'Ik vraag me steeds vaker af wie er open zal doen'

AMSTERDAM - Een anderhalf jaar oude baby uit Bos en Lommer die zich verslikte in een pinda en de opstoot die dat gaf, is een voorlopige climax in de bedreiging van ambulancepersoneel. Agressief gedrag blijkt echter de dagelijkse praktijk voor de medewerkers van Verenigd Ziekenvervoer Amsterdam (VZA). Chauffeur Gerry (36) - liever geen achternaam, ' uit angst voor toekomstige situaties' - heeft bepaalde buurten die hij niet meer ingaat zonder dat de politie er vanaf weet. De Westelijke Tuinsteden, maar net zo goed de Concertgebouwbuurt. Gewoon, uit voorzorg. Vanwege het onveilige gevoel. ''Ik vraag me steeds vaker af wie er open zal doen. Laatst stond er een bewoner met een mes achter de voordeur. Er gebeurde niets, maar dan schrik je toch. ''

Natuurlijk weten hij en zijn collega, ambulanceverpleegkundige Thijs Gras (41), als geen ander dat ze op hun werkterrein tegen spanningen aanlopen. Maar dreigen met fysiek geweld behoorde tot voor kort tot een andere wereld.

De circa tweehonderd ambulanceverpleegkundigen en chauffers van VZA, die naast de ambulancedienst van de GG en GD jaarlijks 34.000 spoedeisende en bestelde ritten rijden, horen elke dag wel van een voorval waarbij agressie de boventoon voert. Dat kan variëren van ' opgewonden standjes' die het niet accepteren dat de huisarts wordt gebeld in plaats van dat ze naar het ziekenhuis worden gebracht, tot jongens die de ziekenwagen met stenen bekogelen omdat ze plotseling op de trambaan aan de kant moeten. En het kan veel erger. Gerry denkt nog regelmatig aan het incident waarbij een dronken jongen die onwel zou zijn geworden, hem en zijn collega aanzag voor politieagenten. ''Hij haalde eerst uit naar mij en ging toen m'n collega bijna te lijf. We zijn vechtend door het huis gegaan. '' Thijs Gras kreeg ooit een aluminium schrijfbord naar zijn hoofd geslingerd toen hij in de ziekenwagen iets wilde opschrijven over een meisje dat net was aangereden. ''Haar vriend vloekte en tierde. Ik vond het heel beangstigend. ''

Thijs Gras en Gerry ervaren het gedrag van voornamelijk familie en omstanders als ' steeds claimeriger'. ''Mensen zijn niet meer blij dat je er bent, maar ze eisen. Ze bellen soms voor sneetjes waar twee druppels bloed uitkomen, en nemen er geen genoegen mee als wij zeggen dat ze naar de huisarts moeten. Ze zien de ziekenauto als taxi, '' aldus Gras, negen jaar in dienst bij VZA.

''Als je het probeert uit te leggen, lopen de spanningen soms hoog op, '' vertelt Gerry, die dertien jaar bij VZA werkt. ''Dan krijgen we te horen: doe maar wat we zeggen, want we betalen ervoor. '' Om de situatie niet uit de hand te laten lopen, worden de ritten dan toch maar gereden, geeft hij toe. ''Je neemt ze mee om er vanaf te zijn. ''

Wat ze stoort, is dat voor buitenstaanders niet meer vanzelfsprekend is dat het ambulancepersoneel zijn uiterste best doet. Het verdrietige incident in Bos en Lommer heeft dat nog maar eens bevestigd. Thijs Gras: ''Als ambulance zijn we altijd te laat, tenzij we zelf iemand aanrijden. We verliezen altijd tijd. Maar we werken naar beste kunnen. Aan dat respect, dat er altijd was, wordt nu geknaagd. (MIJNTJE KLIPP)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden