Plus PS

'Ik vind er niets aan het in mijn eentje goed te hebben'

Gerdi Verbeet (66), oud-Kamervoorzitter, wil per se een bed in Amsterdam hebben, maar vindt zichzelf te oud om er burgemeester te worden. De voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei breekt een lans voor solidariteit: 'Wij Amsterdammers moeten weer meer elkaars samaritaan zijn.'

Oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet Beeld Oof Verschuren

In het appartement van Gerdi Verbeet staat een leeg hondenhok. Dwergteckel Tipper is in Garderen bij haar echtgenoot Wim Meijer, voormalig PvdA-kamerlid, oud-staatssecretaris en oud-commissaris van de Koningin in Drenthe. Verbeet trouwde met hem in 2010. Het is haar derde huwelijk.

"Ik was pas twintig toen ik voor het eerst trouwde. Zo jong dat ik toestemming moest vragen aan mijn ouders, kun je nagaan. We zijn gescheiden toen onze twee zoons nog op de basisschool zaten. Mijn tweede man en ik gingen uit elkaar toen ik al in de politiek zat, jaren later. Nu ben ik toch weer getrouwd, ja. Heerlijk vind ik het. Mijn broer Martin (stadsdeelvoorzitter van Oost-Watergraafsmeer, red.) heeft ons in de echt verbonden. Bijzonder leuk was dat."

De naam van meneer Meijer staat niet op uw voordeurplaatje.
"Nee. De wet schrijft niet meer voor dat je per se in één huis moet wonen als je getrouwd bent. Wim is van het platteland. Maar ik ben een echte Amsterdammer. Ik moet er niet aan denken geen bed in de stad te hebben. Mijn kinderen en kleinkinderen wonen ook hier, mijn moeder tot voor kort. Daarom hebben Wim en ik twee plekken om samen te wonen. Een luxe oplossing, dat realiseer ik me zeer."

Houdt u wel van de natuur?
"Enorm. Ik ben daar ook vaak, hoor. We wandelen wat af."

Terwijl ze koffie zet en praat over de hond en het genot van de Veluwe begint ze de afwasmachine uit te ruimen. Midden in een zin blijft ze staan, met drie op elkaar gestapelde schaaltjes in haar hand. "Waarom ik dit nu doe?" Ze zet de schaal­tjes weg en begint in een bakje op het aanrecht te zoeken naar een zilveren theelepel geornamenteerd met de letter E. "Ik heb zeker een E. Zie je, hier. Sierlijke lepeltjes, hè? Ik heb ze van mijn grootmoeder georven, zoals dat heet op zijn Amsterdams."

Ze wijst naar een open inbouwkast met andere dierbare spullen. "Dit is mijn museum. Mijn grootmoeders kookboeken van de Amsterdamse huishoudschool. Een servies uit China, door mijn oudoom Piet meegenomen. Bestek, dat mijn vader in Indië heeft gekocht. Hij was daar voor de politionele acties. Een piepklein vaasje, als herinnering aan mijn kleuterschool, het Meerkoetje."

"Dit is ook zo leuk: oma's diploma naaivaardigheid van de snijcursus voor kleermakers en naaisters, afdeling dameskleding, behaald in 1920, mijn vader was toen vier. Ik kom van twee kanten uit een geslacht van ambitieuze vrouwen. Mijn oma van vaderskant stopte met haar werk als dienstmeisje toen ze met mijn opa trouwde. Hij was fijne instrumentenmaker. Voor hen was het echt een verworvenheid dat mijn oma niet hoefde te werken."

Terwijl ze dat misschien best had gewild.
"Niet buitenshuis werken, maar ze wilde graag nuttig zijn. Ze had alleen maar lagere school, maar ik heb zelden een wijzere vrouw ontmoet. Als ik geen betaalde baan kan hebben, ga ik wel goede kleding maken, zal ze gedacht hebben. Geen half werk."

"Dat pakte niet alleen positief uit, hoor. Ze breidde ook fanatiek keiharde katoenen onderbroeken voor ons. Dat heb ik gehaat. Als je ze uittrok, had je van die ribbels op je billen, weet je wel. En bij het omkleden voor de gymnastiekles schaamde ik me zo."

"Martin, die vijftien maanden ouder is, hoefde vanaf zijn zesde geen onderbroeken van oma meer aan, want een jongen en had dus recht op een gulp. Verschoof er een hele stapel van zijn plank naar de mijne. God, wat baalde ik daarvan. Ik zei er niets van, terwijl dat best kon; mijn moeder begreep veel."

"Ik stond een keer met haar bij Grol, waar ze haar eigen ondergoed kocht. Op de toonbank stond een etalagepop van een kind in een stippeltjesonderbroek met bijpassend hemdje. Zo mooi. Toen ik dat zei, antwoordde mijn moeder: 'Kind, wil je dat graag? Nou, dan kopen we het toch.' Had ik het maar eerder gevraagd."

Was u zo'n bedeesd kind?
"Het kwam geregeld voor dat ik vanuit bescheidenheid mijn mond niet open deed. Mijn ouders zaten allebei in het onderwijs. Tot eind jaren zestig de inkomens omhoog gingen, moesten ze elk dubbeltje omdraaien. Als ik dan toevallig hoorde dat het een dure maand was geweest, durfde ik om niets meer te vragen, ook niet om een jurk voor het jaarlijkse schoolfeest die ik dolgraag wilde."

Een verantwoordelijk meisje.
"Heel verantwoordelijk. Een beetje tobberig. Of nou, dat ook weer niet."

Nee, u lijkt me zo vrolijk juist.
"Ja, dat ben ik, altijd geweest. Maar als kind was dat ook wel een rol waarvan ik me behoorlijk bewust was; Gerdi het zonnetje in huis."

Heeft u zich nooit afgezet?
"Mijn ouders waren buitengewoon redelijke en verstandige mensen, er viel niet zoveel af te zetten. Alleen mijn vaders betrokkenheid bij de politionele acties in Indië, dat was wel iets. Hij ging niet vrijwillig, maar desondanks vonden Martin en ik dat hij had moeten weigeren. Dat lieten we wel merken. Vooral non-verbaal, want mijn vader sprak er nooit over."

Hoe denkt u er nu over?
"Met de jaren heb ik meer begrip gekregen voor mijn vaders context. Hij had in Indië een administratieve functie en heeft nooit een wapen gedragen. Dat had ook niet bij hem gepast want hij kon nog geen vlieg dooddrukken. Voor de oorlog liep hij met een gebroken geweertje."

'We moeten de oorlog blijven herdenken met als uitgangspunt: respect voor de doden, respect voor hen die vochten voor onze vrijheden, nooit meer Holocaust' Beeld Oof Verschuren

"Daar had hij achteraf wel spijt van trouwens. Van het antimilitarisme kwam hij terug omdat hij vond dat Nederland slecht was voorbereid op de oorlog met Duitsland. Ik ben inmiddels ook erg van de vrijheid-is-niet-gratis-beweging. Een goed georganiseerde krijgsmacht is nodig om te beschermen wat wij in Nederland tot stand hebben gebracht; onze democratie, de grondrechten, sociale voorzieningen."

Vandaar uw voorzitterschap van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, uw betrokkenheid bij de herdenking van de Februaristaking?
"Ook, ja. We moeten de oorlog blijven herdenken met als uitgangspunt: respect voor de doden, respect voor hen die vochten voor onze vrijheden, nooit meer Holocaust. Daarop moeten we hameren, altijd. En met precisie. In het televisieverslag van de herdenking van de bevrijding van Auschwitz, de laatste zondag van januari in het Wertheimpark, sprak de journalist over 'miljoenen Joden' die zijn vermoord."

"Nee, meer dan zes miljoen Joden, Roma en Sinti. In een tijd van Holocaustontkenning moet je die getallen precies blijven noemen. Niet dat vage. De Februaristaking was het enige grote protest tegen de Jodenvervolging in heel Europa. Je kunt jongeren en nieuwkomers niet vaak genoeg confronteren met dat verleden, om aan te tonen hoe fragiel de rechtstaat en de democratie is."

Ik denk dat de gemiddelde Amsterdamse scholier niet weet wat de Februaristaking is.
"Nee, dat denk ik ook, en dat moet veranderen. We hebben dit jaar verzet gekozen als thema, vanuit de vraag: wat zou jij doen? Waar ik kan, grijp ik de kans te om het over die fragiliteit te hebben. Laatst mocht ik de preek van de leek houden in de doopsgezinde Singelkerk. Dat was fantastisch."

"Ik heb altijd een fascinatie gehad voor de kerk. Als kind ging ik af en toe met onze benedenburen mee naar de dienst in de Pniëlkerk op de Bos en Lommerweg. Daar genoot ik enorm van. Zo'n dominee die ook de volwassenen streng toesprak, dat vond ik geestig."

"Mijn ouders lieten me mijn gang gaan, hoewel zij buitenkerkelijk waren. Mijn vader was agnost. Mijn moeder was wel religieus, maar had zich als achttienjarige laten uitschrijven omdat de hiërarchie en de zelfverrijking van de katholieke kerk haar tegenstonden."

"Het gemeenschapsgevoel van een kerkgemeente daarentegen is ze altijd blijven missen. Dat is ook wat mij erin aantrekt; een groep mensen die op zondagmiddag de rust neemt naar een stevig verhaal te luisteren om er daarna over te praten. Ik realiseer me dat het, zeker vroeger, ook iets bedillerigs had, maar die betrokkenheid vind ik bijzonder mooi."

Welk verhaal vertelde u in uw lekenpreek?
"De barmhartige samaritaan, vanuit mijn zorg dat de verbinding tussen Amsterdammers afneemt. Ik vind de stad erg gesegregeerd geraakt. Solidariteit beperkt zich vooral tot kleine kringen van mensen die op elkaar lijken. Wij Amsterdammers zouden weer meer elkaars samaritaan moeten zijn. Verre reizen maken om iets mee te krijgen van de cultuur van een Afrikaans of Zuid-Amerikaans volk is doodgewoon geworden, maar ik denk: ga nou eens op safari in je eigen stad."

Doet u dat?
"Onvoldoende, maar ik probeer het wel. Nu heb ik het geluk dat ik veel word aangesproken door onbekenden, ook door Nederlanders met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse achtergrond. Jongens op straat die zeggen: 'Hé mevrouw, u was toch vroeger van de politiek? Welke partij dan?' Als ik dan PvdA zeg, willen ze vaak weten waarom. Nou, omdat ik er niets aan vind het in mijn eentje goed te hebben, is dan altijd mijn antwoord."

Is de PvdA nog steeds van harte uw club?
"Zeker. Net als Ajax. Ik ben heel trouw. Ik ga ook al 35 jaar naar dezelfde kapper."

Een man of een vrouw?
"Een vrouw, Ineke. Ik heb altijd een bob. Of het nu in de mode is of niet. Maar goed, solidariteit. Dat is het belangrijkste dat ik van huis uit heb meegekregen. Wij zijn binnen de familie heel zorgzaam. We houden elkaars kinderen in de gaten, springen bij als het nodig is. Dat wil ik in het groot uitgebreid zien naar anderen, om de segregatie in Amsterdam te bestrijden, maar zolang scholen voornamelijk wit of zwart zijn, zal dat lastig blijven."

Jeugdfoto Gerdi Verbeet Beeld Privé

"De stad verrast me overigens ook vaak genoeg op een goede manier, hoor. Mijn kleinzoon van elf zit bijvoorbeeld op dansschool BeatZone. Laatst voerden ze een musical op. Ademloos heb ik zitten kijken hoe kleine Amsterdammers van alle kleuren boven zichzelf uitstegen, samen. Heel ontroerend."

"Daarom vind ik het voorzitterschap van het Nationaal Comité 4 en 5 mei na het Kamervoorzitterschap het hoogst haalbare; het sluit aan bij al mijn doelen en idealen. En het kantoor zit tegenwoordig in de oude gemeentelijke kweekschool, waar mijn vader zijn opleiding volgde. Dat maakt mijn cirkel rond."

Ja, maar even terug naar dat hoogst haalbare, ik heb toch het idee dat ik tegenover de nieuwe burgemeester van Amsterdam zit.
"Nee hoor. De wet staat dat helemaal niet toe. Van rechtswege moet je de functie beëindigen als je 70 bent, als de sollicitatieprocedure begint, ben ik al 67 en je wordt nooit voor korter dan zes jaar benoemd. Een duidelijk geval van onmogelijk. Dat is goed. Het is natuurlijk de allermooiste baan voor een Amsterdammer met idealen, maar ik gun de stad een jongere burgemeester."

Had u wel gesolliciteerd als u jonger was?
"Dat weet ik niet. Dan had ik met alles eerder moeten beginnen, want mijn ­reputatie heb ik pas opgebouwd als Kamervoorzitter. Toen ik dat werd, was ik al 55. Voor die tijd was ik hardwerkend politicus maar relatief onbekend."

U bent een laatbloeier?
"Zeker."

Hoe komt dat?
"Ik vond het belangrijk de eerste zes jaar van hun leven veel tijd aan mijn kinderen te besteden. Dat kon toen, ik wilde het ook graag. Mijn eerste baan had ik op mijn dertigste, als lerares Nederlands op het Berlage Lyceum. Ik ben pas de politiek in gegaan na mijn veertigste."

U was fulltime moeder toen uw kinderen klein waren? Ik kan me dat niet voorstellen bij u.
"Nou, toen ze echt klein waren studeerde ik nog. Ik was jong moeder, hè: 22 toen mijn oudste werd geboren en 24 bij de tweede. Het is zo'n luxe dat ik die periode zo zorgeloos heb mogen meemaken. 's Avonds ging ik naar school."

"Als hun vader thuiskwam, vertrok ik. Studeren deed ik gewoon waar ze bij waren. Ze amuseerden zichzelf. Ik heb makkelijke kinderen, makkelijke kleinkinderen, zelfs een makkelijke hond, ik weet ook niet waar het aan ligt."

U bent misschien een goede opvoeder.
"Ik weet het niet. Enige scherpte is mij niet vreemd in elk geval. Ik ben best een beetje streng. Net als mijn moeder. Ze hield zo veel van ons, maar we moesten ook wel door haar hoepeltje springen. Ik word steeds meer een kopie van haar. Vanuit liefde eis ik het een en ander van mijn kinderen en kleinkinderen."

"Vroeger was ik beter in negeren wat me niet uitkwam, denk ik. Als ik wilde studeren, zei ik van tevoren: hebben jullie gegeten, gedronken, geplast, gepoept? Was dat allemaal in orde zette ik de kookwekker. Pas als het belletje ging, mochten ze me weer storen."

Echt zo'n leraar.
"Dat zit in mijn bloed. Helaas waren er na mijn afstuderen te veel leraren - ja, je kunt het je niet meer indenken. Na krap vier jaar heb ik het opgegeven voldoende uren te krijgen om van te kunnen leven. Dat wilde ik per se. Ik was inmiddels gescheiden en wilde geen alimentatie ontvangen. Met pijn in mijn hart ben ik iets anders gaan doen. Ik ben het voor de klas staan altijd blijven missen."

"Als Kamervoorzitter kwam er gelukkig iets van terug, want er kwamen altijd klassen langs. Heerlijk. Je kunt mij wakker maken voor een gesprek met kinderen over de democratie. Welke risico's zou je nemen om verantwoordelijkheid te nemen voor de rechtsstaat? Daar moeten we het over hebben met ze, in de hoop dat ze als burger initiatieven nemen of politiek actief worden."

"Kinderen moeten ook weten dat je met een mbo-opleiding zonder probleem de Tweede Kamer in kunt. Die zit nu vol met doctorandussen. Niets ten nadele van hen, maar partijen moeten zorgdragen voor meer variatie."

"Jong, oud, vooruitstrevend, traditioneel, man, vrouw, universitair en lager geschoold: zorg voor diversiteit. En houd vast aan fact based policy. Dat was in de Kamer mijn missie al, nu nog steeds. Ik ben niet voor een technocratie. Wel voor Kamerleden die op de hoogte zijn van de laatste stand van de wetenschap en niet maar wat roepen."

Hoe hield u dat als voorzitter in de gaten?
"Als mensen zich vergisten - en daar ging ik dan altijd maar van uit - kregen ze een briefje dat ze het in de tweede termijn van de vergadering konden herstellen."

Niet met het hamertje slaan: ho, ho, wat u daar zegt, klopt niet?
"Nee. Die vergissing heb ik één keer gemaakt. Moet je niet doen. Dat is je rol niet als voorzitter. Tijdens het debat heb je als voorzitter een paar instrumenten om het gesprek in goede banen te leiden. De klok, om de spreektijd in de gaten te houden. Het reglement van orde. En je geheugen, want het reglement staat geen herhalingen toe. Een goed humeur, dat is ook niet onbelangrijk. Beetje relativeren, grapje maken. Dat helpt af en toe."

Heeft u zich als vrouw nooit benadeeld gevoeld als voorzitter?
"Nee, daar heb ik nooit iets van gemerkt. Het was ook niet zo. Maar ik was natuurlijk al 55. Daar heb ik ongetwijfeld voordeel van gehad. Maar ik moet zeggen, toen ik begon als voorzitter ging ik net in de overgang en dat heb ik toch niet verteld. Ik dacht: als dat bekend wordt, kan ik de grappen zelf alvast maken. De Kamerbodes had ik het wel verteld. IJswater, mannen, ijswater, siste ik als het nodig was, en dan wisten zij genoeg. Dat hielp geweldig."

Wat is de eigenschap die u het meest verder heeft geholpen in uw carrière?
"Toch dat goede humeur vermoedelijk. Ik verlies weinig tijd met over mezelf piekeren. In het voorzitterschap kwam dat enorm van pas als iemand fel deed. Dat trok ik me nooit persoonlijk aan. Mensen zijn niet tegen jou, ze zijn voor zichzelf. Dat gepieker altijd over 'wat zullen ze van me vinden?' Nou mevrouw, hoogstwaarschijnlijk niets. Dat geeft rust."

'Ik verlies weinig tijd met over mezelf piekeren' Beeld Oof Verschuren

"Wat ik ook goed kan, is het balanceren van werk en privé. Ik heb niet zo'n scherpe scheiding tussen de twee. Mijn zoon belde me een keer tijdens een debat. Mijn kleindochtertje was erg ziek en hij wilde advies. Toen heb ik het debat even geschorst, durf ik nu eerlijk te zeggen."

Met die reden ook?
"Nee, gewoon, ik schors even, handen wassen. Op een bankje in de gang hoorde ik Malou huilen door de telefoon. Ik schoot vol. Toen was ik meer oma dat Kamervoorzitter. Dat kon ik mezelf wel gunnen op bepaalde momenten."

"Ik zat ook af en toe in een boekje met schattige fotootjes te kijken als ik een debat te hard en vervelend vond. Eigenlijk heb ik dankzij de kinderen en kleinkinderen carrière gemaakt, zeg ik vaak. Ze hebben me zo'n intense voorraad geluk en vreugde gegeven. Tipper nu ook, moet ik bekennen."

U zorgt graag?
"Ja. En ik houd zo van het onverwachte en onvoorwaardelijke van kinderen, en van de hond. Ik ben echt een bevoorrecht mens, hoor. Dat maakt dat ik goed kan relativeren. Met mijn kleindochters praat ik regelmatig over hoe ze het later voor zich zien. De dames van nu tien en twaalf willen allebei moeder worden, maar ze willen ook echt een beroep."

"Het is fijn dat ik hen kan laten zien dat het niet nodig is te kiezen, als je maar niet te moeilijk doet over de combinatie. Het werk soms mee naar huis, kinderen een keer - soms letterlijk - mee naar kantoor. Zo kom je er wel. Je eigen bonen kunnen doppen, dat geven de vrouwen in onze familie al generaties met liefde aan elkaar door."

Gerdi Verbeet

Geboren
18 april 1951, Amsterdam

1963-1970
Gymnasium op het Cartesius Lyceum

1970-1974
Studie sociale geografie (niet afgemaakt)

1977-1980
MO-A Nederlandse taal- en letterkunde

1981-1984
Docent Nederlands op het Berlage Lyceum

1984-1994
Aantal functies op het raakvlak onderwijs-arbeidsmarkt

1994-2001
Politiek adviseur van Tineke Netelenbos en Ad Melkert

2001-2006
Tweede Kamerlid

2006-2012
Tweede Kamervoorzitter

2012-heden
Diverse bestuursfuncties, waaronder: voorzitter Nationaal Comité 4 en 5 mei, voorzitter Rathenau Instituut en voorzitter raad van commissarissen Novamedia

Gerdi Verbeet woont afwisselend in Amsterdam en Garderen met echtgenoot Wim Meijer. Ze heeft twee kinderen en vier kleinkinderen: Lola, Finn, Malou en Jimmy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.