Column

Ik was een 'Western woman trying too hard'

Eva HoekeBeeld Floris Lok

Omdat De Man en ik naar Teheran gingen voor een korte vakantie - altijd handig, een correspondent in de vriendenkring - toog ik naar de Javastraat voor een knappe outfit, want één ding had ik me na ons vorige bezoek aan de Iraanse hoofdstad voorgenomen, en dat is dat ik me nooit meer als een Oezbeekse aardappelraapster tussen de Kim Kardashians zou bewegen.

De Iraanse vrouw bleek voortdurend de grenzen van het toelaatbare op te zoeken en liet zich daarbij de kaas bepaald niet van het brood vreten, heel anders dan ik, vrouw in absurd grote blouse en sokken ín ballerina's. 'Western woman trying too hard', ik was het.

Op naar Boutique Asiya dus, waar ik werd geholpen door een jonge vrouw in een grijze chimaar, een kledingstuk dat iedereen het zicht ontnam op al die troeven waar ze later nog wel eens met weemoed aan terug zou denken. Het enige wat overbleef, waren twee grote, assertieve ogen in een zeer rond gezicht.

'Iran?' zei ze. 'Dat is pittig, hoor'.
'Weet ik,' zei ik. 'Maar ik wil er ook weer niet té kuis bij lopen, want dat doen die meiden daar ook niet.'
'Kom,' zei ze terwijl ze me meetrok naar een rek lange zwarte gewaden. Ze monsterde mijn maat, pakte een abaya met glitters en bracht me naar het pashok.

Eenmaal daar bleek de jurk met nog geen zestig paarden dicht te krijgen. Ik wees op het struikelblok. 'Ah,' giechelde ze toen ze het gordijn opentrok. 'Die memmen, hè? Had ik ook altijd. Ik pak een nieuwe voor je.'

Toen ze terugkwam, vertelde ze dat ze zich pas vanaf haar achttiende kuis was gaan kleden. 'Op een gegeven moment dacht ik: werken, trouwen, doodgaan - is dat alles? Toen ben ik me in Allah gaan verdiepen en viel het kwartje.'

Haar Marokkaanse ouders waren niet erg blij geweest met dat kwartje. 'Ze vinden dat het mijn leven belemmert. Maar ik denk juist: ik heb nog een mooi leven hierna. En, hoe zit ie?'

Ik bekeek mezelf in de spiegel, een bleek gezicht boven een zwart vlak. 'Ja, mooi,' zei ik, want afkleden deed het. 'Maar is het niet too much?' De vrouw schudde theatraal van nee. 'Nuh-uh, girl. In Marokko zijn ze veel vrijer en daar lopen ze ook in abaya. Dan kan het in Iran zeker.'

Ongetwijfeld, met dat verschil dat de meeste vrouwen ze daar niet droegen uit vrije wil. Ik zag de verbazing en spot al in hun ogen: als ik als westerse vrouw al zo in de pas liep, waar moesten zij de moed dan in hemelsnaam vandaan halen? En de vrome generatie hier zouden ze al helemaal niet begrijpen: niet moeten en toch doen, waarom zóu je?

Maar dat zei ik allemaal niet. In plaats daarvan ­rekende ik de abaya af en zei ik dat ik benieuwd was of ik het hele zaakje - abaya, hoofddoek, speldje, kapje - straks in mijn eentje goed aan zou krijgen. 'Tuurlijk,' zei de vrouw. 'Allah zal je helpen.'

Toen ik bij mijn fiets kwam had er een duif op mijn zadel gescheten, want zo was Onze-Lieve-Heer dan ook wel weer.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden