Column

'Ik greep het levend vuil en voelde het vrezen'

Theodor Holman Beeld Jean-Pierre Jans

1.
Heb ik vandaag een kleine moord gepleegd?
Een moord die aanvoelt als mijn eigen dood?
Geweten krijg ik nu niet schoongeveegd.
Ik legde in paniek haar in het schroot.

Ik kan twee levens nu onmooglijk aan.
Ik moest wat zwak was beter laten sterven.
Dan zou zij het bewustzijn niet beërven
Dat ik, moeder, voorgoed heb afgedaan.

Ik legde haar waar ik zou moeten wezen:
tussen het vuil, verlaten, aan 't verscheiden.
Zij zal niet zien dat ik word nagewezen.

Dag kind. Dood ben je zeker beter af.
Want ik, als moeder, zou je laten lijden.
Mijn daad hier, schat, is mijn eeuwige straf.

2.
Ineens een kleine schreeuw, dan zacht gehuil.
Maar ik kon het geween niet goed traceren.
Er stond slechts een container met wat vuil.
Daar kwam 't geluid uit, zou ik zeker zweren.

Ik keek, en zag een kind. Een heel klein wezen.
Het leek zich te verstoppen voor het leven.
Ik greep het levend vuil, voelde het vrezen.
En zag hoe het zich bloot begon te geven.

Hoe schoon was hier het kleine onvolmaakte.
Het ouderloze 'prul' dat leven viert.
Volmaakt gebrul kwam uit het iele naakte.

Gered. Dit leven wordt niet meer ontsierd.
Dit levend kind zal ooit de liefde kennen.
Daar zullen wij haar nu mee verwennen.


Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of mail naar t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden