Plus Column

Ik mag best worteltjes-taart knagen

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

"Mam, als papa niet uit Canada was vertrokken, hadden jullie elkaar nooit ontmoet."

"Klopt. Dan had jij niet bestaan."

"Natuurlijk wel. Mijn lichaam had niet bestaan. Maar ik was er. Ik ben er altijd geweest. Toch?"

Het regent bloesems in het Westerpark. Mijn jongste en ik liggen op onze rug en eten worteltjestaart. Ik prakkeseer over een verstandig antwoord als plots een andere vraag bij me opkomt. "Zou dit mogen van Heleen?"

Zomaar op een dinsdagmiddag liggen kouten over filosofische levenskwesties, daar heeft de economie natuurlijk geen zak aan. En de vrouwenzaak evenmin. Ik haal deze week de veertig uur werk niet. Oei. Val ik me daar toch een partijtje door de mand als feminist. Ach Heleen Mees. Mea maxima culpa.

Zaterdag stond in de Volkskrant een interview waarin ze tekeerging tegen de deeltijdcultuur in Nederland. Nu ben ik de eerste die vindt dat salarisgelijkheid noodzakelijk is. Dat meer vrouwen op leidinggevende posities moeten komen. Dat iedereen vrij is om kneiterhard carrière te maken en het bloedjezonde is als hoogopgeleide vrouwen dagen in yogabroeken op schoolpleinen staan te keuvelen.

Toch werd ik narrig van het aplomb waarmee Mees riep dat Nederlandse vrouwen zich door mannen 'een deeltijdbaantje in laten rommelen'. Die zijn er. Maar er zijn vaak genoeg andere redenen om niet fulltime aan de slag te zijn. Zelf heb ik ook parttime gewerkt. Niet omdat mijn man me die positie inrommelde, dat deed het leven. Twee dreumesen en de mantelzorg voor mijn verwarde moeder lieten me woensdag vrij nemen en vrijdag dikwijls ook. Nu ben ik zelfstandige en kan 's nachts tikken als het moet. Maar in vaste dienst had ik beslist salarisuren ingeleverd. En had ik het 'verpest voor de seksegelijkheid in de toekomst'.

Ik denk aan Heleen en vraag me af of vrouwen wel vrij zijn. Hoe feministisch is het als wij door anderen, mannen én vrouwen, laten bepalen hoeveel we moeten werken? Of hoe we dat doen? Onlangs verscheen Ik, moeder, een literaire verhalenbundel waaraan ik een ­bijdrage leverde. Veel schrijfsters vonden het spannend mee te doen, sommigen hadden het zelfs over hun 'coming-out' als ouder. Het thema moederschap, daar waagde je je niet aan wilde je serieus genomen worden. Maar een kind krijgen zet het hoofd juist aan het denken. Over dood, angst, liefde. Buitengewoon literaire thema's. En toch: er is gêne erover te schrijven. Net als dat ik me bijna bezwaard voel als ik met mijn zoon worteltjestaart knaag onder de kersenbomen in het park.

Maar het laatste wat vrouwen nodig hebben is schaamte. Want schaamte doet zwijgen. Zwijgen over onderwerpen die ertoe doen. Zwijgen over hoe wij geheel zelfstandig onze levens wensen in te richten.

Ik grijp mijn kind onder zijn oksels en zet hem op mijn buik. "Ik heb geen idee of je er altijd bent geweest," zeg ik. "Maar je bent er nu. Dus blijven we hier lekker liggen. Morgen een nieuwe dag. Dan gaat mama weer keihard werken. Voor alle andere vrouwen."

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden