Column

Ik ben zo gelukkig als hij ziek is

James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Hij ligt op mijn borst, net zoals hij op mijn borst lag in de nacht dat hij werd geboren. Toen droeg hij een paars mutsje met een gat in de bovenkant, omdat ik het prijskaartje iets te hard uit de wol had getrokken.

Alleen als hij ziek is, wil hij nog op mijn borst liggen. Met zijn linkeroor op mijn hart en zijn mond wagenwijd open, omdat zijn neus dicht zit. Kwijl vloeit in verrukkelijke slierten door de stof van mijn T-shirt heen.

Ik kijk naar het shirt. Het is nog geen zes maanden oud, maar het is nu al een slaapshirt. Zo gaat dat met T-shirts. Je koopt ze, je draagt ze zes keer en daarna wil je alleen nog maar in ze slapen. Eerst leef je kortstondig in ze en daarna slaap je voor de rest van je leven in ze. De T in T-shirt staat voor tijdelijk.

Ik geef een kus op zijn gloeiende voorhoofd en ruik aan zijn bruine krullen. Ik vind zijn haar het lekkerst ruiken als hij een paar dagen niet heeft gedoucht. Als hij naar het leven ruikt in plaats van naar zeep. Als de herinneringen het voor even van de hygiëne winnen.

Een paar jaar geleden zag ik Diego Armando Maradona lopen op een Spaans vliegveld. Hij at een broodje ham. Er zat wat boter op zijn bovenlip. In zijn oren zaten oorbellen die zo duur waren dat ze er goedkoop uit zagen.

Ik keek naar een man die ik ooit wilde zijn en volgde hem over het hele vliegveld. Zijn aftershave rook naar een vakantieliefde op een regenachtig Cuba. Na een tijdje tikte ik hem aan en gaf hem een hand. Op dat moment beloofde ik mezelf dat ik mijn rechterhand nooit meer zou wassen.

Ik beloofde dat deze herinnering het voor altijd van de hygiëne zou winnen, maar nog geen vijftien dagen later waste ik Maradona van mijn vingers in een wegrestaurant nabij Ede.

De krullen van mijn zoon ruiken naar zandbak en naar appelstroop. Als hij zijn ogen opent, doe ik alsof ik slaap. Hij geeft me een slap kusje op mijn wang, ik beloof mezelf dat ik mijn wang nooit meer zal wassen, maar voor de zekerheid sla ik zijn lippen alsnog op in het geheugen van mijn huid.

Mijn zoon slaapt weer. De kwijlbroche op mijn borst groeit langzaam. Ik ben zo gelukkig als hij ziek is. De klasgenootjes die hem hebben aangestoken, verdienen een bedankbriefje voor het in zijn gezicht hoesten en het niezen zonder handen.

Hij ligt op mijn borst te ijlsnurken en ik denk aan Maradona. Aan hoe God die dag op een roltrap stapte. Dan kijk ik weer naar mijn zieke zoon. Ik ben geen gelovig mens, maar als ik naar mijn slapende zoon kijk, leef ik op het randje van bidden. Bijnabidden noem ik het.

Ik hoop dat je gelukkig bent en blijft. Ik hoop dat je als volwassen man nooit lacherig zal doen over hotel­kamerkunst. Ik hoop dat je me later vaker zal bellen dan ik mijn vader nu bel. En ik hoop dat over 100 jaar, als het jouw tijd is om te gaan, je in mijn kist komt liggen en je op mijn borst in slaap valt.

Ga maar liggen, zoon. Wees niet bang. De wormen bijten niet. Ga maar liggen. Dan zal ik mijn botten nooit meer wassen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden