Column

Ik zat tussen Belgische politici, maar herkende niemand

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Omdat het Elisabeth Concours (cello dit jaar) een aantal dagen duurt, ben ik nog in Brussel.

Aangezien het onmogelijk was op korte termijn een goedkope kamer te vinden - geef mij de opdracht wapens, kinderporno of een xtc-laboratorium te kopen en via het Dark Web lukt mij dat binnen tien minuten, maar een goedkope kamer zoeken, op loopafstand van kunstencentrum Bozar is mij niet gegeven - betaal ik nu een gigantisch bedrag waarvoor ik me diep schaam.

Maar ja, ik heb daarvoor wel een oven en een magnetron in mijn verblijf in de stad waar je voor weinig verrukkelijk kunt eten. Plus een jacuzzi waar ik geen gebruik van durf te maken, omdat die dingen bij mij altijd stukgaan.

Ik bedoel, ik had al aan een paar knoppen gedraaid maar de automatische windenlater in bad deed helemaal niks. Omdat ik vind dat klagen zonder afgebekt te worden bij de prijs inbegrepen moet zijn, zullen ze er voor vanavond nog naar kijken.

Hoe dan ook, eigenlijk vind ik dat ik, gezien de prijs die ik voor deze kamer moet betalen, hier de hele dag moet verblijven, maar ik ben er vanmorgen toch op uitgetrokken.

Naar het Fin-de-Siècle Museum, over de kunst tussen 1868 en 1914. Een aanrader! Nu hou ik ook erg van de kunst uit die tijd (Fernand Khnopff, Victor Horta, en vooral Gustav Adolf Mossa). Het museum telt wel vijf of zes verdiepingen, maar ik was er volstrekt alleen. Onbegrijpelijk!

Over het sociaal realisme tegenover het symbolisme in de kunst zal ik nog wel eens schrijven; het werd me trouwens eens te meer duidelijk dat goede bedoelingen ('verheft den boerenstand') tamelijk snel gedateerd raken als ze niet indrukwekkend zijn geschilderd.

Na heerlijk gegeten en gedronken te hebben in een van de mooiste cafés van Europa, À la Mort Subite, werd het tijd voor het Elisabeth Concours. Ik zat de eerste dag tussen Belgische politici, maar herkende niemand. Alleen Herman Van Rompuy. Sommigen applaudisseerden voor hem; ik denk niet dat ik snel voor een politicus de handen enthousiast tegen elkaar zal slaan.

Ook knikte er een heuse koning naar me omdat ik ergens stond waar ik niet mocht staan. Uit walgelijke slijmerigheid en onzekerheid (ik ben toch een vreemde in dit land) boog ik even het hoofd naar de sire.

Daar heb ik dan de hele avond spijt van.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief. Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden