Column

Ik zag een vredesmissie niet als oorlog

Theodor Holman Beeld Wolff

Mijn vader zei vaak: "Je kunt in een restaurant zitten eten, dromend over een mooie toekomst en opeens, na veertien dagen, word je opgeroepen om oorlog te voeren."

Het was hem overkomen.

Hij verliet zijn vrouw en zes weken oude dochter, en zou ze pas vijf jaar later terugzien.

Ik moest eraan denken toen ik op straat werd gegroet door een man van een jaar of 50, 55, die inderdaad het een en ander over mij wist ("Je had een dochter is het niet?") en ik speelde alles maar mee, maar in mijn geheugen bleven alle laden dicht.

Tot ik 's avonds voor de televisie zat. Toen schoot me opeens te binnen dat ik hem zo'n twintig jaar geleden voor de radio interviewde over wat we nu 'de affaire Srebrenica' noemen.

Ik werkte in die tijd op de ­redactie van de krant en herinnerde me dat ik in 1995 niet besefte dat wij als 'blauwhelmen' in oorlog waren, zij het zonder zware wapens. Ik zag een vredesmissie niet als oorlog.

Je zou kunnen zeggen dat ik in het woord trapte. Dat het goed was en wij aan de juiste kant stonden, zat verborgen in dat christelijke begrip vredesmissie. Tot ik een vraag­gesprek had met die man.

Ik herinnerde me dat hij zei: "Wat daar allemaal is gebeurd..." Hij wilde en kon dat niet uitleggen. Door die zin raakte hij al geëmotioneerd.

Dat kon mijn vader ook hebben. Een nietszeggende zin debiteren die hem tot tranen toe bewoog: "Wat je in krijgsgevangenschap meemaakt..."

Nu, twintig jaar later, heb ik Google nodig om me weer te herinneren hoe we in die 'oorlog' verzeild waren geraakt. Ik zou weleens willen weten hoeveel mensen toen wisten hoe diep we destijds betrokken ­waren.

Hoe dan ook, ik zie nu een vreemde snuiter in Amerika, een gek in Noord-Korea, een onbetrouwbare KGB'er in ­Rusland, een despoot in Syrië, een dictator in Turkije, fanatici in de rest van het Midden-Oosten en omdat die allemaal schreeuwen en krijsen, zegt mijn intuïtie me dat de utopische genoegens die we nu smaken in een mum van tijd kunnen veranderen in een ­dystopische nachtmerrie.

Noord-Korea flikt iets, ­Amerika pikt dat niet, de Navo wordt gevraagd, en wij doen mee...

Je zou willen dat de leiders banger voor oorlog waren.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden