'Ik moet altijd iets te haten hebben'

'Ik ben veel leuker dan ik ooit was, maar vrouwen willen een jongere, gezonde man.' Foto Jan van Breda

60 minuten: Hans Dorrestijn
Elke maand ontvangt interviewer Frénk van der Linden in het Parooltheater, naar beproefd televisierecept, een verrassingsgast. Een kennismaking in zestig minuten.

Hans Dorrestijn (68) staat nog één keer in Carré, dan stopt hij met het gemopper op toneel. Buiten het theater zal hij het wel nooit meer afleren. ' Ik moet nodig onder psychiatrische behandeling, maar ik doe het niet meer, want het helpt te weinig.'

Er is iets. Het zit in zijn omzichtige bewegingen, tussen zijn oren, in zijn stem ergens.

''Wat ga je met me uithalen?''

Kun je je ogen dichtdoen en je een minuut concentreren op de eerste vraag?

Hij gehoorzaamt.

Als je nu doodvalt, wat is dan de zin van je leven geweest?

Zestig seconden lang speelt een verstolen glimlach om zijn lippen.

''Mocht ik nu overlijden, dan heb ik in elk geval een handvol heel mooie liedteksten geschreven. En ik laat goede kinderen na. O ja, en Dorrestijns vogelgids. Meer is er niet, vrees ik.''

''Als je jong bent, droom je je nog wat af. Inmiddels besef ik hoe afgrijselijk eenzaam een mensenleven is. Als het erop aankomt, kun je niet eens iemand uit een brand redden. Een héél enkele keer weet een vader een kind uit een brand te redden, maar meestal rent-ie wanhopig voor de deur heen en weer. Zo leven wij, zo is ons bestaan.''

Het leven is een tranendal, is Auschwitz, is...

''...pure oorlog.''

Nou, het loopt tegen sinterklaas, Barack Obama wordt president van de VS. En soms ligt een mens met zijn lief onder de lakens. Dat is óók ons bestaan.

''Vanachter een boom kijkt soms een eekhoorn naar me. O, de prachtige ronde voorhoofden van mooie jonge vrouwen! En vergeet de rosse franjepoot niet.''

- Huh?

''Da's een ontzettend leuke watervogel. Kan ik je aanbevelen. Dus ik geef toe: afgezien van die duizenden momenten per dag dat de levensguerilla mij compleet wanhopig maakt, ben ik een gelukkig man. Wat zeg ik, dan ken ik geen gelukkiger man dan ik.''

Maar honden moeten dood.


''Ach, dood... dat hoeft nou ook weer niet. Er zijn er te veel, dat roep ik al heel lang, en hun uitwerpselen vind ik een schandvlek op de beschaving, maar de laatste jaren ontmoet ik geregeld honden met lieve gezichten, lieve pootjes. Het erge is dat ik altijd iets moet hebben om te haten, dus nu heb ik een hekel aan katten. Laatst zat er een roodborstje op een tak vlak onder mijn raam. Opeens sprong een kreng van een poes in beeld. Ja, dan is het leven weer Krieg.''

Waarom kun jij niet zonder een haatobject?

''Ik doe het niet voor mijn lol, hè. Begrijp me goed. Ik heb frequent last van een dwanggedachte over prachtige vrouwen en mensen die ik hoog acht: dat ook zij naar het toilet moeten. Zelfs voor een grote boodschap, meneer. Dat vind ik heel zwaar in mijn leven. Toen ik dit vertelde aan een gestudeerde vriend, zei hij: ' Wil je ze van de troon stoten?' Terwijl hij verdomme wíst dat ik net zo goed de gave van de bewondering heb. Zulke gedachten heb ik niet om iemand onderuit te halen, ik ben er gewoon diep van doordrongen dat er naast de fonkelende kanten van het leven ook stront bestaat. In mij, in jou, in iedereen - letterlijk en figuurlijk.''

Welke liedtekst bevat jouw kern?

''Buigen. Dat zat jaren in een map. Af en toe keek ik ernaar: wat moet ik hiermee? Sinds een tijdje weet ik: dit ben ik. ''
Recht zijn rug en declameert:
''God mag weten voor wie ik niet heb gebogen / Ik boog voor koning zowel als voor lakei / Ik keek de meester en zijn knechten naar de ogen / Voor edelman en bedelman, ik boog voor allebei''

''Nou ja, en zo gaat het verder. Dat ik in het stof ben gegaan voor maagden en hoeren - voor wie niet? Maar aan het eind zweer ik nooit meer te buigen. Ik heb er muziek bij gemaakt jongen, muziek...o, o! In E-klein. God, je zou het moeten horen, een toppunt in mijn oeuvre! Niet aanstellerig of zoiets, nee: wáár.''
''Ik ben altijd bang geweest. Een pantoffelheld. Een angsthaas. Ik heb mezelf bijvoorbeeld veel narigheid op de hals gehaald door een verhouding te beginnen met een leerlinge op de middelbare school waar ik les gaf. We schrijven '68 of '69. De conrector zei: ' Hans, niemand heeft er last van, maar je zult toch met haar moeten trouwen.' Heb ik nog gedaan ook. Dat huwelijk heeft ternauwernood een jaar geduurd.''

Wanneer besloot je nooit meer te buigen?

''Dat is van recente datum. En het komt door een overmaat aan leed. Eind jaren negentig werd ik ziek: een buikvliesontsteking liep zo ver uit de hand dat de dokters me maar vijf procent kans gaven dat ik erdoorheen zou komen. Nou is dat niet het ergste, want...''

...ach, dat overleef je wel?

Drukt quasistreng zijn bril tegen het voorhoofd.

''Hallo, ík ben hier de cabaretier, het is niet de bedoeling dat jij de leukste grappen maakt.''

Wat wilde je zeggen?

''Dat het je in zo'n schemergebied tussen leven en dood niks meer uitmaakt allemaal. Je ziet wel, snap je? Bizar. Enfin, ik redde het, maar daarna kwam er een wel zó'n godsgruwelijk verschrikkelijke periode.''

Waar ging het om?

''Daar wil ik het niet over hebben.''

Een paar woorden, zodat ik de essentie begrijp.

''Ik heb het beschreven in mijn roman Finale kwijting, maar mensen moeten dat boek niet lezen. Het is mislukt. En dan zie je weer dat het leven een hel op aarde is: ik had heel goed in de gaten dat Finale kwijting niet goed was, maar toch publiceerde ik het. Het was een foto van mijn hopeloze leven, van mijn gedonder in de liefde, van de ruzies in mijn gezin - het was geen portret. Kijk, al die rotzooi had zich wel voorgedaan, maar ik had erin moeten knippen, ik had moeten componeren, ik had er literatuur van moeten maken. Toch durf ik te zeggen dat de critici Finale kwijting hebben mishandeld. De ene krant na de andere schreef dat ik niet deugde, Het Parool maakte me uit voor een miezerig mannetje.''

Wilde je er een eind aan maken?


''Toen wilde ik wel dood, ja. Toen werd ik suïcidaal. Ik heb het ook geprobeerd, maar ik had er de kracht niet voor.''

Hoe probeerde je zelfmoord te plegen?

''Mag ik daarover zwijgen? Ik vind het al erg genoeg om dit te vertellen. En om erbij te zeggen dat zelfs dát me niet is gelukt. Opnieuw boog ik - maar dan voor de levensdrift. Je moet een enorme vechtpartij leveren om op een punt te komen dat je naar buiten kijkt, een vogeltje in de top van een boom ziet zitten, en tegen jezelf zegt: dit is de moeite van het leven waard.''

Het klinkt als therapeutisch jargon. ' Crisis is groei', dat werk.

''Een wandtegeltekstje, ja, dat is het. Maar ook: de waarheid.''

Wat heeft Hans Dorrestijn in hoofdzaak gemaakt tot wie hij geworden is?

''Dan moet ik naar 1948, naar het moment dat we in huis kwamen bij de boze stiefvader. Daardoor is mijn leven bepaald. In de Tweede Wereldoorlog was mijn echte vader omgekomen in kamp Amersfoort. Mijn moeder vond een andere man, en die barstte om de haverklap uit in brullen. Als hij twee dagen geen ruzie had gemaakt, wist je dat je de derde dag weer aan de beurt was. Dat hij sloeg, was niet zo erg. Maar dat getier! Daar schrik ik nog wel eens wakker van. Het duurde van mijn achtste tot mijn negentiende. Met mijn stomme kop ben ik veel te lang in huis gebleven.''

Toen is het buigen begonnen?

''Ja. Ik had niet het lef om de wereld in te gaan. Maar er kwam uiteindelijk echt een ge-wel-dig moment voor me. Kijk, mijn moeder en stiefvader gaven me nou niet bepaald zelfvertrouwen, en het hoofd van de lagere school was ook nog eens een schreeuwende gek, en op de mulo in Hilversum kwam ik alleen maar mensen tegen die een hekel hadden aan kinderen, en...''

Sorry, ik kan mijn lachen bijna niet houden.

''Ik ook niet, joh. Maar indertijd beleefde ik er niet veel lol aan. Ik was doodsbang voor de leraren en vluchtte vaak naar huis, om weer terug te vluchten naar school, omdat ik doodsbang was voor die stiefvader.''

Wat...

''Nee, wacht, ik ga nog even door. Ik kwam uiteindelijk op de kweekschool, en daar waren een paar docenten zo ongelofelijk aardig, zo humaan... Die zeiden: ' Jij moet nooit voor de klas gaan staan, jij moet schrijver worden.''
''Luister goed jongen, nu gaan we dan toch naar mijn geweldige moment. Eén van die leraren liet een schilderij van Rembrandt aan de klas zien en vroeg wie er iets over kon zeggen. Ik bracht uit: het lijkt wel alsof het midden helemaal overbelicht is. Het was een ogenblik stil, waarop die man zei dat ik na de les bij hem moest komen. O god, dacht ik, wéér fout, had ik mijn kop nou maar gehouden. Maar hij zei: ' Meneer Dorrestijn, u had het bij het rechte eind. Ik doceer aan de Universiteit van Amsterdam, waarom komt u geen colleges bij mij volgen?' U, hè. Hij zei u! En hij sleepte me mee, zorgde ervoor dat ik Nederlands ging studeren, de tekstwereld binnentrad. '' Grijpt mijn arm: ''Lenstra. Klaas Lenstra onthoud die naam.''

Waarom pak je me voortdurend vast?

''Doe ik tegenwoordig bij iedereen. ''
Twinkelende ogen: ''Als ik ze niet al te afstotelijk vind.''

Je wordt milder.

''Alsjeblieft zeg, ik mag hopen van niet.''

Warmer dan.

''Warmer, oké. Ik dacht altijd: dat kan ik niet. Ik ging ervan uit dat ik dan ten onder zou gaan aan sentimentaliteit. Maar ik ben inderdaad meer van mensen gaan houden. En van dieren.''

Ook van jezelf?

''Dat nou weer niet. Ik hou nog steeds niet van Hans Dorrestijn. De enige met wie ik in de knoop blijf liggen, ben ik zelf.''

Misschien hebben negen van de tien mensen dat wel.

''Nou, als ze het allemaal net zo erg hebben als ik, kan de rijksoverheid hoogovens gaan bouwen voor Nederlandse zelfmoordenaars. Anders wordt de openbare ruimte wel heel rommelig.''

Stel dat ik zeg: beste Hans, jij organiséért je leven zo tragisch. Het verschaft je blijkbaar genot.

''Soms roepen mensen: ' Hans, je koketteert ermee.' Dan loop ik meteen weg, zonder antwoord te geven. De grote dichter Lucebert zei op het laatst van zijn leven: ' Och, wat heb ik gedaan? Kiezelstenen laten vallen op een grindpad.' Dan kun je zeggen dat-ie zich aanstelt, maar een auteur met zo'n prachtig oeuvre is niet in staat tot koketterie.''

Je plaatst jezelf nu even op zijn niveau?

''Op het niveau van zijn intensiteit.''

Voor vrouwen is er met jou niet te leven.

''Ik ben twee keer getrouwd geweest; ik heb verhalen en boeken over die fiasco's geschreven. Maar daarin - ik beken het - heb ik mijn eigen rol onderbelicht. Ik was een flinke zuiperd. Ik begrijp best dat die vrouwen op een gegeven moment niet meer van me hielden. Daar heb ik echt van geleerd. Maar het is te laat, hè. Ik durf het niet meer. Bovendien ben ik 68. En ik stel waanzinnige eisen. Met een leeftijdsgenote zou ik het niet kunnen.''

Ze moet beneden de veertig zijn?

''En een echt meisjesgezicht hebben.''

Op welk vogeltje zou ze moeten lijken?


Dromerig: ''Op de wielewaal, met zo'n zoet geluid. Maar vrouwen kijken wel uit. Die zijn ook niet achterlijk, hoor. O nee! Ik ben veel leuker dan ik ooit was, maar ze willen een jongere, gezonde man. Vrouwen hebben valkenogen, die zien op honderd meter afstand wat jij nog niet eens in de gaten hebt als je er met je neus bovenop zit.''
Hij slaat zijn jasje open. Onder het zwarte overhemd lijkt een voetbal schuil te gaan. ''Door die buikvliesoperatie heb ik een handicap gekregen, een geweldige breuk. In mijn leven buiten het theater ben ik met niks anders bezig dan die verbergen.''

Vandaar dat trage manoeuvreren, dat wijde colbert?

''Ja. In januari proberen ze het te herstellen. Ik heb een arts gevonden die het aandurft. '' Zonder overgang: ''Ik heb alle hoop op liefde definitief opgegeven. Er is niets amoureus meer, al tien jaar niet, en er zal ook niks meer komen. En weet je wat nu het wonderlijke is? Vanaf het moment dat dit zich openbaarde, kon ik toegeven dat ik vrouwen verschrikkelijk leuke wezens vind. Dat je daar zo'n buik voor nodig hebt, hè.''

Nog even en we komen uit bij Boeddha: een mens moet alles loslaten om te kunnen ontvangen.

''Ik ben een platvloerse realist, ik doe niet in halfzachte filosofieën, ik geloof in het kwaad, en ik zie mezelf ook niet als iemand die boven zichzelf is uitgestegen, maar het leven heeft me zulke harde klappen voor mijn harses gegeven, dat ik deze transformatie wel móest doormaken. '' Dorrestijn leunt achterover. ''Zo zeg, lekkere zin was dat.''

Ben je nog wel eens razend over iets?

''Je zou me eens moeten zien als een keukenlaatje niet dicht wil, als ik het een ram geef en het bestek eruit springt. En op leeftijd raken - ook zoiets. Grrrr. Je bukt steeds moeilijker, terwijl je juist dan meer en meer uit je poten laat vallen.
''Ik ben tegenwoordig veel vaker kwaad op mezelf dan op de wereld. Ik moet nodig onder psychiatrische behandeling, maar ik doe het niet meer, want het helpt te weinig. De knapste koppen kunnen mij niet meer helen. Ze zijn Christus niet, hè. Ik moet proberen zelf tot een oplossing te komen.''

Of gewoon zeggen: ik zal zo goed en zo kwaad als het kan proberen mijn einde te halen.

''Ja, ik heb gewoon niet genoeg tijd meer om nog zeven jaar onder behandeling te gaan. Met zeven jaar red ik het trouwens niet. Zo goed is geen enkele therapeut.''

Is er nog een vuiltje dat je voor je dood graag zou wegwerken?

''Het meeste is al goed. De mensen die me verlaten hadden, de mensen met wie ik ruzie had: het is weer op zijn pootjes terechtgekomen. Er is alleen nog een kwestie met een chauffeuse.''

Verklaar je nader.

''Het is een fabuleus leuke meid. Ze reed me door het land, ze deed álles voor me. Maar op noodlottige wijze ontstond er een conflict. Ik was verliefd op haar, en tijdens een gezamenlijke vogelvakantie in Spanje, afgelopen maart, werd ik doodsbang dat ze het aanlegde met onze gids. Ik wilde diezelfde nacht nog naar huis gaan, maar zij was me vóór - de stakker. Ik kon het niet verdrágen, hoewel die twee me bezwoeren dat er niks aan de hand was. ' Dat geloof ik wel, maar ik wil niet eens zien dat de káns er is,' zei ik. Die arme meid moest in haar eentje terugvliegen naar Nederland.''
''Maandenlang belde en schreef ik haar. Ze reageerde niet. Gelukkig liet ze een week of wat terug iets horen, er kwam een heel lieve brief. Misschien kunnen we de vriendschap weer oppakken. Ik heb beloofd dat ik niet meer verliefd zal zijn en gezegd dat ik desnoods haar bruidsjonker zal worden.''

Dat is geen loze belofte? Dat leggen we in deze krant voor de eeuwigheid vast?


''Wacht eens even, pastoor Van der Linden, ik blijf natuurlijk wel verliefd. Dat kan niet anders.''

Je loopt het risico dat ze dit leest.


''Geeft niet. Ik kan mijn gevoel niet afschaffen; wel mijn gedrag verbeteren.''

Stel dat je eruit komt met de chauffeuse, en je vredig kunt sterven, wat mag er dan op je grafsteen?

''Marcellus Emants: ' Beklaag nooit de verloste uit de krankzinnigheid die leven heet.''

(TEKST FRÉNK VAN DER LINDEN FOTO'S JAN VAN BREDA)

Oorspronkelijke publicatiedatum: 22-11-2008

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden