Column

Ik maak gebruik van mijn recht om te zwijgen

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Het oude huis. Als ik er langs fiets, roept ze me. Uit haar ramen stromen tranen. Uit de deur klinkt een vloek. Ik luister er niet naar. "Ik ben vernieuwd!" hoor ik, maar de w spreekt hij uit als een l.

Ik trap door mijn eigen kindertijd. Ik race door mijn pubertijd, knijp in mijn remmen en slip bewust gevaarlijk de bocht om.

Mijn vader zwalkt uit de Van Baerlestraat. Mijn moeder flaneert in het Vondelpark. Mijn broer en zuster schrijven hun huiswerk over. De hond leest een kinderboek voor de kachel. Ik ben een hond.

"Vind je het fijn hier weer te zijn?"
Een buurman die geen buurman meer is buurt en boert het verscheiden van buurtgenoten op. "Het gaat hard."
"Ja, het gaat hard."

En zij prikt in mijn rug. Met wie is zij tegenwoordig?
"Een chinees," denkt de buurman. De buurman verlengt de dodenlijst. "Dus er komen er meer vrij."

De nieuwe puien dragen hun hoerigheid chic. Pooiers in kasjmieren jassen rijden op hun scooters onze goedkope dromen omver.

Er tippelen uitgegroeide kleuters kittig en kortgerokt over de stoep; een parfumwolk van welzijn kleedt ze arrogant af.

We kijken nog eens naar mijn oude verloofde die verwijt kotst. "Ze hebben tijdens de werkzaamheden een dode rat gevonden."

Ik denk: wraak. Of ruzie. Ik ken het dierenrijk slecht. Het zou me niets verbazen als de woonkamer en de tuin samen hun gram waren gaan halen - zij hebben ook recht boos te zijn op de wereld.

Het is de eerste moord die daar is gepleegd, stel ik vast. "En de tuin is dus volgebouwd."

Ik knik alsof ik mijn eigen onbegrip begrijp. De zon verlicht mijn stroperig heimwee.
De buurman legt nog even zijn hand op de mijne.

Hij zwijgt, maar de mond op een van z'n vingers vraagt of ik spijt heb, of ik hem mis, of ik nog wel eens verlang naar de straatgeluiden; het schip Lijn 2 dat niet meer aanlegt in de Jacob Obrechtstraat, de drukte aan de kade bij café Gruter, de stijve klank van de kerkklok.

Ik maak gebruik van mijn recht om te zwijgen. Ik moet me nog een paar honderd meter door dit land van masochisme trekken.

Als ik wegrijd hoor ik weer een vloek. Hij kwam uit de oude voorkamer.
Ik doe net of ik hem niet heb gehoord.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief. Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden