Column

'Ik weet waarom Gerrit Kouwenaar een snor heeft. Hij heeft een dubbele bovenlip!'

Theodor Holman Beeld Het Parool
Theodor HolmanBeeld Het Parool

Ik staarde naar kantoorboekhandel Karel van der Schot, viswinkel Mooyer en bakker Carels. En daartussen had je, naast de Gall & Gall, een deur, waar elke dag een man met een grote snor naar buiten kwam.

'Oma, wie is die man?' vroeg ik.
'Dat weet ik niet, maar het is een dichter.'
Die dichter was Gerrit Kouwenaar.

Mijn ouders verhuisden naar de Willemsparkweg, vijftig meter verderop. Dus bleef ik bijna elke dag die dichter met de grote snor zien.

Op een dag kwam mijn moeder thuis van boodschappen doen. Ik was achttien. Ze had een buurvrouw gesproken en zei: 'Ik weet waarom Gerrit Kouwenaar een snor heeft. Hij heeft een dubbele bovenlip!'

Mijn ouders hadden een bundel van Kouwenaar. Ik pakte die uit de boekenkast, las hem en begreep er niets van. Waarom waren die onbegrijpelijke zinnen poëzie?

Ik studeerde Nederlands en hoorde dat Kouwenaar een groot dichter was, maar dat vond ik pas dertig jaar later.

Wanneer het begon, weet ik niet, maar Kouwenaar en ik begonnen elkaar te groeten als we elkaar op straat tegenkwamen. Of hij wist dat ik schreef, wist ik niet.

Op een dag kwam ik hem en Remco Campert tegen op Poetry
International.

'Dag buurman,' zei hij.
'Dag mijnheer Kouwenaar,' zei ik.

Ik verliet het ouderlijk huis, trouwde, werd vader en keerde terug naar de Willemsparkweg. Kouwenaar en ik groetten elkaar weer elke dag.

Ik scheidde en verhuisde met een nieuwe vriendin naar de Jordaan. Maar met die vriendin ging het uit en dus trok ik boven mijn moeder in en zag ik mijnheer Kouwenaar weer op straat lopen, voor wie ik inmiddels mateloos veel respect had.

Ik zag hem ouder worden. Soms stonden we samen bij de bakker. Nooit heb ik hem aangesproken.

Een paar jaar geleden zat ik op het terras van café Gruter te drinken. In het huis (tegenover het café) van mijnheer Kouwenaar zag ik de ene grote Nederlandse dichter na de andere binnengaan. Dat was in 2009. Mijnheer Kouwenaar had de belangrijke Prijs voor Meesterschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde gekregen.

Een dag later zag ik hem op straat en groette en feliciteerde ik hem. Dat was de laatste keer dat ik hem zag.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden