Column

Ik had natuurlijk een borrelglaasje kokoswater moeten nemen

 

Beeld Het Parool

Ik geef toe dat ik even onzekerevrouwig zuchtte, toen ik deze meivakantie mijn bleke lijf in een bikini verpakte, maar al rondhupsend bij het Turkse zwembad was ik mijn gêne snel kwijt. De zon verwarmde de stenen vloer, mijn zoons schudden hun haren als doldrieste labradorpups en ik mocht eindeloos rolmopsjes in badhanddoeken van ze maken. De staat van mijn eigen lichaam verdween volkomen naar de achtergrond.

Tot ik, nagloeiend na een zwempartijtje, een artikel las van de Amerikaanse Mackenzie Pearson dat in no time een internethit was geworden. Op de website van haar universiteit schreef ze een ode aan the dad bod, de man die eerder het lijf van een uitgezakte vader heeft dan van een sportschooljongen, met wie je een hotdog eet zonder dat hij jeremieert over koolhydraten en met wie het fijn zacht knuffelen is.

Terwijl ik instemmend knikte, stuitte ik meteen op een tegengeluid. Healthblogger en wasbord Jelmer de Boer schreef een niet ongeestige parodie op Pearsons stuk. Want o, wat was hij dol op vrouwen met Libelle­lijven die vinden dat 'een dagelijkse lunch met 34 muffins en roomboterpizza's moet kunnen'.

Natuurlijk heeft De Boer met zijn spot een punt. Het is te makkelijk het lubberlichaam tot trend te verheffen, zodat je geen excuses meer hoeft te verzinnen een pond kaas of een volledig bittergarnituur naar binnen te schuiven. Tegelijkertijd houd ik van de kreet 'sterk is het nieuwe slank'.

Dankzij sportschoolbezoek, racefietserij en groene groenten heb ik een krachtig lijf met een brave BMI, maar mijn sixpack houdt zich eigenwijs schuil onder een verend vleeskussentje en bij mijn achterwerk denk ik iets te vaak: dat is geen reetje, maar een hertenkamp.

Terwijl de ober een kloek glas Baileys voor me neerzet, realiseer ik me terneergeslagen dat ik hierdoor vast in Jelmers categorie Libellelijf val, 'een balans tussen een sportschoolabonnement en iets te veel puddingbroodjes'. Ik had natuurlijk een borrelglaasje kokoswater moeten nemen, maar dat smaakt naar geweekt karton en er zijn grenzen.

Ik kijk vertwijfeld om me heen naar talloze jonge ouders. Ze hebben buikjes, flapjes, rugtietjes en beginnende onderkinnen. Daarnaast hebben ze plezier. In wijn drinken, hun kinderen in het water gooien, elkaar natspatten. Het is allemaal niet Victoria's Secretwaardig, maar hun dubbeldikke pret maakt een hoop goed.

Even verderop zit onder een parasol een grietje van nog geen twintig. Ze heeft glanshaar tot haar billen, ogen met wapperwimpers en een buikje zo strak dat het lijkt of God zelf de huid over haar organen heeft gespannen.

Maar ze kijkt bang. Steeds gaat er een hand naar haar bikinibroekje om de stof te herschikken. Als ze opstaat, doet ze schichtig een pareo om. Ze heeft niets te verbergen en toch verbloemt ze alles. Ik staar naar haar en weet: mooier dan nu zal ze nooit zijn. Maar hopelijk voelt ze zich over tien jaar stukken minder lelijk. Later als ze groot is, gun ik haar een heerlijk zacht Libellelijf. Een lijf om in te wonen.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden