Column

Ik denk aan alle redenen waarom ik de wereld haat

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Vanuit tram 24 zie ik een jongen op straat spugen. Er zitten gaten in zijn spijkerbroek en zijn haar hangt voor zijn ogen. Hij kijkt naar de grond, en niet omdat hij onzeker is, maar gewoon omdat de wereld hem niet interesseert. Voor hem is alles operamuziek.

Deze tienerjongen wil de wereld niet veranderen, nee, hij wil gewoon een nieuwe vriendin. Een meisje met dromerige ogen dat een tyfushekel aan vleeseters en populaire muziek heeft. Een meisje aan wie hij de liedjes die hij schrijft kan laten horen. Het zijn donkere liedjes. Ze zijn te donker voor zijn vrienden.

De jongen maakt zich klaar om nog een keer te spugen. Hij spaart speeksel op onder zijn tong. De jongen is boos op de wereld, maar hij weet nog niet waarom. De envelop ligt al klaar op zijn bureau, maar hij moet de brief nog schrijven.

Mijn tram begint weer te rijden, ik kijk naar de jongen. Ik ben jaloers op hem. Hij heeft nog geen reden om de wereld te haten. Terwijl ik naar hem kijk, denk ik aan alle redenen waarom ik de wereld haat.

De empathieschaarste, het machtsmisbruik, de haat die blinder dan liefde maakt, de helden die als schurken worden gezien en de schurken die bijkans geridderd worden. Onze wereld is een omgekeerde geworden en in een omgekeerde wereld leven de adders boven het gras. Hun gif is de waarheid geworden.

De jongen spuugt in de richting van een lantaarnpaal. Ik wil met hem mee spugen en kijken wie van ons tweeën verder kan spugen. Ik hoop dat zijn spuug verder zal komen. Zijn spuug is alles wat hij heeft.

De jongen wil de wereld niet veranderen, hij wil gewoon een nieuwe vriendin. Een meisje met tatoeages dat een paar honderd euro rood kan staan.

De tram rijdt de Beethovenstraat in. Ik vraag me af of Ludwig van Beethoven weleens op straat spuugde. Of het wonderkind soms ook gewoon een kind was.

Spuugde hij tussen het componeren door op de straattegels van Bonn? Of mikte hij op de bomen? Kon hij verder spugen dan zijn vriendjes, of was hij een matige spuger en was het componeren niets meer dan compenseren?

Als ik de tram uitstap, wil ik spugen. Maar ik ben geen tiener meer. Ik leef niet meer in die prachtige periode dat spugen nog cool was. Er zitten geen gaten in mijn spijkerbroek en mijn haar is te dun om voor mijn ogen te kunnen hangen. En ik wil helemaal geen nieuwe vriendin, nee, ik wil alleen denken dat ik de wereld kan veranderen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden