PlusColumn

Ik word onvoorstelbaar onzeker van haar

James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Er woont een vrouw in de buurt die me soms wel groet en soms niet. Ik word onvoorstelbaar onzeker van haar. Nu weet ik best dat groeten geen mensenrecht is en dat je iemand niet kunt dwingen om het te doen, maar als de vrouw mij niet groet, verwelkom ik vrijwel direct de ­algehele verwoesting van mijn zelfvertrouwen.

Het is een deftige vrouw. Ik weet niet hoe oud ze is, maar ik denk dat ze oud genoeg is om een vriendin van mijn moeder te kunnen zijn.

Ze loopt door de buurt alsof niets haar meer kan verrassen. Ze heeft alles al gezien. Haar harde schijf staat vol met verhalen. Misschien groet ze daarom af en toe niet. Misschien beschikt ze op die dagen niet over genoeg werkgeheugen om te kunnen groeten.

Gistermiddag groette ze wederom niet terug. Ik mikte mijn gebruikelijke 'goedendag' in de richting van haar oren, maar ze keek door me heen en luisterde langs me heen. Wellicht had ze helemaal geen zin in een goede dag. Dat kan. Ik heb dat ook weleens. Dat ik opsta en op een slechte dag hoop. Een dag als een aangebrande verjaardagstaart. Die moeten er ook tussen zitten.

Dat je naar buiten loopt en in een halfzachte, mosterdkleurige hondendrol stapt. Het is de meest mosterdkleurige drol die je ooit hebt gezien. Aan de kleur te zien, heeft de hond die dit hoopje heeft achtergelaten niet heel lang meer te leven. Je trekt je been omhoog en kijkt naar je schoenzool.

Je kunt de hondendood ruiken. In de straat liggen geen regenplassen dus je haalt je schoenzool langs de stoeprand. Het mooiste meisje van de stad fietst langs. Ze kijkt naar je en naar het lijntje kak op de stoeprand. Je kunt haar horen kokhalzen. Als het meisje in de toekomst misselijk is en wil overgeven, hoeft ze alleen maar aan jou te denken. Dit is geen goede dag en dat is prima.

De vrouw komt de straat ingelopen. Ze lijkt op iemand uit mijn verleden. Toen ik 30 jaar oud was en liefdes­verdriet had. Toen ik 30 jaar oud was en eventjes niet blank maar gebroken wit was, kwam ik een dertig jaar oudere vrouw tegen en die heeft mij opgelapt met behulp mijn eigen tranen.

Ik liet haar jong voelen en door haar wilde ik oud worden. Ze woonde in de Conradstraat. Haar hele huis stond vol met Pink Panther­prullaria. We dronken de goedkoopste jenevers uit roze mokken en na de liefdesdaad losten we samen kruiswoordpuzzels op.

De vrouw komt steeds dichterbij. Ze ziet er vandaag niet heel groeterig uit. In haar oren hangen kolossale, gouden oorbellen. Ze zijn prachtig, en toch vind ik haar oren mooier.

"Goedendag!" zeg ik.

Dit keer zegt de vrouw het ogenblikkelijk terug.

"Waarom groet u vandaag wel terug?" vraag ik.

"Omdat ik zag dat je het vandaag echt nodig hebt."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden