Column

'Ik wil in een vuilniszak langs de weg worden gezet,' zei hij eens

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Ik zat in de tram en keek uit het raam. Opeens zag ik hem.

Ik tikte tegen de ruit. Iedereen in de tram staarde geïrriteerd naar mij, maar hij hoorde me niet. Ik bonkte harder. Toen zag hij mij en lachte. Van zijn rechterhand spreidde hij zijn duim en pink om een ouderwetse telefoonhoorn te suggereren en hij murmelde zowaar iets tegen zijn pink.

Ik knikte en mijn tram reed van hem weg.

Dat was de laatste keer dat ik hem zag.

Een dag later was hij namelijk zomaar dood.

Vandaag wordt hij begraven, maar ik ga niet. Ik kan niet en hij wilde het niet. De familie doet onderling iets en dat is het.

"Ik wil het liefst in een vuilniszak langs de kant van de weg worden gezet," zei hij eens.

"Je bent geen vuilnis."

"Wat ben ik dan als ik dood ben?"

Ik wist zo gauw het antwoord niet.

Het was alweer een jaar geleden dat we zo over de dood hadden gesproken, namelijk bij de katholieke begrafenis van een gezamenlijke vriend in de Jacob Obrechtkerk.

Het gekke was dat hoewel hij in een vuilniszak langs de kant van de weg gezet wilde worden, hij toen tevens overwoog katholiek te worden, terwijl hij niet in God geloofde.

Ik begreep dat allemaal niet, maar hij zou het mij eens uitleggen.

Dat kan nu dus niet meer.

Hij tekende toen, we stonden op straat, in de lucht met twee handen een driehoek en zei: "God is een symbool en een metafoor. Symbolen verwijzen naar de werkelijkheid en een metafoor vergelijkt het een met het ander."

"Hou maar op, ik begrijp het toch niet," zei ik.

"Ik snap het zelf eigenlijk ook niet," zei hij toen.

Ik bracht hem naar lijn 16,­ zodat we nog even door de buurt liepen waar we beiden waren opgegroeid.

Zijn vader, wist ik, had in Duitsland in een kamp gezeten en zijn moeder had op ­onze lagere school eens over haar onderduik verteld in de Van Eeghenstraat. Hoe de Duitsers in het huis kwamen en haar vader toen in slaap viel.

Maar over de oorlog spraken we niet meer.

"Waarom wil je zo officieel ­katholiek worden?" vroeg ik.

"Het katholicisme is mooi en ik ben eenzaam."

Zijn 'eenzaam' slingerde zich om m'n keel.

Hij stapte in de tram en we zwaaiden naar elkaar.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden