Column

'Ik wilde het liefste dood. Toen ging ik naar Amsterdam'

Beeld Jean-Pierre Jans

Ik kwam haar tegen in het Vondelpark. Zij had een jonge hond die Moor wilde bespringen. We hadden elkaar meer dan veertig jaar niet gezien. Onze laatste ontmoeting was op een prille morgen in haar studentenkamer. Ik stapte haar bed uit en zei: 'Ik ga weer eens naar huis.'
'Bel je?' vroeg ze.
'Ja, tuurlijk.'
Nooit meer gedaan. Stom. Ik heb nog wel een brief geschreven - niets op gehoord.
Onze honden speelden ons spel van veertig jaar geleden een beetje na. Haar hond in de rol van mij.

'En?' vroeg ik, 'wat heb je allemaal gedaan?'
'Ik heb dertig jaar in Frankrijk gewoond, ik ben nu een jaar terug.'
'Waarom kwam je terug?'
'Omdat mijn zoon was gestorven.'
'Ach...' Ik tuurde naar de honden. 'Waaraan is hij gestorven?'
'Zelfmoord.'
Ik liet een 'godver' horen. Doorvragen kan soms iets wreeds hebben. Maar zij pakte het op.
'Hij was een romantische jongen. Hij schreef poëzie. Op een dag, hij was 29, heeft hij zich zomaar opgehangen. Niets achtergelaten. Geen idee waarom. Ik weet het als moeder zelfs niet.'
De honden liepen steeds verder van ons weg.

'Een psychiater vertelde dat het zomaar kan. Iemand kan opeens een psychose krijgen, en zelfmoord plegen. Zoals iemand ook zonder reden een herseninfarct kan krijgen. Daar houd ik me maar aan vast. Maar ja, dat is vasthouden aan niets.'
'En de vader, jouw man...'
'Nee, die was een jaar eerder gestorven. Een auto-ongeluk. Hij zat volkomen laveloos achter het stuur, waarom weet ik niet.' En na een korte pauze: 'Mijn leven is omgeven met geheimen die waarschijnlijk nooit opgelost worden.'
De honden waren alweer op de terugtocht.

'Waarom ben je dan naar Nederland teruggekeerd?'
'Toen mijn zoon was overleden, had ik niets meer. Ik dacht: ik ben zestig, ik kan ook niets meer. Ik wilde ook het liefste dood. Toen ging ik naar Amsterdam. In een opwelling. Meteen naar onze oude cafés. En het was meteen weer gezellig.'
'En nu?'
'Ken je Bert van Daalwijk nog? Die woonde op de Prinsengracht, en hij woont daar nog steeds. Daar heb ik nou iets mee... iets kleins.'
De honden namen afscheid van elkaar. 'Ik snap hem tenminste,' zei ze.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden