Column

Ik zie bebaarde mannen, bedelende moeders en hippe bitches

Mano Bouzamour Beeld Floris Lok
Mano BouzamourBeeld Floris Lok

Terwijl er net een dronken copiloot vlak voor het opstijgen uit de cockpit was gesleurd, stapte ik het vliegtuig in naar een land waar het hoogste dreigingsniveau voor een terroristische aanslag geldt. Een beetje schrijver zoekt gevaren op. Mocht er een aanslag worden gepleegd in Marrakech, zoals vier jaar geleden op een drukbezocht restaurant op het wereldberoemde plein Djemaa El Fna - wat ironisch genoeg Plein des Doods betekent; vroeger werden op het marktplein namelijk de doodstraffen voltrokken - dan zal ik live verslag doen voor Het Parool.

Wat mij opviel bij de wegversperringen op verkeersslag­aders, was dat de Marokkaanse agenten vooral bebaarde mannen in busjes tegenhielden. Ze sommeerden die op strenge wijze langs de weg te stoppen. Beetje zoals hun collega's in Amsterdam opgeschoren jongens controleren. Maar het frappante is dat de verdachten van de aanslagen die zijn opgepakt, geen van beiden baarden hadden.

Marrakech is een stad met grootse tegenstellingen. Terwijl je op het terras van La Mamounia champagne bestelt, hoor je twintig meter verderop de muezzin uit de minaret van de moskee oproepen tot het gebed. Op de stoep van de hippe restaurants bedelen terneergeslagen moeders met baby's in de armen terwijl uitgedoste jongedames in clubs en cocktailbarretjes stijlvol swingen met een dun sigaretje tussen de vingers.

Een keer raakte ik aan de praat met zo'n prachtige vrouw. Halverwege het gesprek over haar studie vroeg de bitch: 'Hoeveel ben je van plan mij te geven?'

Vanochtend struinde ik door de soeks en steegjes. Een lichtbundel viel via een raampje op het schoongeveegde tapijt van de moskee. Ik wandelde ernaartoe en hoorde van alle kanten: 'Amigo! No entrada!' Ik draaide me om, keek de marktkoopmannetjes een beetje slinks aan en antwoordde in het Arabisch: 'Ik ken godverdomme de halve Koran uit m'n kop.'

'Sorry, sorry, broeder, we dachten dat je een toerist was.' Even speelde de identiteits­crisis op, maar die schoof ik ­terzijde.

De kokkin in villa Mano, mijn moeder in Marrakech, vertelde dat ze aan het vasten was. Dus vroeg ik om het uur de meest heerlijke en gecompliceerde gerechtjes en toetjes om haar een beetje op de proef te stellen. Krijgt ze wat bonuspuntjes in het hiernamaals. Ook opmerkelijk: als haar werkdag erop zit en ze naar huis vertrekt, doet ze haar hoofddoekje om.

's Avonds leeft het plein op. Ik zag een oude man met een gekreukeld gezicht zittend op een kleedje. Met een strijkstok streek hij zo nu en dan op zijn viool zonder snaren. Niemand merkte hem op. Hij speelde muziek voor de doven. Langs hem liepen twee bebaarde meneren in djellaba's, hand in hand, de vingers speels in elkaar verstrengeld. Guitig keken ze naar elkaar terwijl ze smoezelden.

Het was zo surrealistisch dat ik dacht: ze hebben vast bomgordels om en dit is hun act.

Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden