Column

Ik vraag me überhaupt af wat nuttig is

Roos Schlikker
Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren
Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

Het papieren dennenboompje aan de spiegel van de Uber verspreidt een zeurende zoete geur die ocean breeze heet. De chauffeur bekijkt me uitgebreid.

"Ik ken jou," bromt hij uiteindelijk.

"Ik heb u nooit gezien, hoor."

Hij kijkt nog eens. "Jawel. Ik ken jou."

"Eeeh, nou ja," mompel ik ongemakkelijk. "Ik schrijf stukjes. Is dat het misschien? In Het Parool?"

"Ken ik niet."

"O."

De wissers vegen piepend over de voorruit. Het is droog, maar ze stoppen niet. De man schraapt zijn keel. Ik verbeeld me dat de rochel stuitert tussen zijn amandelen. Dan stelt hij nog een vraag.

"Is dat nuttig?"

Allemachtig. Daar valt geen normaal antwoord op te geven. Zeg je 'Reuze,' dan loop je te snoeven, maar 'Neuh' roepen klinkt net zo goed koket.

Ik vraag me überhaupt af wat nuttig is. Ik bracht de afgelopen maanden noodgedwongen lethargisch door omdat mijn lijf even niet wilde. Het voelde belachelijk onnuttig, maar tegelijkertijd zijn er weinig periodes in mijn leven geweest waarin ik zo naar binnen kon keren. Het was denken, voelen en domweg zijn, strijdend tegen de verveling.

Als stuiterende twintiger verbleef ik een maand in Japan. Mijn gastfamilie nam mij geregeld mee naar een kamertje om een theeceremonie uit te voeren. Elke keer dacht ik dat ik krankzinnig werd. Het hete water. Het groene theepoeder. Het buigen. Het kopje van de buurman aannemen. Het boven het hoofd houden. Het van links bekijken. Van rechts bekijken. Het uiteindelijke slokje. Er kwam geen eind aan.

Tijdens mijn recente bankretraite las ik Het nieuwe succes (stomme titel, goed boek) van Arianna Huffington, oprichter van de Huffington Post. Ooit was zij zo overspannen dat ze achter haar bureau neerstortte, haar sleutelbeen brak en wakker werd in een bloedplas. In haar pleidooi voor rust ontdekte ik waarom mijn gastgezin zo langzaam thee dronk.

De ceremonie is een lofzang op wat in de Japanse esthetica vrij vertaald 'de essentiële ruimte' heet: nietsdoen tussen twee handelingen. Het is de pauze tussen je ademhalingen, de ruimte tussen muzieknoten, de bevriezing tussen danspassen. Niet de stilte voor, maar de stilte ín de storm.

Het idee ontroerde me, zeker toe ik las dat dit concept in het Japans Ma heet. Ook mijn Ma dwong me tot stilstand.

"Ruimte is tastbare materie," aldus grafisch ontwerper Alan Fletcher. Kunstenaar Giacometti creëerde zijn wereldberoemde uitgerekte menselijke staken 'door het vet van de ruimte te scheiden.'

Ruimte is essentieel, ik wou dat ik dat als twintigjarig ongeduld al had geweten. Dan had ik ook begrepen waarom ik later in mij leven zo vaak zou voelen dat ik lucht nodig had. Lucht om te bewegen. Om te dansen. En om stil te staan.

Ik wil het de brommerige Uberman allemaal uitleggen, maar we zijn net op de plaats van bestemming. Ik haal mijn schouders op. "Ach, wat is nuttig?"

"Als je Bassie en Adriaan was geweest, had ik je wel herkend."

"Die zijn ook reuzenuttig," grijns ik en gooi de deur dicht. De ocean breeze vlucht langzaam mijn neusgaten uit.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden