Column

Ik verzuip daar waar geen geluid is

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik kan niet schrijven zonder muziek. Het gaat gewoon niet. Mijn bevriende collega-schrijvers zweren bij de stilte, ze geloven dat geluidloosheid de inkt vloeibaarder maakt, maar ik verzuip daar waar geen geluid is.

"Schrijven hoort een eenzaam beroep te zijn, jij omringt jezelf met muzikanten," zegt mijn mentor elke keer als ik hem spreek. Hij is van de oude stempel.

Mensen van de oude stempel denken steevast dat er maar één manier is om iets te doen en vaak is die manier een cliché.

"Schrijven hoor je eenvoudigweg op een bepaalde manier te doen, jongen. Schrijven is eerst trouwen en dan kinderen krijgen. Jouw werk kan soms buitenechtelijk aanvoelen," vervolgt mijn mentor dan, terwijl hij een sigaret uit zijn pakje tikt.

"Mijn werk bestaat dus in zijn geheel uit bastaardkinderen?"

"Ja, maar het zijn af en toe wel prachtige bastaardkinderen, jongen."

Ik weet eigenlijk niet eens waarom ik een mentor heb. In 2012 kreeg ik een mailtje van hem. Dat bestond uit drieduizend woorden, waarvan maar twintig als opbouwende kritiek gelezen konden worden. Mijn mentor nam mij onder zijn vleugels. Het rook er naar dure whisky en bittere dromen. In het begin was het fijn onder zijn vleugels, maar onder de vleugels van iemand anders is het heel lastig vliegen.

Zonder muziek kan ik niet schrijven. In het begin schaamde ik me er een beetje voor. Het voelde alsof ik met zijwieltjes aan het schrijven was in een wereld waarin iedereen al zonder handen kon fietsen.

Bon Iver, The National, Sufjan Stevens, Villagers, Regina Spektor, College en Bloc Party. Ik heb muzikanten nodig. Schrijven is geen eenzaam beroep. Het is geen marathon die je in je eentje moet lopen, nee, het is een estafette. En op het ene moment is het stokje een drumstok of een strijkstok en dan is het opeens weer een pen.

Vrijdag is het nieuwe album van Bon Iver uitgekomen en niemand kan mij het stokje aangeven zoals frontman Justin Vernon mij het stokje kan aangeven. Op de debuutplaat, For Emma, Forever ago, staan naar mijn mening de mooiste zinnen uit de muziekgeschiedenis. In het nummer Re: Stacks zingt Vernon:

There's a black crow sitting across from me
His wiry legs are crossed
He is dangling my keys, he even fakes a toss

De gekruiste, draderige benen van een zwarte kraai. Ik krijg er maar geen genoeg van. Een kraai is een onooglijk schepsel, maar sinds ik die zinnen hoorde, staan kraaien voor mij voor iets oneindigs en voor elegantie.

Bon Iver is tegenwoordig trouwens net zo groot als Coldplay en U2. En dat is helemaal niet erg. In de eerste mail die ik van mijn mentor kreeg, schreef hij dat de schoonheid die iedereen kan zien geen echte schoonheid kan zijn. Dat pure schoonheid hand in hand moet gaan met massaal onbegrip.

Het nieuwe album van Bon Iver is wonderschoon. En je weet gewoon dat Mart Smeets, Alexander Pechtold, Leon de Winter en Robert ten Brink ook fan zijn, en toch blijf je fan. Zo ongelofelijk goed is Bon Iver. Die heeft geen mentor meer nodig.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden