PlusColumn

Ik weet iets over deze foto: zij waren 'fout' in de oorlog

Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Ik zit met een foto van mijn ouders in mijn handen. Hij is gemaakt in december 1952. Ze zitten naast elkaar bij een diner van vrienden van mijn groot­ouders. Mijn moeder was zwanger van mij. Mijn vader was werkloos en studeerde. Ze waren net teruggekeerd uit Indië.

Het is een voor mij intrigerende foto. Ze lachen onnatuurlijk naar de fotograaf. Het is eigenlijk geen lach. Het is een grimas uit beleefdheid. De Tweede Wereldoorlog en het verlies van Indië zitten nog in hun lichaam; ze zien er uit als twee stokbroden die op een stoel zijn gezet. Ik weet iets over deze foto.

Mijn vader wilde niet bij dit verjaardagsdiner aanwezig zijn. Er zouden mensen aanwezig zijn - de ouders van de vrouw die met haar man het diner gaf - die 'fout' waren geweest in de oorlog. Daarover moest gezwegen worden. Op de een of andere manier waren ze aan hun straf ontsnapt.

Ik kan ze op de foto zien. Die mensen hebben het gezellig. Ze proosten naar de fotograaf. Net als mijn grootouders. Mijn ouders hebben, als enige, hun kristallen glas niet geheven.

Mijn grootvader had tegen mijn vader gezegd: "Doe niet zo raar om niet mee te willen. Misschien heeft Johan wel een baan voor je."

Mijn grootvader van moeders zijde betaalde voor de studie van mijn vader. Mijn vader is overstag gegaan.

"Het was een vreselijk diner," zei mijn vader, "Er werden toespraken gehouden, maar niemand had het over de zoon die, in tegenstelling tot zijn foute ouders, in het verzet had gezeten en was omgekomen.

Mijn vader herinnerde zich dat er aan tafel wel gesproken werd over een kunsthart dat bij iemand werd ingebracht die daarna nog een uur had geleefd. Iemand had gezegd: "Straks krijgt iedereen een kunsthart en krijgen we het eeuwige leven."

Mijn vader wilde, als bijdrage aan het tafelgesprek, de bekende uitspraak van Blaise Pascal citeren - 'Het hart heeft zijn redenen die de reden niet kent' - maar dat vond hij om de een of andere reden ongepast. Hij zweeg liever.

Na het diner - de mannen gingen naar de rookkamer en de vrouwen naar de achterkamer - kwam het tot een ontmoeting tussen mijn grootvader, mijn vader en Johan.

Mijn grootvader gaf hoog over mijn vader op. Maar mijn vader relativeerde, dankte mijn grootvader, maar weigerde werk te vragen aan de man die in de oorlog fout was geweest.

Ik stop de foto terug in het album.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden