Plus

In 100-jarig Scheepvaarthuis mag worden geleefd

Het Scheepvaarthuis was het eerste gebouw in de stijl van de Amsterdamse School. Honderd jaar later kun je in die maritieme grandeur slapen, met dank aan hotelier Giovanni van Eijl (72). "Er mag in worden geleefd."

Het Scheepvaarthuis / Grand Hotel Amrâth aan de Prins HendrikkadeBeeld Roy Del Vecchio

De Amsterdamse School is bekend van de sierlijke sociale woningbouwblokken, museum Het Schip in de Spaarndammerbuurt of De Dageraad in de Pijp.

De architectuurstroming begon echter honderd jaar geleden met de oplevering van Het Scheepvaarthuis op de Prins Hendrikkade, sinds 2007 Grand Hotel Amrâth Amsterdam.

Vanaf deze plek voeren destijds de boten zo het IJ op richting verre landen. Zes scheepvaartmaatschappijen gaven in 1912 opdracht voor de bouw van een nieuw, gezamenlijk hoofdkantoor.

Ze wilden geen neoklassieke toestanden, maar een fris ontwerp en kozen voor de jonge architect Joan Melchior van der Meij. Hij nam het ontwerp voor zijn rekening en schakelde de hulp in van zijn eveneens jeugdige collega's Michel de Klerk en Piet Kramer.

Tezamen stuurden ze een vloot aan kunstenaars en ambachtslieden aan die het beeldhouwwerk, houtsnijwerk, de versieringen en meubels maakten. Kosten noch moeite werden gespaard.

Grandeur en glorie
Het nieuwe Scheepvaarthuis moest de grandeur en glorie van de Nederlandse scheepvaart uitstralen en zit bomvol nautische en historische verwijzingen. Het gebouw in een vorm van een schip is overdadig versierd; als een grande dame behangen met kostbare juwelen.

Wie de moeite neemt om op zijn gemak om het gebouw heen te lopen, komt ogen tekort. Zo zijn er de basalten bustes van grote scheepvaarders die uit de gevel schieten en op je neer kijken.

Er zijn ingemetselde standbeelden, houtsnijwerken tussen de kozijnen en sierlijk smeedwerk voor de ramen. En vergeet ook de bakstenen niet, die op maat zijn gemaakt en een voor een gestapeld zijn in verrassende geometrische patronen.

Vroeger stond Het Scheepvaarthuis bekend als een donker, somber gebouw, maar sinds de laag roet van de gevel af is, zijn de oorspronkelijke roestbruine, donkerrode, okergele kleuren van de bakstenen weer te zien.

En ook de Javaanse hardhouten kozijnen zijn verlost van een dikke laag paarsbruine beits en hebben hun oude honinggele kleur terug gekregen.

Hotel
Ondernemer Giovanni van Eijl kocht het gebouw eind jaren negentig om er Grand Hotel Amrâth Amsterdam in onder te brengen.

"Ik zag toevallig een advertentie in de krant. De gemeente zocht een koper en had het idee dat er een hotel in zou kunnen. Ze zochten iemand die het pand wilde transformeren met respect voor het rijksmonument."

In deze tijd zouden er tientallen potentiële kopers op zo'n groot historisch gebouw in het centrum afkomen, maar destijds niet: "Ik was de enige bieder." Toen hij Het Scheepvaarthuis kocht, werd het deels verhuurd aan het gemeentevervoerbedrijf (GVB) dat er in 1983 introk.

Van Eijl: "Het gebouw was in goede en in slechte staat. Er was lange tijd geen onderhoud gepleegd, maar er was wel altijd netjes met het interieur omgegaan."

Veel van de oude meubels stonden er nog. "De tijd had stilgestaan. Op de systeemplafonds na, maar toen we die weg haalden, bleken ze de oorspronkelijke ornamenten juist te hebben beschermd."

De buitenkant was er slechter aan toe. Het smeedijzeren hek was verroest en stond schots en scheef, het houtwerk was deels verrot. Dus liet Van Eijl als eerste de façade opknappen.

De bakstenen werden schoongemaakt, het sierlijke hekwerk in ere hersteld, en voor het dak werden nieuwe leistenen gezocht, die uiteindelijk in Amerika werden gevonden. Vaklieden herstelden de loden standbeelden op het dak. "Die vind je bijna nergens ter wereld."

Interieur
Toen het GVB in 2004 een nieuw onderkomen had gevonden, kon het werk aan de binnenkant beginnen. Het interieur doet qua detaillering en versiering zeker niet onder voor de buitenkant. Sterker nog, het is binnen zo mogelijk nog extravaganter.

De zes scheepvaartmaatschappijen huurden de architecten ook in voor het interieur van hun directiekamers, vergaderzalen en kantoorruimtes. Alles is ontworpen in Amsterdamse Schoolstijl, een afgeleide van Art Nouveau, met warme kleuren en weelderige vormen, en veel oog voor esthetiek.

De architecten zetten zich af tegen rationele, functionele bouwstijlen. Zij hadden een hang naar schoonheid, naar emoties en een voorliefde voor fraaie materialen.

Ze ontwierpen marmeren vloeren en trappen, grote smeedijzeren kroonluchters, mahoniehouten meubelen, zware ­teakdeuren, weldadig kleurrijke tapijten en fraaie houtpanelen.

Een eyecatcher is de magnifieke glazen koepel boven het trappenhuis. Het toont aan weerszijden twee kanten van een wereldbol, met daaronder grote zeilschepen, het sterrenstelsel erboven, en de twaalf sterrenbeelden aan de voorzijde van het gebouw.

Interieur van het Amrath-hotelBeeld Roy Del Vecchio

De vele details zijn eigenlijk niet in één bezoek te bevatten. Overal in het interieur komen bijvoorbeeld nautische en maritieme afbeeldingen terug.

Het boek van de Duitse zoöloog Ernst Haeckel, Kunstformen der Natur (1904), diende daarbij als inspiratiebron. Zijn tekeningen van kwallen, zeepaardjes, anemonen en zeeslakken zie je haast één op één terug in het houtwerk, de meubels, de wandbekleding en in de lampen.

Wittebroodsweken
Het vijfsterrenhotel dat in 2007 opende, heeft zich naadloos naar het gebouw gevoegd. De transformatie gebeurde onder leiding van architect Ray Kentie. Van Eijl had een duidelijke opdracht: "Het moest worden alsof het van begin af aan een hotel geweest was. Als je hier met je verloofde aan komt lopen, moet het lijken alsof je ouders er ook hun wittebroodsweken hebben gevierd."

In het hotel vind je dan ook geen hard contrast tussen oud en nieuw. Moderne technieken zijn handig weggewerkt. Badkamers staan los in de ruimte om de wanden niet te beschadigen.

Achter de oude loketten waar vroegen pakketten werden afgeleverd of kaartjes voor lange zeereizen werden gekocht, bevinden zich nu stijlvolle kamers.

De oude directiekamers, in de boeg van 'het schip' zijn superluxe suites. Het mooist is misschien wel de torenkamer. Drie verdiepingen en bovenin een jacuzzi met 360 graden uitzicht op Amsterdam.

De meubels in de kleine tweehonderd hotelkamers zijn eveneens in Amsterdamse Schoolstijl of stammen uit dezelfde pe­riode. "Het is toch leuk als je op een stoel uit die tijd kunt zitten," zegt Van Eijl. Hij is een fervent verzamelaar en komt weleens wat tegen op veilingen.

Stoelen
Twee stoelen van interieurarchitect Theo Nieuwenhuis die reeds in zijn bezit waren, bleken uit de bestuurskamer van Het Scheepvaarthuis te komen. "Een toevalstreffer," zegt Van Eijl.

De stoelen staan weer op hun oude plek in de imposante zaal die kan worden gehuurd voor conferenties en trouwerijen. Conservator Louise de Blécourt helpt hem het gebouw in oude luister te herstellen.

Zij deed uitgebreid onderzoek naar Het Scheepvaarthuis en de architecten van de Amsterdamse School, en maakt er een sport van om het inte­rieur weer precies zo te krijgen als vroeger.

Geen museum
Toch is het hotel nadrukkelijk geen museum. Van Eijl: "Er mag in worden geleefd. In een museum mag je nergens aankomen, hier wel. Het is een toegepast kunstwerk waar je in kunt slapen."

Waarom vindt hij het onderhoud van Het Scheepvaarthuis zo belangrijk? "Ik houd wel van die hang naar schoonheid," zegt hij. "Tegenwoordig wordt er nooit meer een krul aan een gebouw gezet."

En: "Het is een echt Amsterdams gebouw en uniek in de wereld. Dat wil ik graag laten zien. Iedereen kan hier naar binnen lopen, rondkijken en iets drinken. Het leidingwater is gratis."

Dat onderhoud, renovatie en restauratie van zo'n rijksmonument niet goedkoop zijn, neemt hij voor lief. "Je kunt ook een heel duur schilderij kopen, maar dan stop je het in een kluis of zit je er in je eentje in een kamer naar te kijken. Dit hotel, deze belevenis, kan ik met iedereen delen."

In het kader van 100 jaar Amsterdamse School worden elke zondag rondleidingen gegeven in Het Scheepvaarthuis.

Hotelier Giovanni van Eijl in het voormalige ScheepvaarthuisBeeld Rachel Dubbe
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden