Natascha van Weezel. Beeld Agata Nowicka
Natascha van Weezel.Beeld Agata Nowicka

Ik hoef nergens naar toe

PlusNatascha van Weezel

Vanochtend werd ik zomaar vroeg wakker. Rustig dronk ik mijn koffie terwijl ik naar de tjilpende vogels luisterde en naar het behaarde been van mijn overbuurman keek, dat uit zijn half openstaande raam bungelde. Uit de luidsprekers van mijn laptop klonk jazzmuziek. Er stonden weinig verplichtingen op het programma, hoogstens wat mails beantwoorden.

Eerder raakte ik zó gestrest door het plotseling veranderende leven dat ik alleen naar de beren op de weg keek: het gebrek aan inkomsten, de zorgen over ieders gezondheid en het gevoel van eenzaamheid. Daarom besteedde ik nauwelijks aandacht aan de onderlinge solidariteit die ook in deze tijd ontstaat: mensen die boodschappen doen voor hun kwetsbare buren, vrienden die via WhatsApp checken hoe het met je gaat, en de anderhalvemeterdans; de beweging die je op straat maakt wanneer je een tegenligger ruimte wil bieden om veilig te kunnen passeren.

De zon schijnt en ik ga naar buiten. Na een wandeling door het park loop ik de zaak van de kleermaker/stomerij binnen waar ik al enige jaren kom. Op de deur hangt een bordje: ‘maximaal drie klanten in de zaak, graag zelf afspelden, wij mogen dat niet meer doen’. Meestal geef ik mijn vuile was hier snel af of laat ik tussen de bedrijven door vluchtig een broek innemen. Op de een of andere manier associeer ik deze plek met haast en vervelende klusjes die altijd net verkeerd uitkomen qua timing.

De zaak is leeg op de kleermaker na. Hij draagt een blauw mondkapje. Hij sorteert mijn was en verzucht: “Ik loop 80 procent van mijn inkomsten mis.” Ik kijk gepijnigd en antwoord: “Ik ook.” Als ik heb afgerekend vraagt hij of ik haast heb. Nou haast, nee… ik hoef nergens naartoe. Hij nodigt me uit om te gaan zitten en zet een kopje Turkse thee en een stuk zelfgemaakte chocoladetaart voor mijn neus. Zelf neemt hij plaats aan de andere kant van de ruimte. “Toch gezelliger samen,” merkt hij op.

“Hoe heet je?” vraagt de kleermaker tussen twee happen taart door. Voor de gelegenheid heeft hij het mondkapje even afgezet. “Natascha,” zeg ik. “En jij?” “Mus­tapha, aangenaam.” Gek eigenlijk dat ik die man al zo lang ken en nooit naar zijn naam heb geïnformeerd.

Nadat we zijn uitgegeten en hij zijn angst heeft uitgesproken over de naderende ramadan (“Ramadan zonder iftars of Suikerfeest… dat kan toch eigenlijk niet?”) sta ik op. “Je kunt je schone kleding over vier dagen komen halen,” zegt Mustapha. “Ik zal appeltaart maken, vind je dat lekker?” Ik knik bevestigend. Mus­tapha legt zijn hand op zijn hart en buigt bij wijze van afscheid.

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden