'Ik vond het eng om God te zijn'

'Ik vind dat vrouwen geregeld onzin uitslaan. Ik weiger dat te slikken.' Foto Jan van Breda

60 minuten: Hafid Bouazza
Elke maand ontvangt Frénk van der Linden in het Parooltheater, naar beproefd televisierecept, een verrassingsgast. Een kennismaking in zestig minuten.

Hij heeft de laatste jaren 'intensief geflirt met de dood'. Schrijver Hafid Bouazza over leven zonder Allah, over de leugen die liefde heet en over zijn verlangen naar rust. ' Als ik niet meer bijkom, is het ook prima.'

'Godverdomme, vuile psychiater, ik sla je in elkaar. '' Even vrolijk als vilein hamert Hafid Bouazza met zijn vuist op tafel. De recorder kan uit, gebaart hij: ''Geen wóórd meer.''

Een uur geleden trad de schrijver frisgewassen binnen. Vannacht rond vieren had hij pas het matras geraakt. ''Boekenbal hè, alles voor de kunst. '' Maar halverwege de ochtend straalde hij alweer - alles onder controle.

Wanneer heb jij je echt God gevoeld?

''O, altijd. Tijdens het schrijven dan. Je manipuleert situaties en mensen, je bent de schepper. Maar ik heb ook tijdens het gebruik van roesmiddelen het gevoel gehad dat ik letterlijk boven mezelf uitsteeg. Vooral door de combinatie van lsd en paddenstoelen. Ik vond het eerlijk gezegd best eng om God te zijn, want het paradoxale was dat ik me almachtig waande en tegelijkertijd besefte dat ik mezelf niet meer in de hand had.''

Ben je in het dagelijks leven ook wel eens God geweest?


''In 2003 voelde ik me totaal aanbeden door een vrouw - laat ik haar Naima noemen - op wie ik zelf ook verliefd was. Samen met die nieuwe vriendin zat ik in een huis op de top van een Portugese berg. Ik werkte aan mijn roman Paravion. Het schrijven, de zon, de sensualiteit, de zee... Het was orgastisch. Ik realiseer me nu dat je, om je God te kunnen voelen, een ander nodig hebt.''

Wat zag Naima in jou?

''Het kan mijn eigen vertroebelde blik zijn geweest, maar als ze naar me keek, zag ik honderden zonnen in haar ogen. Meer kan ik er niet over zeggen. Andersom noemde ik haar ' mijn gouden godin'. Terwijl ze niet eens blond was. We waren heilig voor elkaar. Als iemand verliefd op je is, kun je niets fout doen. Voor Naima was ik de perfectie zelve.''

Wat een leugen.

''Daar kom je heel snel achter, ja. Ik weet nu dat ik in die tijd ontzettend veel verkeerd heb gedaan. Wat ik toen beschouwde als onvoorwaardelijke liefde van haar kant, was in feite een belachelijke mate van zichzelf wegcijferen. Ik liet me dat allemaal aanleunen. Sterker, waarschijnlijk riep ik dat zelfs op. Ik was zo dominant dat Naima zich niet durfde te uiten. Ze waagde het ook niet kritiek op mij te leveren. En ik maar denken dat we over en weer totaal open waren. Ik was bedwelmd; het moest wel misgaan.''

Hoe kon je zo stom zijn?

''Dat vraag ik me ook af. Maar hoe kon zij óók zo stom zijn? Als je verliefd bent, is er geen bos meer waarin je je kunt verbergen. Dan ben je in het open veld, dan sta je in alle opzichten naakt tegenover elkaar. Toch is Naima erin geslaagd haar angst voor me aan mijn oog te onttrekken.''

Ik heb zelf één keer zo'n verzengende verliefdheid meegemaakt. Nu denk ik: die totale versmelting had een grote schoonheid, maar het was ook een narcistische samenzwering.

''Ik kan met mijn hand op mijn hart zeggen dat ik van Naima hield. Al is het je op zo'n moment ook enorm te doen om je eigen geluk, je geilheid, je geborgenheid. Dat kan ik niet ontkennen.''

In de romantiek zit een keiharde economie verborgen: ik aanbid jou, jij aanbidt mij, beiden worden we er beter van.

''Ha, hoor hier de Hollander spreken! Ik benader het mediterraner, ik noem het gewoon wederzijds gevlei.''

Naast Bouazza is er nog een andere god: Allah. Wanneer heb je die dichtbij gevoeld?

''Nooit. En ik heb mijn best gedaan: rond mijn elfde ging ik bij ons thuis in Arkel intensief bidden, de Koran lezen, noem maar op. Ik dacht dat God een vorm van extase was. Mohammed had via de engel Gabriël woorden aangereikt gekregen en was daardoor in een soort epileptische shock geraakt. Zoiets heftigs wilde ik ook. Mijn moeder waarschuwde me: ' Lieve jongen, begin jij daar maar niet aan, want na verloop van tijd zul je toch stoppen.' Ze had een profetische blik. Maar mijn vader leerde me toch bidden: ' Allahoe akbar' roepen, voorover buigen, bukken, prosterneren...''

Wat?

''Prosterneren is je voorhoofd tegen de grond drukken tijdens het knielen. Als je dat heel vaak doet, krijg je een vrome vlek boven je wenkbrauwen. Weet je trouwens dat je zo'n ding in Marokkaanse achterafstraatjes kunstmatig kunt laten aanbrengen? Scheelt duizenden uren bidden. Maar de vlek van mijn vader was echt. Hij bad ontzettend veel, vooral vanaf het moment dat zijn Nederlandse baas hem ontsloeg, midden in de crisis van begin jaren tachtig. Het is nooit over de lippen van mijn vader gekomen, maar dat moet hem ongelofelijk veel pijn hebben gedaan. Hoe ouder hij werd, hoe islamitischer. Mijn moeder zei later dat hij zich al aan het begraven was - in de Koran.''
''Bij mij kwam er nooit een religieuze doorbraak. Als pubertje las ik soefische teksten, over de vermenging en verstrengeling van God en mensen. Ik studéérde. Ik was een godsdienstige nerd. Helaas: God daalde niet af naar de jongenskamer waar ik tussen de Eppo-posters op mijn bidmatje zat. Op den duur was ik alleen maar bezig met het opvolgen van regels. ' Maleisië is een islamitisch land,' zei iemand eens. ' Je mag dit niet doen en je mag dat niet doen.' Beter kun je de islam niet definiëren. Als ik masturbeerde, voelde ik me heel erg schuldig, want in de Hadith staat: ' Degene die zijn hand huwt, zal nooit het paradijs betreden'. Als ik een windje liet, moest ik me wassen. Enzovoorts. Allemaal gedoe, dat ik dan ook steeds sneller afhandelde. ' Je bid als een kat,' zei mijn vader. Dat klopte. Links likken, rechts likken, klaar.''

Was je teleurgesteld in Allah?

''Welnee, ik concludeerde gewoon dat hij niet bestond. Waarom verdient Mohammed het voorrecht van contact met God en ik niet? Kom op, zeg. Een beetje god wil alle schepselen nabij zijn en niet alleen verkeren met een paar saaie uitverkorenen.''
''Voor mezelf was het niet pijnlijk om de islam af te vallen; het was pijnlijk voor mijn ouders. En ouders zijn goed zijn in emotionele chantage. Mijn vader toonde zich diep teleurgesteld dat ik de moskee meed; hij wenste me niet meer te zien. De band werd pas hersteld nadat ik naar Amsterdam was vertrokken om Arabisch te studeren. Op een heel symbolische manier: hij kwam geregeld naar me toe om te vragen wat een bepaald vers in de Koran betekende. We deelden het lezen. Wat mijn vader ooit aan magie had gevonden in het ene woord, koesterde ik intussen in het andere: dat van de literatuur.''

Leven zonder godsdienst is te doen. Leven zonder morele maatstaf valt niet mee. Wat is die van jou nu?

''De mens zelf. Ons bewustzijn is de kroon van de schepping.''

Met de mens als maatstaf kun je veel kanten op: van beminnen tot moorden.

''Ik geloof in liefde. Al worstel ik met de vraag of het misschien angst is die ten grondslag ligt aan de liefde, angst voor de eenzaamheid. ' Ik ben tot de overtuiging gekomen dat eenzaamheid de essentie is van ieder mens,' heeft Tom Wolfe gezegd. Terecht, denk ik. Liefde is een zoektocht naar symbiose, naar de opheffing van het alleen zijn. Die pleister, daar ga ik voor.''

J.L. Heldring, de oude en wijze commentator van NRC Handelsblad, schreef eens dat hij een seculiere christen is. Hij mag dan niet godsdienstig zijn, in de praktijk houdt hij zich grofweg aan de tien geboden. Jij ook?

''Ik denk dat die voorschriften al vóór de monotheïstische godsdiensten - jodendom, christendom, islam - in ons leefden. Geen Griek of Egyptenaar zal een paar duizend jaar terug hebben gedacht: laat ik nou eens heerlijk aan het doden slaan, laat ik nou eens lekker gaan stelen, laat ik er nou eens fijn met de vrouw van een ander vandoor gaan. Zulke dingen voelen niet tof. Nu niet, toen niet. Dat ligt waarschijnlijk evolutionair in ons verankerd. Om te overleven hebben we elkaar nodig.''

Sommige sociobiologen beweren dat altruïsme het sleutelgegeven is voor de overleving van de soort. Goede daden zouden in wezen worden verricht uit welbegrepen eigenbelang: anders sterven we uit.

''Ik weet wel zeker dat het zo zit. Niemand doet iets voor niks. Dat is ook wat menigeen ten diepste aantrekt in het schrijverschap: aan de ene kant communiceer je met mensen - je maakt dat boek voor lezers - aan de andere kant sluit je je af, heb je al schrijvend met niemand wat te maken. Daarmee worden twee van de grootste menselijke verlangens verzoend.''

Op welk moment in je leven heb je het meest in tegenspraak met je eigen ethische maatstaven gehandeld?

''Dat wil ik niet met het grote publiek delen.''

Je hoeft geen namen en rugnummers te noemen.

Schuift heen en weer op zijn stoel. ''Het is niet leuk om toe te geven, maar ik denk natuurlijk aan bedrog, aan vreemdgaan.''

Volgens mij dacht je aan iets ernstigers.

''Eh, ja. Maar ik kan er niets over vertellen zonder in details te treden.''

Heb je iemand fysiek geweld aangedaan?

''Ja. Punt. My lips are sealed.''

Je zei net met zoveel woorden dat je de liefde beschouwt als je leidend beginsel. Hoe goed of slecht heb je het op dat vlak gedaan na je ervaringen in Portugal?

''Wat de liefde betreft, ben ik een koppige leerling. Veel lezeressen zeggen dat ik me heel goed in vrouwen kan inleven, maar tijdens het schrijven gaat dat me makkelijker af dan in het werkelijke leven. Ik ben niet erg toegeeflijk in relaties. Integendeel. Ik kan betoverd worden door vrouwen, maar ik word niet betoverd door hun onzin. En ik vind dat vrouwen geregeld onzin uitslaan. Ik weiger dat te slikken, al leef ik op tien, twintig, of dertig roze wolken. Kijk, ik ga graag op mijn knieën voor een geliefde, maar als ze iets onlogisch zegt, sta ik op en zeg ik: hé, wacht, dat klopt niet! De meeste vrouwen zijn daar niet in geïnteresseerd. Net zoals ze niet geïnteresseerd zijn in oplossingen voor problemen. Zij vinden het leuker om over die problemen te blijven praten, omdat ze op die manier een band met de andere persoon smeden.''
Abrupt: ''Overigens begrijp ik niet dat een vrouw van mij kan houden.''

Wat zou jou dan niet de moeite waard maken?

''Dat heb ik nooit onder woorden kunnen brengen.''

Probeer het eens.

''Ik denk dat ik iemand ben die met zichzelf in strijd is. Wat is daar nou aantrekkelijk aan? Ik zou het geen moment met zo'n persoon uithouden. Als je onvrede in je draagt, geef je heel makkelijk af op een ander. Ik stel vrouwen continu op de proef. Dat doe ik nooit bewust, maar achteraf denk ik vaak: Hafid, je hebt jezelf weer eens onmogelijk gemaakt.''

Toch ga je banden aan. Je hebt kinderen...

''...van twee moeders. Zino, mijn oudste zoon, is elf. Pharis, die uit de relatie met Naima komt, wordt in mei vijf.''

Hoe was de liefde met de moeder van je eerste kind?

''Dat was geen liefde. Het spijt me, maar als ik een definitie van de hel moet geven, zeg ik: dát was mijn hel. Wij hielden elkaar in een greep, en die greep was geen liefde maar bezitsdrang. Jaloezie, ruzie, drugs - zo'n tijd was het. Een nachtmerrie. Jammer voor mijn zoon dit te moeten horen, maar het klopte gewoon niet.''

Waarom hebben jullie dan een kind gemaakt?

''Als een vrouw een kind wil, kríjgt ze een kind. Of jij het wilt of niet. Geloof me maar, jongen. Ik heb er geen spijt van, maar ik was 26, veel te jong. Ik denk dat een kind voor haar ook een manier was om mij aan zich te binden.''

Wat voor werk deed ze?

''Ze was fotomodel. Mijn carrière - als je het een carrière mag noemen - begon net een beetje op gang te komen, terwijl zij in haar business al bejaard was. Ik kreeg geen adem in onze verhouding, er was geen moment dat ik alleen kon zijn. Wurgend.''

Eerst die hel, vervolgens de hemel met Naima, een hemel waarin je uiteindelijk net zomin geluk vond. Welke lessen heb je geleerd?

''Wist ik het maar. Ik moet dingen laten bezinken. Ik heb behoefte aan een time-out.''

Wat is het verband tussen je amoureuze mislukkingen en je boeken?

''Ik heb de literatuur nooit beschouwd als therapie voor mijn leven, maar wat me fascineert is de intrinsieke onmogelijkheid van communicatie tussen man en vrouw. In mijn nieuwe roman, Spotvogel, wordt de communicatie in een liefde extra bemoeilijkt door de buitenwereld. Er is een man die wil huwen, maar de vader van de vrouw staat dat niet toe. Ze hebben geheime ontmoetingen in de moskee en schrijven elkaar liefdesbrieven. Gefnuikt verkeer tussen mensen, dat intrigeert me.''

Wie over geloof en liefde spreekt, kan de dood niet weglaten. Wat voor plaats heeft die in je bestaan?

''Ik houd erg veel van het leven, maar die liefde is niet onvoorwaardelijk. Ik heb de afgelopen jaren intensief geflirt met de dood. In 2007 kwam ik in een depressie terecht; toen kreeg ik voor het eerst suïcidale neigingen. Ik zat in Zuid-Spanje, en in die idyllische omgeving beleefde ik wéér een wrange teleurstelling met een vrouw. Op een gegeven moment ging ze weg. Het schrijven lukte ook niet meer. Op dat moment vond ik de afgronden van de Sierra Nevada ontzettend aantrekkelijk.''
''Later dat jaar nam ik een groot brok opium en een fles absint. Zo van: misschien word ik wel wakker, misschien word ik niet wakker, ik zie wel wat er gebeurt. Dat had ik eerder gehad, toen ik zo veel coke had gebruikt dat ik mijn hart op een dag bijna uit mijn borstkas voelde springen; dat ik het gevoel kreeg: dit is het, ik ga eraan. Ik doe nooit echte zelfmoordpogingen, ik denk meer: als ik niet meer bijkom, is het óók prima. Ik wil gewoon rust aan mijn kop.''

En je kinderen dan?

''Eén van de redenen dat ik niet in zo'n afgrond ben gesprongen, was mijn liefde voor hen. Wat dacht je! Bovendien was ik doordrongen van het besef: straks overleef ik het, en dan sta ik te boek als aandachtstrekker.''

Kun je inmiddels benoemen wat de kern is van jouw voortdurende worsteling met het leven?

''Dat weet ik wel, maar ik bewaak de privacy van mijn hart.''

Als artsen weten wat de oorzaak van een kwaal is, kunnen ze meestal voor genezing zorgen. Als jij begrijpt wat er mis is met je, zou het mogelijk moeten zijn je te ontdoen van je shit.

''Dat klopt. Ik werk nu aan de oplossing. Ik ben onder behandeling van een verslavingsarts en daarnaast voer ik therapeutische gesprekken. Terwijl ik altijd zei: dat nooit. Ik was ervan overtuigd dat mijn getergdheid de bron was van mijn literaire inspiratie. Eigenlijk vreesde ik dat er een eind zou komen aan mijn creativiteit als ik het innerlijke gevecht zou weten te stoppen. Een ontzettend naïeve gedachte, vind ik nu. Ruim een jaar geleden zei ik tegen mezelf: Hafid, jij móet hulp zoeken.''
''Mijn therapeut kreeg het dossier van de verslavingsarts. Aanvankelijk was de veronderstelling dat ik een borderlinesyndroom had. Na een paar gesprekken en een persoonlijkheidstest zei de therapeut: ' Jij bent helemaal niet te classificeren.' Dat vrolijkte me meteen op. Ik ben nu gewoon Hafid Bouazza, patiënt met een geheel eigen type problematiek.''

Maar wat is het hart van de diagnose?


''Mijn therapeut denkt dat ik een overgevoelige thalamus heb. Dat is de hersenkern waar de indrukken die via je zintuigen binnenkomen, normaal gesproken worden gefilterd. Als het centrum van je brein die functie onvoldoende vervult, vliegt er van alles op je af.''

Daardoor ben je het ene moment extreem euforisch en het andere moment dodelijk somber?

''Precies. Ik slik nu Seroquel. Dat zijn anti-manische pillen. Er komt een nieuw boek aan, het zal wel een gekkenhuis worden, zei ik tegen de arts. ' Dan zou ik dit zeker nemen,' was zijn antwoord. Ik ben er heel erg blij mee.''

Die overdreven grote sensitiviteit is literair gezien je beste vriend, en...

''...privé mijn ergste vijand, ja. Door dat medicijn zijn die twee nu min of meer in evenwicht. Neem vandaag. Het is nu een uur of elf, ik heb deze afspraak met jou. Straks moet ik in Breda zijn, en daarna ga ik naar Antwerpen. Dat kan ik nu aan. Vroeger werd ik wakker en dacht ik: o God, o Jezus, er gaapt weer een dag voor me. Nu redeneer ik: ha, weer een dag die ik met allerlei dingen kan vullen.''

Terwijl je dit zegt, ruik ik alcohol.

''Dat is van gisteren. Ik heb hooguit een paar uur geslapen. Vandaag heb ik nog niet gedronken.''

Stel dat je arts hier zat. Wat zou hij zeggen?

''Heel simpel: doe vandaag maar rustig aan.''

Kom jij ooit helemaal uit het moeras?

''Het gaat me lukken. '' Hij verheft zijn stem. ''Het gaat me ab-so-luut lukken. '' -

(TEKST FRÉNK VAN DER LINDEN, FOTO'S JAN VAN BREDA)

Oorspronkelijke publicatiedatum: 21-03-2009

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden