In Amsterdam worden straks burgers ingezet bij reanimaties

In Amsterdam stuurt de meldkamer straks niet alleen hulpdiensten op meldingen van een hartstilstand af, maar ook burgers die kunnen reanimeren. Dat scheelt zo'n negentig levens per jaar, schat de Hartstichting.

Beeld ANP

Bijna drieduizend Amsterdammers hebben een reanimatiediploma op zak en zij zouden de technieken ook graag inzetten om hartpatiënten te helpen. Nu zitten ze 'werkeloos' thuis. Zelfs als er iemand voor hun huis in elkaar zakt, worden ze niet opgeroepen.

Het is de Hartstichting al lang een doorn in het oog dat een grote stad als Amsterdam nog niet is aangesloten op HartslagNu, het oproepsysteem voor reanimaties. Dat verandert binnenkort, als Amsterdan zich als laatste gemeente van het land ook aansluit.

In Amsterdam Noord tot aan de ringweg is de verandering overigens begin januari al ingegaan. Buiten de Ring A10 is het al langer praktijk. De rest van de stad volgt dus binnenkort. Ambulance Amsterdam kan nog niet zeggen wanneer precies.

Als eerste
Voor de kans op overleven is het van groot ­belang dat er binnen zes minuten met reanimeren wordt begonnen. De aanrijtijd van am­bulances in Amsterdam is gemiddeld 10 minuten. Burgerhulpverleners, zo laat onderzoek van Amsterdam UMC zien, zijn in Nederland in gemiddeld 7 à 8 minuten ter plaatse. Dat is net zo snel als politie en brandweer, die in ruim de helft van de gevallen als eerste met een AED bij het slachtoffer arriveren.

"Het aantal burgerhulpverleners groeit, dus in de toekomst zijn ze er waarschijnlijk vaker als eerste bij," zegt onderzoeker Marieke Blom van Amsterdam UMC. Zij is betrokken bij het onderzoek, dat onder meer de inzet van burgers bij reanimatie onderzoekt.

Zij kunnen het verschil maken, zegt Blom, zeker bij reanimaties. Zij weten immers waar de dichtstbijzijnde AED is.

Meer overlevers
Uit onderzoek blijkt dat de overlevingskans van mensen met een hartstilstand de laatste ­decennia groter is geworden, mede dankzij de hulp van 'amateurs'. Was de overlevingskans na een hartstilstand in de jaren negentig 9 procent, nu is dat 23 procent.

"Tussen 2006 en 2012 is het percentage door omstanders begonnen reanimaties voordat de ambulance er is, gestegen van 65 naar 80 procent," zegt Blom. "Dat is echt iets waar ze in het buitenland met jaloezie naar kijken. Nergens is de overlevingskans bij een hartstilstand zo groot als in Nederland. Mensen denken ­weleens dat de winst zit in ingewikkelde ziekenhuiszorg, dottertechnieken en andere ingrepen. Dat is natuurlijk ook belangrijk, maar de grootste winst zit in een snelle herkenning en snelle start van een reanimatie. Als je dat weet, moet je er dus voor zorgen dat hulp zo snel ­mogelijk, liefst binnen zes minuten, bij het slachtoffer is."

Belangrijk is dat de hulp arriveert als de hartpatiënt nog een schokbaar hartritme heeft, en er dus met grote kans op succes (50 tot 70 procent overlevingskans) door een AED kan worden gedefibrilleerd. Elke minuut wordt die overlevingskans 10 procent kleiner.

Daarom moet er nodig wat gebeuren aan het aantal geregistreerde AED's," zegt Peter Sonneveld van de Hartstichting. In Amsterdam staat de teller op 158. Daarvan zijn er 48 dag en nacht beschikbaar. De rest staat binnen en kan na sluitingstijd van bijvoorbeeld een winkel niet worden gebruikt. Dat is te weinig om goed te kunnen reageren op de circa negenhonderd reanimaties per jaar.

Volgens Sonneveld komt er een hele zwik AED's in buitenkasten bij, omdat pensioen­investeerder Bouwinvest onlangs heeft besloten om 95 exemplaren aan zijn vastgoed te hangen.'

Amsterdam loopt achter
Op dit gebied loopt Amsterdam achter, zegt Sonneveld. "De stad is de laatste gemeente in Nederland die zich aansluit bij HartslagNu." Vanuit diverse hoeken is daar op aangedrongen, maar hoewel de gemeente het een goed initiatief vindt, voelt het Amsterdamse college zich niet geroepen er geld in te steken.

In antwoord op vragen schreef burgemeester Halsema afgelopen november dat Amsterdam 'een uitstekend netwerk heeft van mobiele professionele hulpverleners, die snel ter plaatse zijn om eerste hulp te verlenen'.

De Hartstichting vindt dat te makkelijk. Als je er eerder kán zijn, dan moet je dat altijd doen. "Anders gaat er kostbare tijd verloren bij het wachten op de hulpdiensten, die simpelweg niet altijd op tijd aanwezig kunnen zijn."

Beeld Het Parool

Niet opgeroepen

Dirk Jan Veldman (70, gepensioneerd anesthesioloog) keek thuis uit het raam. Hij zag dat iemand door ambulancebroeders werd gereanimeerd. Op 20 meter van zijn woning. Veldman heeft zich ooit aangemeld als burgerhulpverlener. Behalve een reanimatiediploma heeft hij nota bene een AED in huis. "Dus ik vroeg me af: waarom ben ik niet opgeroepen?"

Hij mailde de Hartstichting en die ­antwoordde dat Amsterdam nog niet meewerkt aan het systeem van burgerhulpver­lening. Later hoorde hij van een buurvrouw dat de hartpatiënt was overleden. "Zij vertelde mij ook dat de ­ambulance vanwege obstakels onderweg moeilijk bij de patiënt kon komen. Dat stak."

Veldman is voorzichtig. Als hij wél was opgeroepen, dan had hij zeker binnen zes minuten kunnen beginnen met reanimeren. "Wat niet wil zeggen dat het slachtoffer het dan wel had overleefd. Maar in dat geval had hij
wel meer kans gehad. Dat dit niet is gebeurd, is doodzonde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden