In Amsterdam rees Abouteleb tot grote hoogten

Op een moment dat menigeen vreesde voor een escalatie van de etnische spanningen in Amsterdam, toonde Aboutaleb zich de ideale bruggenbouwer. Foto ANP/Ed Oudenaarden

AMSTERDAM - Als er één gebeurtenis is die de politicus Ahmed Aboutaleb voor altijd tekent, is het de moord op Theo van Gogh. Tot dan toe was het beeld bij het grote publiek over hem tamelijk onbestemd. Dat kon ook moeilijk anders, want hij was nog geen halfjaar wethouder - als opvolger van Rob Oudkerk - toen Mohammed B. toesloeg.

Op een moment dat menigeen vreesde voor een escalatie van de etnische spanningen in Amsterdam, toonde Aboutaleb zich de ideale bruggenbouwer. Met zijn Marokkaanse achtergrond (pas op zijn vijftiende maakte hij vanuit het Rif-gebergte de oversteek naar Nederland) was hij als geen ander in staat de Marokkaanse gemeenschap streng toe te spreken. Waarom had niemand aan de bel getrokken over de radicalisering van B? En: wie het hier niet bevalt, pakt z'n koffers maar.

Daarmee verwoordde hij de gevoelens van veel Nederlanders, die zich uit vrees om van discriminatie te worden beticht niet zo duidelijk durfden uit te spreken. Met burgemeester Job Cohen vormde Aboutaleb het ideale duo om de boel bij mekaar te houden.

Zijn ster steeg naar grote hoogten, wat zich uitbetaalde bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006. In het hele land deed de PvdA het goed, maar in Amsterdam was de score dankzij het 'Aboutaleb-effect' astronomisch. Als nummer twee op de lijst haalde hij meer voorkeurstemmen dan lijsttrekker Lodewijk Asscher.

Aboutaleb kreeg na dat succes een zware wethoudersportefeuille, waarbij hij onder meer verantwoordelijk was voor integratie, onderwijs en de Dienst Werk en Inkomen (de opvolger van de sociale dienst). Toch kon hij de lokroep uit Den Haag niet weerstaan toen Wouter Bos zich bij hem meldde.

Voorafgaand aan de kabinetsformatie waren daar al de nodige voortekens van. Aboutaleb was aanvankelijk een grote rol toebedacht in de campagne voor de Kamerverkiezingen van november 2006. Een optreden in een Haags café, waar hij Rita Verdonk ervan betichtte politieke munt te hebben willen slaan uit de moord op Van Gogh, gooide roet in het eten. De beschuldiging was niet nieuw, maar in het zicht van de stembus eiste Verdonk excuses. Aboutaleb maakte een knieval en bleef daarna in de coulissen.

In Amsterdam liep het evenmin van een leien dakje, al legde hij wel het fundament voor het betere functioneren van de Dienst Werk en Inkomen, traditioneel een zorgenkindje in Amsterdam. Met betrekking tot onderwijs klaagde hij vooral over een gebrek aan bevoegdheden. En bij de inburgering stelde hij zichzelf doelen die achteraf onhaalbaar bleken. De Amsterdamse Rekenkamer constateerde hetzelfde met betrekking tot het weer aan de slag helpen van werklozen. In de gemeenteraad reageerde hij geïrriteerd en voorzichtig vroegen enkele critici zich af of Aboutaleb niet op een te hoog voetstuk stond.

Dat nam niet weg dat het een verrassing was dat Bos hem staatssecretaris maakte in plaats van minister. Aboutaleb zelf had er ook weinig trek in. Pas onder loodzware druk van Bos, waarvan schande werd gesproken door intimi, nam hij genoegen met een ondergeschoven post op Sociale Zaken. Tot ongenoegen van Aboutaleb lanceerde Bos hem als 'de man die voor ons de strijd aangaat met de voedselbanken'. In Amsterdam was hij juist tot het besef gekomen dat het beter is de samenwerking met de voedselbanken aan te gaan.

Meteen bij zijn aantreden kreeg hij een (verworpen) motie van wantrouwen aan zijn broek van de PVV, een gevolg van zijn Marokkaanse paspoort. De PVV verweet hem een dubbele loyaliteit, net als Leefbaar Rotterdam nu.

Op Sociale Zaken leek het een belemmering dat hij zich niet kon bezighouden met het terrein waar zijn hart naar uitgaat: integratie. De voorbije zomer besloot hij te solliciteren voor het burgemeesterschap van Rotterdam. Daarna lichtte hij partijleider Wouter Bos in, die 'de keuze aan mij liet'.

Begin deze maand nog sloeg Aboutaleb harde taal uit in Vrij Nederland over problemen rond Marokkaanse jongeren en prees hij Geert Wilders voor het agenderen van 'de pijn' van autochtone Nederlanders in achterstandswijken. Achteraf kan het worden gezien als een bijdrage aan zijn sollicitatie en een handreiking aan Leefbaar Rotterdam.

Aboutaleb werd in 1961 geboren in Beni Sidel, een dorpje in het oostelijk deel van de Rif. ''Ik was gewoon een boerenkinkel,'' zei hij ooit over zijn achtergrond. Tot zijn twaalfde moest hij iedere dag met een muilezel water halen. Met zijn moeder reisde hij in 1976 zijn vader achterna naar Den Haag. Ze woonden in een tochtig huis in de Molenwijk, een achterstandsbuurt. Via de lts, mbo-luchtvaart en hts belandde hij in de journalistiek. Hij was in de jaren tachtig woordvoerder op het ministerie van Volksgezondheid en werkte als voorlichter voor de Sociaal-Economische Raad en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

In 1998 werd hij directeur van Forum, het instituut voor multiculturele ontwikkeling. Vandaar stapte hij over naar de gemeente Amsterdam, eerst als ambtenaar, daarna als wethouder. (BAS SOETENHORST)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden