigen schelpenmuseum vatte post - maar dan met dat winkeltje waar ze van droomde. "Vanaf dat moment zijn we heel intensief gaan verzamelen. De droom is eigenlijk een heel groot museum, met een klein winkeltje. Maar het is lastig, niemand hier in Amsterdam gaat toegang betalen om schelpen te zien."

Dus begint ze nu klein, in een van de pandjes die Eigen Haard heeft gerenoveerd in de Czaar Peterstraat en verhuurt aan beginnende ondernemers.

Bruidstaart
Het is een echt museum, met in antieke museumkasten een prachtige collectie schelpen. Inclusief winkeltje met objecten, sieraden en mineralen, maar vooral ook veel - zeer betaalbare - schelpen.

"Het begint met een kwartje. Kinderen moeten hier ook lekker kunnen scoren met hun spaargeld. Je moet het een beetje laagdrempelig houden. Ons doel is vooral te laten zien hoe prachtig mooi en divers de natuur is. Het gaat niet eens om heel zeldzame schelpen, maar juist de diversiteit is zo onwaarschijnlijk."

Want er zijn 250.000 soorten schelpen, zes grote families. "Ja, daar kom je achter als je je erin gaat verdiepen. Het is het op een na grootste dierenrijk, na de insecten. Ik ben me gaan inlezen en gaan verzamelen en determineren. Is het een slakkenhuis of een dubbelkleppige? En als het een dubbelkleppige is, heeft ie dan ringen? Venusschelp! Of ribbels?

Kokkel! Dat is grofweg, maar je kunt ze net zo minutieus bestuderen als je wil. De soorten aanhechtingsplekjes zeggen veel - een streepje meer naar links en dan is het dus echt een andere soort. Zo diep zit ik er niet in. Ik kan wel determineren, maar ik kan niet alle 250.000 soorten onderscheiden."

De droom is eigenlijk een heel groot museum, met een klein winkeltje Beeld Renate Beense
Er zijn 250.000 soorten schelpen, zes grote families Beeld Renate Beense

Om de collectie samen te stellen hoefde Van Lier niet de wereld over te reizen. Ze kocht verzamelingen op van andere collectionneurs en leerde de schelpenwereld kennen. Er zijn schelpenbeurzen in Antwerpen en Parijs, Nederland heeft zijn eigen Malacologische Vereniging van schelpen- en slakkenkenners.

"Er zijn genoeg mensen die van hun eerdere verzamelingen af willen, het neemt best veel ruimte in. En dan sla je je slag."

Ze opent een glazen vitrinekast en pakt er haast liefkozend een witgelaagde schelp uit: de weddingcake shell, uit Tasmanië. Een van haar persoonlijke favorieten. "Deze heb ik voor mijn man gekocht, die is niet te koop. Maar ik heb er meer gevonden op een schelpenbeurs. Die wit­tinten, die roze geschulpte randjes, door de laagjes lijkt het net een bruidstaart. Onwaarschijnlijk mooi."

"Of neem deze: de corculum cardissa. Met die ribbels gewoon een kokkel, maar wat een beeldschoon fragiel wit hartje. En die uit de familie van de xenophoridae, een slak die zich vermomt door andermans schelpjes aan zich vast te plakken. En de linksdraaiende kroonslak, de busycon contrarium, terwijl alles in de natuur rechts draait."

Schelpen met een beperking
Van Lier maakt dit schooljaar nog af als docent aan het ROC van Amsterdam, maar daarna draait het fulltime om het Schelpenmuseum. Haar hele familie werkt mee. "De levenden én de doden. Mijn tante die recentelijk is overleden liet deze 17e-eeuwse Spaanse kast na, waarin ik objecten kan uitstallen. Net als deze bank, en de tafel beneden. Zo draagt ze postuum nog een steentje bij."

Ook aan de etnische objecten die ze tentoonstelt kleeft een familiegeschiedenis. Haar grootvader had voor de oorlog de Kunstzaal Van Lier aan het Rokin.

"Hij was een pionier op het gebied van het magisch realisme en had de grootste collectie etnografica, die in 1927 is tentoongesteld in het Stedelijk. Daar is nog een boekje van. Mijn broer maakte daarvan vergrotingen die in het museum hangen."

Carel van Lier was Joods en overleefde de oorlog niet. "Dat had natuurlijk groot effect op de familie, maar ook op de kunstwereld van die tijd. De Kunstzaal was een gemis. Des te mooier is dit: mijn grootvader was bevriend met Louis Lemaire, handelaar in etnografica. Zijn kleindochter Finette runt nu galerie Lemaire aan de Reguliersgracht en daar werk ik mee samen. Zij heeft de objecten beschikbaar gesteld.

Etnografica en schelpen hebben van oorsprong een relatie met elkaar. Schelpen inspireren mensen, of het nou die Fransman is die er zo'n eekhoorn van plakt of een lid van de Sepikstam in Nieuw-Guinea die er een masker van maakt."

De officiële opening van het Schelpenmuseum is op 19 maart, maar Van Lier heeft al een bijzonder moment meegemaakt sinds ze in januari haar intrek nam in de Czaar Peterstraat.

"Een vrouw stond op de trap naar boven, er ging een soort siddering door haar heen van geluk. Toen zei ze tegen me dat schelpen een speciale kracht hebben. Nu ben ik niet zo van het toedichten van speciale krachten aan dingen. Maar ik vond het heel herkenbaar, ik moet zeggen dat schelpen mij echt gelukkig maken."

Dat geldt zeker ook voor de vitrine 'Schelpen met een ­beperking'. "Ze hebben een deuk, gat of verkeerde uit­loper. Kijk deze, met die grijper de verkeerde kant op. Heel ongelukkige jongens zitten ertussen. 'Freaks' worden ze genoemd, maar dat vind ik zó respectloos voor een schelp."

Het Schelpenmuseum, Czaar Peterstraat 249.

'Ik moet zeggen dat schelpen mij echt gelukkig maken' Beeld Renate Beense

Expositie

Vanaf donderdag heeft het Schelpenmuseum een speciale expositie rond de 17e-eeuwse apotheker Albertus Seba. Hij woonde op de Haarlemmerdijk en verzamelde naturalia.

Van Lier: "Als de VOC-schepen binnenkwamen ging hij medicijnen brengen. In ruil mocht hij als eerste een selectie maken uit de mooie dingen die ze hadden meegebracht. Hij bouwde een imposant netwerk op en een vermaarde collectie, die hij heeft laten natekenen. Vier boekdelen zijn uitgebracht. Hij was eigenlijk de inspirator van Linnaeus; het ordenen en rangschikken van de natuur is destijds begonnen."

De tentoonstelling toont met prenten en objecten waar de natuurwetenschap begon, gecombineerd met tableaukasten met composities van schelpen door kunstenares Gemma van Schendelen. De prenten en tableaukasten zijn te koop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden