Plus

Ik gun ieder kind een juf Tries

Massih HutakBeeld Robin de Puy

Het was begin 2000 en ik kwam binnen in de klas van juf Tries. Als er één ding is dat ik heb gedaan in de jaren dat ik les kreeg van haar, dan was dat lezen en schrijven. En aan mijn lieve klasgenootjes uitleggen dat Afghanistan niet in Marokko ligt.

Elke ochtend gingen we met z'n allen zitten in de kring en wensten we elkaar, in elkaars taal, goedemorgen. Sbah el khair, gunyadin, suhb bakhair, selamat pagi, good morning. Daarna leerden we breuken, de provinciën, sterren en planeten, zongen we Nederlandstalige liedjes en lazen we boeken. Heel veel boeken.

Iedere leerling las individueel een boek en een boek in groepjes, ingedeeld op leesniveau. Daar­bovenop las juf Tries ons ook dagelijks klassikaal voor uit werken van Jacques Vriens, Astrid Lindgren en Roald Dahl. En terwijl ze dat deed, veranderde ons klasje in de wereld die wij maar al te graag wilden veroveren. De middelen waarmee we dat moesten doen, lagen verscholen in de verhalen die zij ons vertelde.

Op vrijdagmiddag mochten we zelf bedenken wat we deden. Voor mij was de keuze: liedjes van Ja Rule playbacken, Ushers choreografie uit m'n hoofd leren of gedichten schrijven. Op een dag zond juf Tries één van de gedichten in voor een poëziewedstrijd, en ik won.

Ik mocht samen met twee klasgenootjes naar Het Land van Ooit. Daar zag ik voor het eerst een BN'er in real life: Sipke Jan Bousema. Dat buurjongen Gregory van der Wiel (ik krijg nog een joystick van je, gap) een wereldberoemde profvoetballer zou worden, was toen nog niet aan de orde.

Als er één ding was dat ik nog leuker vond dan voorgelezen worden door juf Tries, dan was het door de stad lopen met haar. Of ze ons nou meenam naar het Rijksmuseum, of naar het Stedelijk of naar de World Press Photo, elke dag met haar was een avontuur. Hier, in ons kleine Amsterdam, trakteerde juf Tries ons dagelijks op de wereld.

Ik verhuisde eind groep 7 naar Amsterdam-Noord, maar ik wilde per se mijn basisschool afmaken bij haar. Dus reisde ik een jaar lang als tienjarig jongetje dagelijks twee uur op en neer van Noord naar West en terug.

Om me niet te vervelen tijdens die reis, gaf zij mij het boek De koning van Katoren. In diezelfde periode schreef ik mijn eerste rap­teksten, over wat voor gangster ik was met mijn bandana en wapens. Op de laatste dag van groep acht moest ik haar één belofte doen: dat ik altijd zou blijven lezen. Ik beloofde het haar plechtig, alsof ik mijn trouw beloofde aan Tupac.

Als ik vandaag de dag oude klasgenootjes tegenkom op straat of op Facebook of Instagram, duurt het niet lang voordat we het hebben over onze juf.

Ik gun ieder kind basisschoolleraren die geen vakbond hoeven op te richten om hun waardering op te eisen. Ik gun ieder kind basisschoolleraren die worden gerespecteerd voor het uitvoeren van het mooiste beroep ter wereld. Ik gun ieder kind een juf Tries.

Rapper en schrijver Massih Hutak (25) schrijft elk weekend een column voor Het Parool. Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden