PlusBijlmer 50 jaar

'Ik heb de Bijlmer zien bouwen en zien afbreken'

Vijftig jaar geleden streken de eerste bewoners neer in de Bijlmermeer. In deze serie doen zes pioniers hun verhaal. Vandaag: politieman Wilfred van der Wateren.

Wilfred van der Wateren (75). Beeld Marc Driessen
Wilfred van der Wateren (75).Beeld Marc Driessen

'Ik heb als diender de tijd van de sabel nog meegemaakt. Mijn eerste dienst deed ik op het bureau Jonas Daniël Meijerplein. Daarna heb ik vijf jaar op de Linnaeusstraat gezeten. Daar ­gebeurde niet veel, we liepen heen en weer op de Middenweg."

"We kuierden naar Ajax, bleven daar even kijken naar de training en gingen met de tram terug. Op het ­bureau ­zaten veel oudere 'collega's z.v.': collega's zonder vooruit­zichten. Ik was een jonge hond. Ik wilde ­verbalen schrijven. Daar werd je in die tijd op afgerekend."

Eindhalte
"In mei 1969 vroeg mijn brigadier of ik niet naar de Bijlmer wilde komen. Dat leek me wel wat. Er werd in de kranten veel geschreven over de nieuwe wijk. Hoogoord was voor de helft ­opgeleverd, daar woonden vijf gezinnen. ­Verder stonden er alleen een paar boerderijen."

"Aan de kant van de Bijlmerdreef was een posthuis met twee cellen, naast het kantoor van de giro. Daar was ook de eindhalte van de bus. Daar zat ik met twee andere dienders, een brigadier en een hoofdagent."

"Ik ben groot geworden in de Bijlmer. We ­kregen veel verantwoordelijkheid. In de stad belde je met de ongevallendienst als er een aanrijding was met ernstig letsel."

"Een aanrijding met dodelijke afloop, die handelden de oudere collega's af. In de Bijlmer moest ik dat allemaal zelf doen. We mochten zelf de autodiefstallen doen. Dat was bijzonder, want daarvoor bestond een aparte afdeling op het hoofdbureau."

In de blubber
"We vielen onder het bureau Linnaeusstraat, maar in de praktijk konden we alles zelf beslissen. Ik genoot van de vrijheid. Om elf uur dronken we een kop koffie in het posthuis en daarna gingen we op pad in onze Volkswagen. We hadden een pikhouweel, een schop, een krik en een schijnwerper in de bus."

"Er waren nog geen ­wegen. Op het maaiveld kon je niet rijden, je zakte meteen weg in de blubber. Daar stond de Bijlmer om bekend. Ook de boeren moesten in de zomer met hun laarzen aan het land op."

"In die eerste jaren surveilleerden we ­vooral op de bouw, want er werd nogal gestolen. Ook door de bouwvakkers. Af en toe deden we een controle op verzoek van de aannemer."

"Er was maar één weg, dus daar controleerden we alle auto's die van de bouw kwamen. Daar ­kwamen de toiletpotten en de wasbakken weer tevoorschijn. We hadden een goede relatie met de aannemers. We hebben het zelfs voor elkaar gekregen dat ze alle flats 's nachts in het licht zetten."

Cursus
"Toen de Bijlmer begon vol te lopen, breidden we uit tot acht collega's. Dat was ­nodig, want er gebeurde van alles. Er was grote onvrede over de parkeergarages. Die zouden eerst gratis zijn, maar het werden toch betaalde garages."

"De mensen pikten dat niet en parkeerden beneden op het maaiveld. Er werden slagbomen vernield. In de garages werden auto's gekraakt. Of alle banden van een auto waren 's ochtends verdwenen. We surveilleerden ons te pletter."

"Toen begin jaren zeventig de Surinamers kwamen, kregen we een cursus. Een socioloog vertelde ons dat alle Surinamers in Paramaribo in het vliegtuig stapten met een briefje van de sociale dienst."

"Die mensen werden in een flat geplaatst en hadden geen idee. Er kwam koud en warm water uit de muur, dat was ongekend. De ­kinderen sliepen op de grond. Ze gooiden ­wasmachines over de reling. De overgang was ­natuurlijk enorm."

Gevoeligheden
"We hadden een goed contact met dominee ­Rudy Polanen. Hij leerde ons dat we bij problemen naar oma moesten gaan. Zij kon de problemen oplossen en zo werkte het ook."

"Wij hadden een keer vier jongens op het bureau, oma kwam binnen en begon met het uitdelen van een paar klappen. Wij konden dat niet doen. Als je een ­arrestant streng toesprak, keek die je verbaasd aan. Dat waren ze niet gewend. Als je ze een klap voor hun kop gaf, hadden ze wel respect voor je."

"Langzaam leerden we de cultuur kennen. En de gevoeligheden. De woningcorporaties ­wisten dat het niet verstandig was een Creool naast een Hindoestaan te zetten. Maar dat ­gebeurde wel. Dus die sloegen elkaar de hersens in."

"Er was veel haat en nijd. We hadden meer steekpartijen dan we ooit hadden gehad. En klachten over geluidsoverlast. Dan zaten er weer tachtig man in een woning te feesten. Als je kwam vragen of de muziek wat zachter kon, kreeg je een bordje eten aangeboden."

Opbouwen en afbreken
"We probeerden dicht bij de bevolking te staan. Soms was het gezellig, soms bedreigend. Later gingen we naar Suriname en ­Curaçao om te kijken hoe de mensen daar ­leven. Toen begrepen we de dingen beter."

"Het leidde er wel toe dat wij in de Bijlmer anders werkten dan de collega's in de stad. Surinamers kunnen emotioneel en luidruchtig zijn. Wij leerden om ze te laten uitrazen. In de stad ­waren ze meteen in de boeien geslagen. Wij ­deden dat niet. Veel beleid was bij ons onuit­gesproken."

"Ik heb meer dan dertig jaar in de Bijlmer ­gewerkt. Ik ben uiteindelijk commissaris ­geworden. Ik zeg altijd: ik heb de Bijlmer zien bouwen en ik heb 'm zien afbreken. Vooral de jaren negentig met de drugshandel waren heel heftig. Het was voor ons dweilen met de kraan open."

"We deden van alles, maar kregen er geen grip op. Van moedeloosheid heb ik nooit last gehad. Je houdt van de Bijlmer of je houdt er niet van. Ik ben van de eerste categorie."

Zomerserie

De Bijlmer bestaat vijftig jaar. Het Parool bezoekt enkele pioniers van weleer.

1. De politieman
2. De architect
3. De onderwijzer
4. De zangeres
5. De melkboer
6. De verslaggever

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden